Par.
1 [Title]| sprak Pierre Jouvenet, 'ik ken Italië niet, en toch
2 [Title]| Italië niet, en toch heb ik twee keer geprobeerd erheen
3 [Title]| geprobeerd erheen te gaan, maar ik word altijd op zodanige
4 [Title]| dat mooie land gegeven. Ik hoef slechts nog de steden,
5 [Title]| vol is, te leren kennen. Ik ga weer op de eerste dag
6 [Title]| Dat snappen jullie niet? - Ik zal het jullie uitleggen.'~
7 [Title]| Het was in 1874 dat ik zin kreeg Venetië, Florence,
8 [Title]| Napels te gaan bezoeken. Ik kreeg de bevlieging rond
9 [Title]| hart wekte.~ Toch ben ik niet zo'n reiziger. Je verplaatsen,
10 [Title]| kamer, het verdachte bed! - Ik ben meer dan wat ook aan
11 [Title]| wij op aarde hebben.~ Ik kan geen laken van een hotelbed
12 [Title]| die matras geslapen? En ik denk aan al die vreselijke
13 [Title]| en de rest zullen zijn. Ik denk aan hen die je een
14 [Title]| wanneer je ze tegenkomt. Ik denk aan mismaakten, stinkerds,
15 [Title]| in dat bed geweest waarin ik ga slapen. Het doet me zeer
16 [Title]| me zeer aan het hart als ik mijn voet er insteek.~
17 [Title]| onbekende straten, die ken ik. Ik ben er banger voor dan
18 [Title]| onbekende straten, die ken ik. Ik ben er banger voor dan voor
19 [Title]| voor wat ook.~ Doordat ik dan ook niet alleen wilde
20 [Title]| reis naar Italië, besloot ik mij te laten begeleiden
21 [Title]| valleien gaan.2~~~ ~ Toen ik met Paul over Italië begon,
22 [Title]| Parijs te verlaten, maar ik begon hem reisavonturen
23 [Title]| reisavonturen te verhalen, ik vertelde hem hoezeer Italiaanse
24 [Title]| doorgaan voor betoverend, ik spiegelde hem verfijnde
25 [Title]| dankzij een aanbeveling die ik had voor een zekere signore
26 [Title]| te veranderen, antwoordde ik: 'Dan had je niet mee moeten
27 [Title]| Hij antwoordde niet. Maar ik kreeg zin om te lachen als
28 [Title]| kreeg zin om te lachen als ik naar hem keek, zo ziedend
29 [Title]| manier van doen. Hoe moet ik het omschrijven? Een overeenkomst
30 [Title]| zitten.~ Telkens als ik onderweg of in de stad een
31 [Title]| volgens jou voor vrouw?'~ Ik begon te lachen en zei: '
32 [Title]| lachen en zei: 'Dat weet ik niet. Het kan me ook niks
33 [Title]| ze let nergens op.'~ Ik mompelde: 'Jij vangt bot.'~
34 [Title]| Maar hij werd boos en zei: 'Ik zit helemaal niet te vissen,
35 [Title]| te vissen, beste jongen, ik vind die vrouw heel knap,
36 [Title]| kunnen spreken? Maar wat moet ik dan tegen haar zeggen? Weet
37 [Title]| Volstrekt niet. Maar ik zou zeggen een derderangs
38 [Title]| leek hem te ergeren, alsof ik iets kwetsends had gezegd,
39 [Title]| vervolgde: 'Waar zie je dat aan? Ik vind juist dat ze er heel
40 [Title]| heel netjes uitziet.'~ Ik antwoordde: 'Maar kijk dan
41 [Title]| haren, beste jongen, zo heb ik er nog nooit gezien!'~
42 [Title]| er nog nooit gezien!'~ Ik zei tegen hem: 'Kom op,
43 [Title]| haar niet aanspreken, jij? Ik kom op niks. Ik ben bij
44 [Title]| aanspreken, jij? Ik kom op niks. Ik ben bij het eerste treffen
45 [Title]| altijd zo stom verlegen. Ik heb nog nooit een vrouw
46 [Title]| straat durven aanspreken. Ik volg ze, ik draai eromheen,
47 [Title]| aanspreken. Ik volg ze, ik draai eromheen, ik loop
48 [Title]| volg ze, ik draai eromheen, ik loop op ze af, maar nooit
49 [Title]| op ze af, maar nooit vind ik de nodige woorden. Een enkele
50 [Title]| woorden. Een enkele keer heb ik geprobeerd een gesprek aan
51 [Title]| gesprek aan te knopen. Doordat ik heel duidelijk kon merken
52 [Title]| stap verwacht werd en omdat ik beslist iets moest zeggen,
53 [Title]| iets moest zeggen, stamelde ik: 'Is alles goed met u, mevrouw?'
