Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Guy de Maupassant
Het touwtje

IntraText - Concordances

(Hapax - words occurring once)


1857-toond | tot-zwere

                                               bold = Main text
    Par.                                       grey = Comment text
1 1(1)| Pseudoniem van Hippolyte Percher (1857-1895), romanschrijver en 2 1(1)| Hippolyte Percher (1857-1895), romanschrijver en collega 3 57 | En wat a mien zo stak,' zei hij, ' 4 7 | Bréauté, was net in Goderville aangekomen en liep naar het plein, 5 75 | geest, tot in de grondvesten aangetast, verzwakte.~ 6 56 | verhaal te vertellen, nu aangevuld met de ontknoping. Hij triomfeerde.~ 7 39 | voor een portefeuille heeft aangezien.'~ 8 15 | verhaalde van zijn zaken, zijn aankoop en zijn verkoop. Er werden 9 7 | onenigheid met elkaar gehad naar aanleiding van een halster en waren 10 17 | algemeen aan allen - die aanwezig waren op de markt, dat er 11 25 | ongerust, sloeg zijn glaasje achterover, stond op, en nog krommer 12 12 | neus op de grond en het achterwerk in de lucht.~ 13 57 | kan je zo dwarszitten als aje deur liegens een verwiet 14 54 | knecht van baas Breton, akkerbouwer in Ymauville, de portefeuille 15 17 | van Goderville en in het algemeen aan allen - die aanwezig 16 1 | Voor Harry Alis1~ 17 7 | boos gebleven, omdat ze allebei haatdragend waren. Baas 18 17 | Goderville en in het algemeen aan allen - die aanwezig waren op 19 12 | binnenplaats vol rijtuigen van allerlei soort stond, karren, cabrioletten, 20 25 | begaf hij zich op weg, almaar herhalend: 'Hier ben ik, 21 8 | kwamen terug, verbaasd, altijd met de vrees te worden beetgenomen, 22 66 | Doch de anderen vervolgden: 'Hou toch je 23 11 | weer ontvolkt en toen het angelus de middag luidde, verspreidden 24 42 | van verontwaardiging en angst.~ 25 10 | wegliep: ''t Is awel, baas Anthime. 't Is joe gegund.'~ 26 17 | hortende stem, zijn zinnen in antimetrie scanderend: 'Hiermee wordt 27 23 | zijkant van de tafel zat, antwoordde: 'Hier ben ik.'~ 28 66 | de een vindt hem en den aore brengt hem weerom. Geen 29 71 | verdediging ingewikkelder en zijn argumentatie subtieler waren geworden.~ 30 72 | Dat bennen argumentaties van leugenaars,' zeiden 31 14 | De hele aristocratie van de ploeg at daar, bij 32 3 | hadden grote manden aan de arm waaruit hier de koppen van 33 14 | aristocratie van de ploeg at daar, bij baas Jourdain, 34 51 | Het werd avond. Hij moest weg. Hij begaf 35 52 | s Avonds deed hij de ronde in het 36 65 | stamelde: 'Maar ie is toch aweer boven water, die bozze!'~ 37 10 | langzaam wegliep: ''t Is awel, baas Anthime. 't Is joe 38 2 | hun magere lijf, leek een ballon op het punt van wegvliegen 39 29 | naar de burgemeester, al bang door het vermoeden dat op 40 3 | dier, sloegen het met een bebladerde tak op het kruis, om de 41 76 | Eind december werd hij bedlegerig.~ 42 8 | man en het gebrek bij het beest.~ 43 8 | altijd met de vrees te worden beetgenomen, zonder ooit te durven besluiten, 44 15 | het bladgewas, maar een beetje te ievallig voor het koren.~ 45 19 | En toen begonnen ze over die gebeurtenis 46 57 | niet zozeer die bozze, dat begriepen julder wel, maar dat bennen 47 16 | Meteen was iedereen overeind, behalve een paar onverschilligen, 48 59 | slechts gedreven door de behoefte zijn relaas te doen.~ 49 17 | scanderend: 'Hiermee wordt bekendgemaakt aan de inwoners van Goderville 50 3 | tegen de haren geplakt en bekroond met een muts.~ 51 17 | Manneville. Hij zal twintig frank beloning krijgen.'~ 52 70 | was te doen waarvan hij beschuldigd werd, en zelfs om er prat 53 67 | Eindelijk had hij het door. Ze beschuldigden hem ervan de portefeuille 54 10 | spier, of hadden plotseling besloten de gevraagde korting te 55 8 | beetgenomen, zonder ooit te durven besluiten, de blik van de verkoper 56 8 | de blik van de verkoper bespiedend, eindeloos op zoek naar 57 69 | ervandoor, temidden van bespottingen.