Par.
1 5 | boven het oppervlak van dat marktvolk uit. En schril
2 5 | voortdurend, ongebreideld lawaai dat soms overstemd werd door
3 6 | Dat alles rook naar stal, melk
4 7 | echte Normandiër, hij vond dat alles wat nog dienst kon
5 7 | van reumatiek. Hij raapte dat stukje dunne touw van de
6 9 | hun gevogelte uitgehaald, dat op de grond lag, bij de
7 13| geroosterd vlees en sap dat over de gebraden huid stroomde
8 17| aanwezig waren op de markt, dat er deze ochtend, op de weg
9 29| bang door het vermoeden dat op hem rustte, zonder dat
10 29| dat op hem rustte, zonder dat hij begreep waarom.~
11 36| doerak! Den diën heeft mien dat touwtje op zien rapen, kiek
12 39| Dat kunt u mij niet wijsmaken,
13 39| wijsmaken, baas Hauchecorne, dat baas Malandain, die toch
14 39| een geloofwaardig man is, dat touwtje voor een portefeuille
15 40| en herhaalde: 'En toch is dat de waarheid, de Gods eerlijke
16 40| ziele en mien zaligheid, dat verzeker ik je.'~
17 43| te verdraaien! Hoe kun je dat noe toch doen!'~
18 46| weg, maar waarschuwde hem dat hij het parket op de hoogte
19 48| zakken om, om te bewijzen dat hij niets had.~
20 51| de plek toonde waar hij dat eindje touw had opgeraapt,
21 55| Die man zei dat hij inderdaad het voorwerp
22 57| mien zo stak,' zei hij, 'dat is niet zozeer die bozze,
23 57| is niet zozeer die bozze, dat begriepen julder wel, maar
24 57| begriepen julder wel, maar dat bennen die liegens. Niks
25 58| zat hem iets dwars zonder dat hij precies wist wat. Het
26 58| overtuigd. Hij kreeg de indruk dat er achter zijn rug gekletst
27 64| Hé, ouwe smoefel, ik ken dat touwtje van joe!'~
28 72| Dat bennen argumentaties van
|