54 [Title]| mevrouw?' Ze lachte me uit en ik ben ervandoor gegaan.'~
55 [Title]| ben ervandoor gegaan.'~ Ik beloofde Paul al mijn kunde
56 [Title]| plaatsen hadden ingenomen vroeg ik heel beleefd aan onze buurvrouw: '
57 [Title]| Ze was Italiaanse! Ik kreeg een geweldige zin
58 [Title]| woord van die taal, dus ik moest als tolk optreden.
59 [Title]| moest als tolk optreden. Ik begon meteen mijn rol te
60 [Title]| meteen mijn rol te spelen. Ik verklaarde dus in het Italiaans: '
61 [Title]| verklaarde dus in het Italiaans: 'Ik vroeg u mevrouw, of u ook
62 [Title]| mij opgeslagen, waardoor ik nogal verbaasd was, niet
63 [Title]| verbaasd was, niet wetend of ik dat 'wat kan mij dat schelen!'
64 [Title]| rust' moest aanzien.~ Ik vervolgde: 'Mevrouw, als
65 [Title]| Toch was dat toestemming en ik zei tegen Paul: 'Je kunt
66 [Title]| tegen haar gezegd?'~ 'Ik heb haar gevraagd of we
67 [Title]| we zin in hadden.'~ En ik stak mijn sigaar op.~
68 [Title]| in Genua aankomen?'~ Ik antwoordde: 'Om elf uur
69 [Title]| minuut stilte, vervolgde ik: 'Wij gaan ook naar Genua,
70 [Title]| naar Genua, mijn vriend en ik, als wij u onderweg ergens
71 [Title]| zij niet antwoordde hield ik vol: 'U bent alleen, en
72 [Title]| n keihard 'mica' uit dat ik mijn mond maar hield.~
73 [Title]| grapje en vroeg me kortaf of ik zo vriendelijk wilde zijn
74 [Title]| te steken. Toen vertaalde ik dus de vraag van de jonge
75 [Title]| aanvankelijk niet gemakkelijk en ik wist ook niet wat ik moest
76 [Title]| en ik wist ook niet wat ik moest bedenken, hoewel ik
77 [Title]| ik moest bedenken, hoewel ik zelf ook wel lust kreeg
78 [Title]| bagagecontrole.~ Hoewel ik een afkeer heb van slecht
79 [Title]| lunchen en dineren, ging ik een hele voorraad eten kopen
80 [Title]| haar eetlust te strikken. Ik vermoedde wel dat dat meisje
81 [Title]| steeds met zijn drietjes. Ik stalde de etenswaren op
82 [Title]| dan wat aan!'~ 'Dat ben ik ook van plan, beste jongen,
83 [Title]| toe opzij naar ons eten en ik voelde best dat ze nog honger
84 [Title]| twee croissants op had. Ik liet haar dus haar karig
85 [Title]| beëindigden. Toen vroeg ik: 'Zou u niet zo vriendelijk
86 [Title]| gemene stem dan overdag, en ik drong aan: 'Wilt u mij toestaan
87 [Title]| wat wijn aan te bieden? Ik zie dat u nog niets gedronken
88 [Title]| een bijna beleefd mica. Ik nam het op Italiaanse wijze
89 [Title]| in stro verpakte flesje, ik vulde een glas en hield
90 [Title]| Drinkt u toch,' sprak ik tot haar, 'dat is ons welkom
91 [Title]| bedankje weer terug.~ Ik hield haar vervolgens de
92 [Title]| Neemt u ervan mevrouw, wat ik u mag bidden. U ziet dat
93 [Title]| fruit en zei, zo snel dat ik de grootste moeite had het
94 [Title]| alleen van aardbeien.'~ En ik legde de krant vol bosaardbeitjes
95 [Title]| beweging van haar handen, vroeg ik haar: 'En, wat kan ik u
96 [Title]| vroeg ik haar: 'En, wat kan ik u aanbieden?'~ Ze antwoordde: '
97 [Title]| aanbieden?'~ Ze antwoordde: 'Ik wil best een beetje kip.'