~ 58 6 | weerzinwekkende lucht, menselijk en bestiaal, zo eigen aan mensen uit 59 8 | loven en bieden. De boeren betastten de koeien, verdwenen, kwamen 60 17 | portefeuille van zwart leder, bevattende vijfhonderd frank en zakelijke 61 45 | verklaring herhaalde en bevestigde. Ze zaten elkaar een uur 62 71 | verlengend en er telkens nieuwe beweegredenen aan toevoegend, heviger 63 2 | naar voren hellend bij elke beweging van hun lange, kromme benen, 64 8 | lawaaiige, trage menigte, bewogen door eindeloos loven en 65 71 | eenzaamheid, de geest uitsluitend bezig met het verhaal van het 66 2 | alle langzame en moeizame bezigheden van het platteland. Hun 67 17 | die onmiddellijk terug te bezorgen - op het gemeentehuis, of 68 8 | door eindeloos loven en bieden. De boeren betastten de 69 25 | stappen na elke maaltijd waren bijzonder moeilijk, begaf hij zich 70 10 | bleven bij hun prijs, deden bits, vertrokken geen spier, 71 15 | Het weer was goed voor het bladgewas, maar een beetje te ievallig 72 2 | van het platteland. Hun blauwe gesteven, als gevernist 73 10 | luisterden naar de voorstellen, bleven bij hun prijs, deden bits, 74 70 | hij met zijn Normandische boerenslimheid in staat was te doen waarvan 75 5 | boeren en de kappen van de boerinnen staken boven het oppervlak 76 4 | waardoor twee mannen op de bok en een vrouw achter in het 77 2 | borduurseltje van wit garen getooid, bollend rond hun magere lijf, leek 78 5 | ossen, de hoge hoeden met bont van rijke boeren en de kappen 79 2 | kraag en manchet met een borduurseltje van wit garen getooid, bollend 80 13 | draaiden, vol kippen, duiven en bouten, een zalige lucht van geroosterd 81 54 | tegen één uur in de middag, bracht Marius Paumelle, knecht 82 66 | een vindt hem en den aore brengt hem weerom. Geen hane die 83 54 | Paumelle, knecht van baas Breton, akkerbouwer in Ymauville, 84 7 | boezeroen, vervolgens in zijn broekzak, deed daarna alsof hij nog 85 61 | afmaken, hem een klap op de buik gaf en hem in het gezicht 86 7 | genoeg was om op te rapen en bukte met moeite, want hij had 87 51 | begaf zich op weg met drie buren aan wie hij de plek toonde 88 12 | allerlei soort stond, karren, cabrioletten, janplezieren, tilbury's, 89 58 | aan voorbijgangers, in het café aan mensen die zaten te 90 14 | paardenhandelaar, een slimmerik met centen.~ 91 15 | net als de kruiken gele cider. Eenieder verhaalde van 92 1(1)| 1895), romanschrijver en collega van Maupassant.~ 93 61 | Hij schoot een boer uit Criquetot aan, die hem zijn verhaal 94 71 | avontuur opnieuw te vertellen, daarbij zijn verhaal dagelijks verlengend 95 7 | vervolgens in zijn broekzak, deed daarna alsof hij nog iets op de 96 71 | vertellen, daarbij zijn verhaal dagelijks verlengend en er telkens 97 77 | Hij stierf de eerste dagen van januari, en in het delirium 98 76 | Eind december werd hij bedlegerig.~ 99 10 | voorstellen, bleven bij hun prijs, deden bits, vertrokken geen spier, 100 11 | middag luidde, verspreidden degenen die ver weg woonden zich 101 77 | dagen van januari, en in het delirium van zijn doodsstrijd getuigde 102 17 | waren op de markt, dat er deze ochtend, op de weg naar 103 36 | diën heeft mien gezien, dien doerak! Den diën heeft mien 104 7 | hij vond dat alles wat nog dienst kon doen goed genoeg was 105 27 | plaatselijke notaris, een dikke, ernstige man die in volzinnen 106 59 | De dinsdag van de week daarop ging 107 66 | Doch de anderen vervolgden: ' 108 36 | heeft mien gezien, dien doerak! Den diën heeft mien dat 109 18 | één keer in de verte het doffe geroffel van het instrument 110 77 | in het delirium van zijn doodsstrijd getuigde hij van zijn onschuld 111 52 | deed hij de ronde in het dorp Bréauté, om het aan iedereen 112 17 | weggegeven, schreeuwde de dorpsomroeper met hortende stem, zijn 113 13 | rechterrij. Drie spitten draaiden, vol kippen, duiven en bouten, 114 4 | voorbij, op de hortende draf van een hit, waardoor twee 115 21 | van de gendarmerie op de drempel verscheen.