Par.
1 7 | Malandain, de zadelmaker, in zijn deuropening naar hem zag
2 7 | voelde zich beschaamd zo door zijn vijand te zijn waargenomen,
3 7 | beschaamd zo door zijn vijand te zijn waargenomen, in de modder
4 7 | eindje touw. Hij verborg zijn vondst schielijk onder zijn
5 7 | zijn vondst schielijk onder zijn boezeroen, vervolgens in
6 7 | boezeroen, vervolgens in zijn broekzak, deed daarna alsof
7 15| Eenieder verhaalde van zijn zaken, zijn aankoop en zijn
8 15| verhaalde van zijn zaken, zijn aankoop en zijn verkoop.
9 15| zijn zaken, zijn aankoop en zijn verkoop. Er werden nieuwtjes
10 17| Toen hij zijn roffel had weggegeven, schreeuwde
11 17| dorpsomroeper met hortende stem, zijn zinnen in antimetrie scanderend: '
12 19| Houlbrèque had al dan niet zijn portefeuille terug te krijgen.~
13 24| Hauchecorne, wilt u zo vriendelijk zijn met mij mee te gaan naar
14 25| verrast, ongerust, sloeg zijn glaasje achterover, stond
15 37| En hij zocht onder in zijn zak en haalde er het eindje
16 38| niet geloven en schudde zijn hoofd.~
17 40| De boer was woest, stak zijn hand op, spoog op de grond
18 40| op, spoog op de grond om zijn eer te getuigen en herhaalde: '
19 45| met baas Malandain, die zijn verklaring herhaalde en
20 45| lang uit te schelden. Op zijn eigen verzoek werd baas
21 48| staande gehouden, hield zelf zijn kennissen staande, begon
22 48| staande, begon eindeloos zijn verhaal en zijn protesten,
23 48| eindeloos zijn verhaal en zijn protesten, keerde zijn zakken
24 48| en zijn protesten, keerde zijn zakken om, om te bewijzen
25 50| doen, en bleef de hele tijd zijn verhaal maar vertellen.~
26 51| hij het de hele tijd over zijn avontuur.~
27 55| huis genomen en het aan zijn baas gegeven.~
28 56| meteen de ronde te doen en zijn verhaal te vertellen, nu
29 58| hele dag had hij het over zijn avontuur, hij vertelde het
30 58| de indruk dat er achter zijn rug gekletst werd.~
31 59| gedreven door de behoefte zijn relaas te doen.~
32 60| Malandain stond in zijn deuropening, en begon te
33 61| uit Criquetot aan, die hem zijn verhaal niet liet afmaken,
34 61| bobber op!' en zich toen op zijn hielen omdraaide.~
35 63| aan tafel zat, begon hij zijn zaak voor te leggen.~
36 69| Hij kon zijn eten niet afmaken en ging
37 70| meer verslagen waar hij met zijn Normandische boerenslimheid
38 70| gaan als een leuke grap. Zijn onschuld leek hem als het
39 70| te bewijzen, omdat ieder zijn slimheid kende. En hij voelde
40 71| Dus begon hij zijn avontuur opnieuw te vertellen,
41 71| opnieuw te vertellen, daarbij zijn verhaal dagelijks verlengend
42 71| die hij voorbereidde in zijn uren van eenzaamheid, de
43 71| des te minder geloofd nu zijn verdediging ingewikkelder
44 71| verdediging ingewikkelder en zijn argumentatie subtieler waren
45 72| leugenaars,' zeiden ze achter zijn rug.~
46 75| op veldtocht is geweest zijn slag laat vertellen. Zijn
47 75| zijn slag laat vertellen. Zijn geest, tot in de grondvesten
48 77| en in het delirium van zijn doodsstrijd getuigde hij
49 77| doodsstrijd getuigde hij van zijn onschuld door te herhalen: '
|