98 [Title]| weer in haar hoekje.~ Ik begon dit vreselijk leuk
99 [Title]| vreselijk leuk te vinden, en ik wilde haar nog meer te eten
100 [Title]| meer te eten geven, waarbij ik om haar te overreden mijn
101 [Title]| herhaald 'mica' toe, zo erg dat ik niet meer waagde haar spijsvertering
102 [Title]| spijsvertering te verstoren.~ Ik wendde me tot mijn vriend
103 [Title]| vriend en zei: 'Arme Paul, ik geloof dat al onze moeite
104 [Title]| einder te verschijnen, zodat ik ze soms voor vuurtorens
105 [Title]| zweven.~ En plotseling zag ik onder de bomen, langs het
106 [Title]| zodra het ontstoken werd. Ik dekte onze lamp af met haar
107 [Title]| lichtende beestje. Toen ik haar zag bewegen zei ik: '
108 [Title]| ik haar zag bewegen zei ik: 'Wij naderen Genua, mevrouw.'
109 [Title]| vervelende gedachte: 'Wat moet ik nu doen?'~ En plotseling
110 [Title]| ze me: 'Willen jullie dat ik met jullie meega?'~ Ik
111 [Title]| ik met jullie meega?'~ Ik was zo verrast dat ik het
112 [Title]| Ik was zo verrast dat ik het niet begreep.~ 'Hoezo,
113 [Title]| razender: 'Willen jullie dat ik meteen met jullie meega?'~ '
114 [Title]| jullie meega?'~ 'Dat wil ik best, maar waar wilt u heen?
115 [Title]| u heen? Waar wilt u dat ik u naartoe breng?'~ Ze
116 [Title]| we naar een hotel.'~ Ik wendde mij tot Paul en zei: '
117 [Title]| Waarom? Hoe?'~ 'Weet ik veel? Ze heeft me net dat
118 [Title]| meest geërgerde toon gedaan. Ik heb geantwoord dat we naar
119 [Title]| Maar natuurlijk, dat wil ik best, zeg haar maar dat
120 [Title]| gaat ze met mij mee?'~ Ik wendde mij tot de Italiaanse,
121 [Title]| vriend graag willen weten of ik u de arm moet geven of hij?'~
122 [Title]| verrassing: 'Che mi fa?'~ Ik verklaarde mij nader: 'In
123 [Title]| aarzelen zei ze: 'Jij!'~ Ik wendde mij tot Paul en zei: '
124 [Title]| moeten we met die vrouw die ik weet niet wat voor noten
125 [Title]| hotel toelaten!'~ Maar ik begon net de Italiaanse
126 [Title]| veel beter te vinden dan ik haar aanvankelijk had ingeschat,
127 [Title]| aanvankelijk had ingeschat, en ik stond erop, ja ik stond
128 [Title]| ingeschat, en ik stond erop, ja ik stond er echt op haar nu
129 [Title]| op haar nu mee te nemen. Ik was zelfs verrukt van dat
130 [Title]| verrukt van dat denkbeeld en ik voelde al die rillingen
131 [Title]| door de aderen zendt.~ Ik antwoordde: 'Beste jongen,
132 [Title]| vaart, we waren er.~ Ik stapte uit en stak mijn
133 [Title]| sprong lenig op de grond en ik bood haar mijn arm, die
134 [Title]| met nerveuze stappen.~ Ik zei tegen hem: 'Naar welk
135 [Title]| maar hoe je je redt!'~ Ik was in verwarring. Ik had
136 [Title]| Ik was in verwarring. Ik had het Cité de Paris geschreven
137 [Title]| te reserveren... en nu... ik wist niet meer wat ik nu
138 [Title]| ik wist niet meer wat ik nu moest.~ Twee kruiers
139 [Title]| volgden ons met de koffers. Ik vervolgde: 'Ga jij maar
140 [Title]| de baas doorschemeren dat ik een... vriendin bij me heb,
141 [Title]| die rol passen me niet. Ik ben hier niet gekomen om
142 [Title]| voor te bereiden.'~ Maar ik drong aan: 'Toe nou, beste
143 [Title]| met een eetkamer.'~ Ik legde de nadruk op drie,
144 [Title]| Hij ging dus vooruit en ik zag hem onder de grote luifel
145 [Title]| hotel verdwijnen terwijl ik aan de overkant van de straat
146 [Title]| je dat indeelt.'~ En ik volgde hem, beschaamd met
147 [Title]| gescheiden door een salonnetje. Ik bestelde een koud souper
148 [Title]| koud souper en toen wendde ik mij lichtelijk verdwaasd
149 [Title]| Che mi fa?' Toen pakte ik haar zwarthouten reisnecessaire
150 [Title]| personeelskoffer, en die bracht ik naar het rechterappartement