~ 116 58 | aan mensen die zaten te drinken, bij het uitgaan van de 117 2 | het harde werk, door het drukken op de ploeg waardoor de 118 5 | van Goderville was het een drukte van jewelste, een gewoel 119 13 | spitten draaiden, vol kippen, duiven en bouten, een zalige lucht 120 7 | reumatiek. Hij raapte dat stukje dunne touw van de grond en wilde 121 8 | beetgenomen, zonder ooit te durven besluiten, de blik van de 122 71 | Dus begon hij zijn avontuur 123 58 | rustig, en toch zat hem iets dwars zonder dat hij precies wist 124 57 | liegens. Niks kan je zo dwarszitten als aje deur liegens een 125 7 | Hauchecorne was zuinig als een echte Normandiër, hij vond dat 126 71 | heviger protesten, plechtiger eden die hij verzon, die hij 127 3 | van kippen, daar die van eenden staken. En zij liepen met 128 71 | voorbereidde in zijn uren van eenzaamheid, de geest uitsluitend bezig 129 40 | spoog op de grond om zijn eer te getuigen en herhaalde: ' 130 43 | zo zitten leugenen om een eerlijk mens te verdraaien! Hoe 131 40 | dat de waarheid, de Gods eerlijke waarheid, de heilige waarheid, 132 76 | Eind december werd hij bedlegerig.~ 133 67 | De boer stikte zowat. Eindelijk had hij het door. Ze beschuldigden 134 41 | opgeraapt, hebt u zelfs nog enige tijd in de modder gezocht, 135 13 | eters aan tafel straalde de enorme open haard, vol van een 136 32 | Op mien erewoord, ik weet daar glad niks 137 50 | En hij werd boos, ergerde zich, liep warm, vond het 138 46 | die niet goed wist wat hij ermee aan moest, hem weg, maar 139 27 | plaatselijke notaris, een dikke, ernstige man die in volzinnen sprak.~ 140 69 | eten niet afmaken en ging ervandoor, temidden van bespottingen.~ 141 69 | Hij kon zijn eten niet afmaken en ging ervandoor, 142 12 | de grote zaal vol eters, evenals de grote binnenplaats vol 143 17 | gemeentehuis, of bij baas Fortuné Houlbrèque uit Manneville. 144 61 | hem een klap op de buik gaf en hem in het gezicht riep: ' 145 3 | tak op het kruis, om de gang ervan te versnellen. Zij 146 2 | een borduurseltje van wit garen getooid, bollend rond hun 147 47 | omringd, met serieuze of geamuseerde nieuwsgierigheid ondervraagd, 148 19 | toen begonnen ze over die gebeurtenis te praten en schatten de 149 7 | een halster en waren boos gebleven, omdat ze allebei haatdragend 150 13 | vlees en sap dat over de gebraden huid stroomde kwam uit de 151 8 | de list bij de man en het gebrek bij het beest.~ 152 45 | Hij werd geconfronteerd met baas Malandain, die 153 59 | markt in Goderville, slechts gedreven door de behoefte zijn relaas 154 12 | tilbury's, talloze rijtuigjes, geel van de stront, vervormd, 155 45 | verzoek werd baas Hauchecorne gefouilleerd. Ze vonden niets op hem.~ 156 55 | genomen en het aan zijn baas gegeven.~ 157 10 | baas Anthime. 't Is joe gegund.'~ 158 7 | vroeger onenigheid met elkaar gehad naar aanleiding van een 159 4 | ervan vasthield om het harde gehos te verzachten.~ 160 48 | werd door iedereen staande gehouden, hield zelf zijn kennissen 161 58 | indruk dat er achter zijn rug gekletst werd.~ 162 15 | geleegd, net als de kruiken gele cider. Eenieder verhaalde 163 15 | kwamen voorbij en werden geleegd, net als de kruiken gele 164 5 | plattelander, of het langgerekte geloei van een koe, vastgebonden 165 47 | touwtje te vertellen. Ze geloofden hem niet. Ze lachten hem 166 39 | Malandain, die toch een geloofwaardig man is, dat touwtje voor 167 38 | burgemeester wilde het niet geloven en schudde zijn hoofd.~ 168 21 | toen de brigadier van de gendarmerie op de drempel verscheen.~ 169 7 | nog dienst kon doen goed genoeg was om op te rapen en bukte 170 62 | hadden ze hem 'ouwe vos' genoemd?~ 171 55 | had hij het mee naar huis genomen en het aan zijn baas gegeven.~ 172 3 | hoofddoek, tegen de haren geplakt en bekroond met een muts.~ 173 70 | voelde zich in het hart geraakt door de onrechtvaardigheid 174 18 | keer in de verte het doffe geroffel van het instrument en de 175 13 | bouten, een zalige lucht van geroosterd vlees en sap dat over de 176 4 | vreemd door elkaar werden geschud, terwijl zij de rand ervan 177 3 | omslagdoek, op hun platte borst gespeld, het hoofd omwikkeld met 178 2 | maaien van het koren, met gespreide benen om stevig te staan, 179 3 | mannen, hun magere, rechte gestalte omhuld door een krappe omslagdoek, 180 56 | werd ervan op de hoogte gesteld. Hij begon meteen de ronde 181 2 | het platteland. Hun blauwe gesteven, als gevernist glanzende 182 2 | borduurseltje van wit garen getooid, bollend rond hun magere 183 77 | delirium van zijn doodsstrijd getuigde hij van zijn onschuld door 184 40 | de grond om zijn eer te getuigen en herhaalde: 'En toch is 185 10 | de gevraagde korting te geven, en riepen dan naar de klant, 186 2 | Hun blauwe gesteven, als gevernist glanzende boezeroen, bij 187 9 | de voeten, hadden er hun gevogelte uitgehaald, dat op de grond 188 55 | het voorwerp op de weg had gevonden, maar omdat hij niet kon 189 10 | hadden plotseling besloten de gevraagde korting te geven, en riepen 190 75 | soldaat die op veldtocht is geweest zijn slag laat vertellen. 