Par.
1 7 | Baas Hauchecorne, uit Bréauté,
2 7 | op de grond zag liggen. Baas Hauchecorne was zuinig als
3 7 | zorgvuldig oprollen toen hij baas Malandain, de zadelmaker,
4 7 | allebei haatdragend waren. Baas Hauchecorne voelde zich
5 10| langzaam wegliep: ''t Is awel, baas Anthime. 't Is joe gegund.'~
6 14| van de ploeg at daar, bij baas Jourdain, herbergier en
7 17| het gemeentehuis, of bij baas Fortuné Houlbrèque uit Manneville.
8 19| schatten de kansen in die baas Houlbrèque had al dan niet
9 22| Hij vroeg: 'Baas Hauchecorne uit Bréauté,
10 23| Baas Hauchecorne, die aan de
11 24| de brigadier vervolgde: 'Baas Hauchecorne, wilt u zo vriendelijk
12 28| Baas Hauchecorne,' sprak hij, '
13 28| opraapte die is verloren door baas Houlbrèque uit Manneville.'~
14 35| Baas Malandain, de zadelmaker.'~
15 39| kunt u mij niet wijsmaken, baas Hauchecorne, dat baas Malandain,
16 39| wijsmaken, baas Hauchecorne, dat baas Malandain, die toch een
17 45| werd geconfronteerd met baas Malandain, die zijn verklaring
18 45| zijn eigen verzoek werd baas Hauchecorne gefouilleerd.
19 54| Marius Paumelle, knecht van baas Breton, akkerbouwer in Ymauville,
20 54| portefeuille met inhoud terug aan baas Houlbrèque in Manneville.~
21 55| genomen en het aan zijn baas gegeven.~
22 56| verspreidde zich in de omgeving. Baas Hauchecorne werd ervan op
23 62| Baas Hauchecorne bleef ontsteld
|