191 5 | drukte van jewelste, een gewoel van mens en dier door elkaar. 192 71 | argumentatie subtieler waren geworden.~ 193 61 | de buik gaf en hem in het gezicht riep: 'Ouwe vos, bobber 194 41 | enige tijd in de modder gezocht, of er niet een muntstukje 195 5 | En schril schreeuwende, gillende stemmen maakten een voortdurend, 196 25 | verrast, ongerust, sloeg zijn glaasje achterover, stond op, en 197 32 | mien erewoord, ik weet daar glad niks van af.'~ 198 2 | gesteven, als gevernist glanzende boezeroen, bij kraag en 199 40 | toch is dat de waarheid, de Gods eerlijke waarheid, de heilige 200 70 | op te gaan als een leuke grap. Zijn onschuld leek hem 201 75 | Grapjassen lieten hem nu voor de lol ' 202 75 | vertellen. Zijn geest, tot in de grondvesten aangetast, verzwakte.~ 203 66 | Hou toch je lèremond, grootevader, de een vindt hem en den 204 37 | zocht onder in zijn zak en haalde er het eindje touw uit.~ 205 7 | gebleven, omdat ze allebei haatdragend waren. Baas Hauchecorne 206 7 | naar aanleiding van een halster en waren boos gebleven, 207 66 | brengt hem weerom. Geen hane die ter na kraait.'~ 208 3 | witte hoofddoek, tegen de haren geplakt en bekroond met 209 1 | Voor Harry Alis1~ 210 70 | En hij voelde zich in het hart geraakt door de onrechtvaardigheid 211 64 | Montevilliers riep hem toe: ', ouwe smoefel, ik ken dat 212 77 | een touwtje... kiek, hier heb je 't, meneer de burgemeester.' ~ ~ 213 40 | Gods eerlijke waarheid, de heilige waarheid, meneer de burgemeester. 214 13 | open haard, vol van een heldere vlammen, een grote warmte 215 2 | het hele lijf naar voren hellend bij elke beweging van hun 216 12 | twee armen hun lamoen ten hemel richtend, of met de neus 217 63 | Toen hij in de herberg van Jourdain aan tafel zat, 218 11 | weg woonden zich over de herbergen.~ 219 14 | daar, bij baas Jourdain, herbergier en paardenhandelaar, een 220 77 | van zijn onschuld door te herhalen: 'Een touwtje... een touwtje... 221 25 | hij zich op weg, almaar herhalend: 'Hier ben ik, hier ben 222 36 | Toen herinnerde de oude man zich het, begreep 223 71 | beweegredenen aan toevoegend, heviger protesten, plechtiger eden 224 61 | op!' en zich toen op zijn hielen omdraaide.~ 225 17 | antimetrie scanderend: 'Hiermee wordt bekendgemaakt aan 226 1(1)| Pseudoniem van Hippolyte Percher (1857-1895), romanschrijver 227 4 | de hortende draf van een hit, waardoor twee mannen op 228 5 | Hoorns van ossen, de hoge hoeden met bont van rijke boeren 229 5 | elkaar. Hoorns van ossen, de hoge hoeden met bont van rijke 230 3 | omwikkeld met een witte hoofddoek, tegen de haren geplakt 231 6 | naar stal, melk en mest, hooi en zweet, wasemde die zure, 232 18 | Vervolgens verdween de man. Ze hoorden nog één keer in de verte 233 5 | mens en dier door elkaar. Hoorns van ossen, de hoge hoeden 234 58 | vermaakten door hem aan te horen. Ze leken niet overtuigd. 235 66 | de anderen vervolgden: 'Hou toch je lèremond, grootevader, 236 13 | sap dat over de gebraden huid stroomde kwam uit de haard, 237 65 | Hauchecorne stamelde: 'Maar ie is toch aweer boven water, 238 70 | onmogelijk te bewijzen, omdat ieder zijn slimheid kende. En 239 15 | bladgewas, maar een beetje te ievallig voor het koren.~ 240 55 | Die man zei dat hij inderdaad het voorwerp op de weg had 241 58 | overtuigd. Hij kreeg de indruk dat er achter zijn rug gekletst 242 71 | geloofd nu zijn verdediging ingewikkelder en zijn argumentatie subtieler 243 54 | Ymauville, de portefeuille met inhoud terug aan baas Houlbrèque 244 46 | de hoogte zou stellen en instructies zou vragen.~ 245 18 | het doffe geroffel van het instrument en de zwakkere stem van 246 17 | wordt bekendgemaakt aan de inwoners van Goderville en in het 247 31 | Ja zeker, u zelf.'~ 248 4 | Dan kwam er een janplezier voorbij, op de hortende 249 12 | stond, karren, cabrioletten, janplezieren, tilbury's, talloze rijtuigjes, 250 77 | stierf de eerste dagen van januari, en in het delirium van 251 5 | Goderville was het een drukte van jewelste, een gewoel van mens en 252 57 | die bozze, dat begriepen julder wel, maar dat bennen die 253 3 | een leidsel een koe of een kalf mee. En hun vrouwen, achter 254 9 | verschrikte blik en rode kam.~ 255 57 | bennen die liegens. Niks kan je zo dwarszitten als aje 256 19 | te praten en schatten de kansen in die baas Houlbrèque had 257 5 | bont van rijke boeren en de kappen van de boerinnen staken 258 12 | van allerlei soort stond, karren, cabrioletten, janplezieren, 259 29 | De boer stond paf, keek naar de burgemeester, al 260 18 | man. Ze hoorden nog één keer in de verte het doffe geroffel 261 48 | verhaal en zijn protesten, keerde zijn zakken om, om te bewijzen 262 64 | toe: 'Hé, ouwe smoefel, ik ken dat touwtje van joe!'~ 263 70 | omdat ieder zijn slimheid kende. En hij voelde zich in het 264 48 | gehouden, hield zelf zijn kennissen staande, begon eindeloos 265 58 | bij het uitgaan van de kerk de zondag daarop. Hij hield 266 7 | deuropening naar hem zag staan kijken. Ze hadden vroeger onenigheid 267 10 | geven, en riepen dan naar de klant, die al langzaam wegliep: '' 268 61 | niet liet afmaken, hem een klap op de buik gaf en hem in 269 54 | bracht Marius Paumelle, knecht van baas Breton, akkerbouwer 270 8 | De boeren betastten de koeien, verdwenen, kwamen terug, 271 21 | Ze zaten net aan de koffie toen de brigadier van de 272 60 | toen hij hem voorbij zag komen. Waarom?~ 273 3 | aan de arm waaruit hier de koppen van kippen, daar die van 274 3 | staken. En zij liepen met kortere en snellere pas dan hun 275 10 | plotseling besloten de gevraagde korting te geven, en riepen dan 276 2 | glanzende boezeroen, bij kraag en manchet met een borduurseltje 277 66 | weerom. Geen hane die ter na kraait.'~ 278 3 | gestalte omhuld door een krappe omslagdoek, op hun platte 279 58 | leken niet overtuigd. Hij kreeg de indruk dat er achter 280 7 | markt, het hoofd naar voren, krom van de pijn.~ 281 2 | beweging van hun lange, kromme benen, die vervormd waren 282 25 | achterover, stond op, en nog krommer dan de ochtend, want de 283 15 | werden geleegd, net als de kruiken gele cider. Eenieder verhaalde 284 3 | een bebladerde tak op het kruis, om de gang ervan te versnellen. 285 39 | Dat kunt u mij niet wijsmaken, baas 286 75 | veldtocht is geweest zijn slag laat vertellen. Zijn geest, tot 287 47 | Ze geloofden hem niet. Ze lachten hem uit.~ 288 9 | uitgehaald, dat op de grond lag, bij de poten vastgebonden, 289 12 | opgelapt, als twee armen hun lamoen ten hemel richtend, of met 290 45 | Ze zaten elkaar een uur lang uit te schelden. Op zijn 291 2 | bij elke beweging van hun lange, kromme benen, die vervormd 292 5 | vrolijke plattelander, of het langgerekte geloei van een koe, vastgebonden 293 2 | stevig te staan, door alle langzame en moeizame bezigheden van 294 7 | met moeite, want hij had last van reumatiek. Hij raapte 295 67 | medeplichtige, te hebben laten terugbezorgen.~ 296 5 | voortdurend, ongebreideld lawaai dat soms overstemd werd 297 8 | verloor zich meteen in de lawaaiige, trage menigte, bewogen 298 17 | een portefeuille van zwart leder, bevattende vijfhonderd 299 63 | begon hij zijn zaak voor te leggen.~ 300 3 | Sommigen voerden aan een leidsel een koe of een kalf mee. 301 58 | door hem aan te horen. Ze leken niet overtuigd. Hij kreeg 302 66 | vervolgden: 'Hou toch je lèremond, grootevader, de een vindt 303 72 | bennen argumentaties van leugenaars,' zeiden ze achter zijn 304 43 | je noe toch... zo zitten leugenen om een eerlijk mens te verdraaien! 305 70 | prat op te gaan als een leuke grap. Zijn onschuld leek 306 55 | maar omdat hij niet kon lezen, had hij het mee naar huis 307 61 | die hem zijn verhaal niet liet afmaken, hem een klap op 308 75 | Grapjassen lieten hem nu voor de lol 'het 309 7 | eindje touw op de grond zag liggen. Baas Hauchecorne was zuinig 310 2 | op de ploeg waardoor de linkerschouder omhoogkomt en tegelijkertijd 311 8 | eindeloos op zoek naar de list bij de man en het gebrek 312 75 | Grapjassen lieten hem nu voor de lol 'het touwtje' vertellen, 313 13 | ze het water in de mond lopen.~ 314 8 | bewogen door eindeloos loven en bieden. De boeren betastten 315 11 | toen het angelus de middag luidde, verspreidden degenen die 316 10 | Zij luisterden naar de voorstellen, bleven 317 2 | middel scheefgroeit, door het maaien van het koren, met gespreide 318 5 | schreeuwende, gillende stemmen maakten een voortdurend, ongebreideld 319 67 | de portefeuille door een maat, een medeplichtige, te hebben 320 2 | boezeroen, bij kraag en manchet met een borduurseltje van 321 54 | uur in de middag, bracht Marius Paumelle, knecht van baas 322 2 | het stadje, want het was marktdag. De mannen liepen met rustige 323 5 | boven het oppervlak van dat marktvolk uit. En schril schreeuwende, 324 62 | ontsteld en in toenemende mate ongerust staan. Waarom hadden 325 1(1)| romanschrijver en collega van Maupassant.~ 326 67 | portefeuille door een maat, een medeplichtige, te hebben laten terugbezorgen.~ 327 70 | van verwarring, des te meer verslagen waar hij met zijn 328 6 | Dat alles rook naar stal, melk en mest, hooi en zweet, 329 8 | meteen in de lawaaiige, trage menigte, bewogen door eindeloos 330 6 | weerzinwekkende lucht, menselijk en bestiaal, zo eigen aan 331 6 | rook naar stal, melk en mest, hooi en zweet, wasemde 332 2 | omhoogkomt en tegelijkertijd het middel scheefgroeit, door het maaien 333 71 | touwtje. Hij werd des te minder geloofd nu zijn verdediging 334 25 | maaltijd waren bijzonder moeilijk, begaf hij zich op weg, 335 7 | op te rapen en bukte met moeite, want hij had last van reumatiek. 336 2 | staan, door alle langzame en moeizame bezigheden van het platteland. 337 64 | Een paardenkoper uit Montevilliers riep hem toe: 'Hé, ouwe 338 57 | deur liegens een verwiet mot opvreten.'~ 339 41 | gezocht, of er niet een muntstukje uitgevallen was.'~ 340 3 | geplakt en bekroond met een muts.~ 341 5 | koe, vastgebonden aan de muur van een huis.~ 342 53 | Hij was er de hele nacht ziek van.~ 343 41 | burgemeester vervolgde: 'Nadat u het voorwerp hebt opgeraapt, 344 17 | naar Beuzeville, tussen - negen en tien uur, is verloren 345 12 | hemel richtend, of met de neus op de grond en het achterwerk 346 71 | verlengend en er telkens nieuwe beweegredenen aan toevoegend, 347 47 | serieuze of geamuseerde nieuwsgierigheid ondervraagd, maar zonder 348 15 | zijn verkoop. Er werden nieuwtjes over de oogst uitgewisseld. 349 7 | was zuinig als een echte Normandiër, hij vond dat alles wat 350 70 | verslagen waar hij met zijn Normandische boerenslimheid in staat 351 27 | Het was de plaatselijke notaris, een dikke, ernstige man 352 73 | hem, hij putte zich uit in nutteloze pogingen.~ 353 36 | rood van woede en zei: 'O, den diën heeft mien gezien, 354 61 | zich toen op zijn hielen omdraaide.~ 355 56 | nieuwtje verspreidde zich in de omgeving. Baas Hauchecorne werd ervan 356 2 | waardoor de linkerschouder omhoogkomt en tegelijkertijd het middel 357 3 | magere, rechte gestalte omhuld door een krappe omslagdoek, 358 47 | uitkwam werd de oude man omringd, met serieuze of geamuseerde 359 18 | de zwakkere stem van de omroeper.~ 360 3 | gestalte omhuld door een krappe omslagdoek, op hun platte borst gespeld, 361 3 | borst gespeld, het hoofd omwikkeld met een witte hoofddoek, 362 58 | zondag daarop. Hij hield onbekenden staande om het ze te vertellen. 363 47 | geamuseerde nieuwsgierigheid ondervraagd, maar zonder een spoor van 364 7 | kijken. Ze hadden vroeger onenigheid met elkaar gehad naar aanleiding 365 5 | maakten een voortdurend, ongebreideld lawaai dat soms overstemd 366 52 | Hij stuitte slechts op ongeloof.~ 367 17 | Eenieder wordt verzocht die onmiddellijk terug te bezorgen - op het 368 70 | onschuld leek hem als het ware onmogelijk te bewijzen, omdat ieder 369 70 | het hart geraakt door de onrechtvaardigheid van die verdenking. ~ 370 56 | vertellen, nu aangevuld met de ontknoping. Hij triomfeerde.~ 371 62 | Baas Hauchecorne bleef ontsteld en in toenemende mate ongerust 372 11 | langzaam maar zeker weer ontvolkt en toen het angelus de middag 373 16 | overeind, behalve een paar onverschilligen, en ze renden naar de deur, 374 15 | werden nieuwtjes over de oogst uitgewisseld. Het weer was 375 8 | worden beetgenomen, zonder ooit te durven besluiten, de 376 13 | tafel straalde de enorme open haard, vol van een heldere 377 12 | van de stront, vervormd, opgelapt, als twee armen hun lamoen 378 71 | begon hij zijn avontuur opnieuw te vertellen, daarbij zijn 379 5 | boerinnen staken boven het oppervlak van dat marktvolk uit. En 380 28 | Beuzeville de portefeuille opraapte die is verloren door baas 381 7 | en wilde het zorgvuldig oprollen toen hij baas Malandain, 382 57 | liegens een verwiet mot opvreten.'~ 383 5 | door elkaar. Hoorns van ossen, de hoge hoeden met bont 384 16 | huis. Meteen was iedereen overeind, behalve een paar onverschilligen, 385 5 | ongebreideld lawaai dat soms overstemd werd door de schaterlach 386 58 | te horen. Ze leken niet overtuigd. Hij kreeg de indruk dat 387 16 | iedereen overeind, behalve een paar onverschilligen, en ze renden 388 14 | Jourdain, herbergier en paardenhandelaar, een slimmerik met centen.~ 389 64 | Een paardenkoper uit Montevilliers riep hem 390 29 | De boer stond paf, keek naar de burgemeester, 391 17 | vijfhonderd frank en zakelijke papieren. Eenieder wordt verzocht 392 46 | waarschuwde hem dat hij het parket op de hoogte zou stellen 393 54 | de middag, bracht Marius Paumelle, knecht van baas Breton, 394 1(1)| Pseudoniem van Hippolyte Percher (1857-1895), romanschrijver 395 7 | naar voren, krom van de pijn.~ 396 27 | op te wachten. Het was de plaatselijke notaris, een dikke, ernstige 397 3 | krappe omslagdoek, op hun platte borst gespeld, het hoofd 398 2 | moeizame bezigheden van het platteland. Hun blauwe gesteven, als 399 5 | ronde borst van een vrolijke plattelander, of het langgerekte geloei 400 71 | toevoegend, heviger protesten, plechtiger eden die hij verzon, die 401 51 | drie buren aan wie hij de plek toonde waar hij dat eindje 402 73 | putte zich uit in nutteloze pogingen.~ 403 9 | op de grond lag, bij de poten vastgebonden, met verschrikte 404 70 | beschuldigd werd, en zelfs om er prat op te gaan als een leuke 405 19 | over die gebeurtenis te praten en schatten de kansen in 406 58 | iets dwars zonder dat hij precies wist wat. Het leek wel alsof 407 10 | voorstellen, bleven bij hun prijs, deden bits, vertrokken 408 1(1)| Pseudoniem van Hippolyte Percher (1857- 409 2 | leek een ballon op het punt van wegvliegen waaruit een 410 73 | het, het vrat aan hem, hij putte zich uit in nutteloze pogingen.~ 411 11 | Vervolgens raakte het plein langzaam maar 412 7 | last van reumatiek. Hij raapte dat stukje dunne touw van 413 16 | renden naar de deur, naar de ramen, met de mond nog vol en 414 4 | geschud, terwijl zij de rand ervan vasthield om het harde 415 3 | hun mannen, hun magere, rechte gestalte omhuld door een 416 13 | warmte in de rug van de rechterrij. Drie spitten draaiden, 417 59 | gedreven door de behoefte zijn relaas te doen.~ 418 16 | paar onverschilligen, en ze renden naar de deur, naar de ramen, 419 7 | moeite, want hij had last van reumatiek. Hij raapte dat stukje dunne 420 12 | armen hun lamoen ten hemel richtend, of met de neus op de grond 421 10 | gevraagde korting te geven, en riepen dan naar de klant, die al 422 5 | hoge hoeden met bont van rijke boeren en de kappen van 423 4 | een vrouw achter in het rijtuig vreemd door elkaar werden 424 12 | de grote binnenplaats vol rijtuigen van allerlei soort stond, 425 12 | janplezieren, tilbury's, talloze rijtuigjes, geel van de stront, vervormd, 426 9 | met verschrikte blik en rode kam.~ 427 17 | Toen hij zijn roffel had weggegeven, schreeuwde 428 16 | Plotseling roffelde de trommel op de binnenplaats, 429 1(1)| Hippolyte Percher (1857-1895), romanschrijver en collega van Maupassant.~ 430 36 | zich het, begreep het, werd rood van woede en zei: 'O, den 431 6 | Dat alles rook naar stal, melk en mest, 432 58 | te vertellen. Nu was hij rustig, en toch zat hem iets dwars 433 2 | marktdag. De mannen liepen met rustige pas, het hele lijf naar 434 29 | het vermoeden dat op hem rustte, zonder dat hij begreep 435 13 | van geroosterd vlees en sap dat over de gebraden huid 436 17 | zijn zinnen in antimetrie scanderend: 'Hiermee wordt bekendgemaakt 437 5 | soms overstemd werd door de schaterlach uit de ronde borst van een 438 19 | gebeurtenis te praten en schatten de kansen in die baas Houlbrèque 439 2 | tegelijkertijd het middel scheefgroeit, door het maaien van het 440 45 | elkaar een uur lang uit te schelden. Op zijn eigen verzoek werd 441 7 | Hij verborg zijn vondst schielijk onder zijn boezeroen, vervolgens 442 61 | Hij schoot een boer uit Criquetot aan, 443 15 | De schotels kwamen voorbij en werden 444 17 | zijn roffel had weggegeven, schreeuwde de dorpsomroeper met hortende 445 5 | marktvolk uit. En schril schreeuwende, gillende stemmen maakten 446 5 | van dat marktvolk uit. En schril schreeuwende, gillende stemmen 447 38 | wilde het niet geloven en schudde zijn hoofd.~ 448 47 | de oude man omringd, met serieuze of geamuseerde nieuwsgierigheid 449 16 | met de mond nog vol en het servet in de hand.~ 450 75 | veldtocht is geweest zijn slag laat vertellen. Zijn geest, 451 70 | bewijzen, omdat ieder zijn slimheid kende. En hij voelde zich 452 14 | en paardenhandelaar, een slimmerik met centen.~ 453 25 | boer, verrast, ongerust, sloeg zijn glaasje achterover, 454 3 | vrouwen, achter het dier, sloegen het met een bebladerde tak 455 46 | Ten slotte stuurde de burgemeester, 456 64 | riep hem toe: 'Hé, ouwe smoefel, ik ken dat touwtje van 457 3 | zij liepen met kortere en snellere pas dan hun mannen, hun 458 75 | vertellen, zoals je de soldaat die op veldtocht is geweest 459 3 | Sommigen voerden aan een leidsel 460 5 | ongebreideld lawaai dat soms overstemd werd door de schaterlach 461 12 | vol rijtuigen van allerlei soort stond, karren, cabrioletten, 462 10 | deden bits, vertrokken geen spier, of hadden plotseling besloten 463 13 | van de rechterrij. Drie spitten draaiden, vol kippen, duiven 464 40 | woest, stak zijn hand op, spoog op de grond om zijn eer 465 47 | ondervraagd, maar zonder een spoor van verontwaardiging. En 466 24 | burgemeester zou u willen spreken.'~ 467 70 | Normandische boerenslimheid in staat was te doen waarvan hij 468 2 | met hun vrouwen naar het stadje, want het was marktdag. 469 6 | Dat alles rook naar stal, melk en mest, hooi en zweet, 470 65 | Hauchecorne stamelde: 'Maar ie is toch aweer 471 25 | ochtend, want de eerste stappen na elke maaltijd waren bijzonder 472 46 | parket op de hoogte zou stellen en instructies zou vragen.~ 473 13 | stroomde kwam uit de haard, stemde de mensen vrolijk, deed 474 5 | schril schreeuwende, gillende stemmen maakten een voortdurend, 475 2 | met gespreide benen om stevig te staan, door alle langzame 476 77 | Hij stierf de eerste dagen van januari, 477 70 | verontwaardigd naar huis, stikkend van woede, van verwarring, 478 27 | burgemeester zat hem in een stoel op te wachten. Het was de 479 13 | Achter de eters aan tafel straalde de enorme open haard, vol 480 12 | rijtuigjes, geel van de stront, vervormd, opgelapt, als 481 13 | dat over de gebraden huid stroomde kwam uit de haard, stemde 482 52 | iedereen te vertellen. Hij stuitte slechts op ongeloof.~ 483 7 | reumatiek. Hij raapte dat stukje dunne touw van de grond 484 46 | Ten slotte stuurde de burgemeester, die niet 485 71 | ingewikkelder en zijn argumentatie subtieler waren geworden.~ 486 3 | sloegen het met een bebladerde tak op het kruis, om de gang 487 74 | Hij takelde zichtbaar af.~ 488 12 | janplezieren, tilbury's, talloze rijtuigjes, geel van de 489 2 | linkerschouder omhoogkomt en tegelijkertijd het middel scheefgroeit, 490 71 | dagelijks verlengend en er telkens nieuwe beweegredenen aan 491 69 | afmaken en ging ervandoor, temidden van bespottingen.~ 492 66 | hem weerom. Geen hane die ter na kraait.'~ 493 67 | medeplichtige, te hebben laten terugbezorgen.~ 494 4 | door elkaar werden geschud, terwijl zij de rand ervan vasthield 495 17 | Beuzeville, tussen - negen en tien uur, is verloren een portefeuille 496 12 | cabrioletten, janplezieren, tilbury's, talloze rijtuigjes, geel 497 64 | uit Montevilliers riep hem toe: 'Hé, ouwe smoefel, ik ken 498 62 | Hauchecorne bleef ontsteld en in toenemende mate ongerust staan. Waarom 499 71 | nieuwe beweegredenen aan toevoegend, heviger protesten, plechtiger 500 51 | buren aan wie hij de plek toonde waar hij dat eindje touw


1857-toond | tot-zwere

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License