151 [Title]| het rechterappartement dat ik voor haar... of voor ons
152 [Title]| Francesca Rondoli, Genua.'~ Ik vroeg haar: 'Heet u Francesca?'~
153 [Title]| zonder te antwoorden.~ Ik vervolgde: 'We gaan zo dadelijk
154 [Title]| mond nam als 'che mi fa?'. Ik drong aan: 'Na een treinreis
155 [Title]| onaangenaam avontuur, en ik nam mijn necessaire mee.~
156 [Title]| mijn necessaire mee.~ Ik pakte alle schoonheidsinstrumentjes
157 [Title]| nieuwe tandenborstel - want ik heb er altijd een paar bij
158 [Title]| schaartje, mijn vijl, sponzen. Ik maakte een fles eau de cologne
159 [Title]| om haar de keus te laten. Ik zette mijn doosje met iriswortelpoeder
160 [Title]| met daarin de poederkwast. Ik legde een van mijn fijne
161 [Title]| lijken over mijn zorg.~ Ik zei: 'Dit is zo'n beetje
162 [Title]| beetje wat u nodig hebt, ik zal u wel waarschuwen als
163 [Title]| souper klaar is.'~ En ik ging naar de salon. Paul
164 [Title]| en zich erin opgesloten, ik moest dus in mijn eentje
165 [Title]| was.~ Zachtjes klopte ik op de deur van juffrouw
166 [Title]| Zij riep: 'Kom binnen.' Ik ging naar binnen. Een verstikkende
167 [Title]| of ontslagen keukenmeid. Ik zag in een oogopslag wat
168 [Title]| doordringende lucht dat ik bijna een aanval van migraine
169 [Title]| gekregen om op te schieten. Ik kon alleen maar beschamende
170 [Title]| weg op de canapé. Toch zag ik met enige ongerustheid het
171 [Title]| van slaapplaatsen naderen. Ik besloot de zaak te forceren,
172 [Title]| ontevreden blik toe.~ Ik sprak tot haar: 'Omdat we
173 [Title]| hebben, vindt u het goed dat ik met u meega naar de uwe?'~
174 [Title]| dus niet onaangenaam dat ik met u meega.'~ 'Het kan
175 [Title]| naar bed?'~ 'Ja, dat wil ik best, ik heb slaap.'~
176 [Title]| Ja, dat wil ik best, ik heb slaap.'~ Ze stond
177 [Title]| woedend beantwoordde en ik lichtte haar bij naar onze
178 [Title]| dwarszitten. 'Hier,' zei ik haar weer, 'is alles wat
179 [Title]| wat u nodig hebt.'~ En ik zorgde er zelf voor de helft
180 [Title]| leggen.~ Toen keerde ik terug naar Paul. Zodra ik
181 [Title]| ik terug naar Paul. Zodra ik binnen was verklaarde hij: '
182 [Title]| een mooi wijf meegenomen!' Ik antwoordde lachend: 'Beste
183 [Title]| overhoudt, beste jongen.'~ Ik schrok, met die knagende
184 [Title]| geoogste kussen bederft. Maar ik hing de dappere jongen uit
185 [Title]| smerige en kwetsende lach. Ik ging zitten, geplaagd door
186 [Title]| door benauwdheid. Wat moest ik gaan doen? Want hij had
187 [Title]| Doe maar wat je wilt, ik heb je gewaarschuwd. Je
188 [Title]| komen beklagen.'~ Maar ik zag in zijn blik een zo
189 [Title]| vrolijk de draak met me, dat ik niet langer aarzelde. Ik
190 [Title]| ik niet langer aarzelde. Ik gaf hem een hand. 'Welterusten,'
191 [Title]| hand. 'Welterusten,' zei ik tegen hem.~Wie zonder wagen
192 [Title]| het gevaar waard.'~ En ik liep met vastberaden stap
193 [Title]| Francesca's kamer in.~ Ik bleef in de deuropening
194 [Title]| In een seconde was ik de wijze raad van mijn kameraad
195 [Title]| maar plotseling, nadat ik mij naar de kaptafel had
196 [Title]| kaptafel had gewend, zag ik alles in de staat waarin
197 [Title]| alles in de staat waarin ik het had achtergelaten, en
198 [Title]| het had achtergelaten, en ik ging zitten, helemaal niet
199 [Title]| besluiteloosheid.~ Ja, ik heb daar lang gezeten, heel
200 [Title]| trouwens onmogelijk voor mij en ik moest de nacht hetzij in
201 [Title]| op eigen risico.~ Als ik nu moest kiezen tussen hier
202 [Title]| daar slapen, daar hoefde ik niet aan te denken, want
203 [Title]| hadden het veel te druk.~ Ik zat geen minuut stil, ik
204 [Title]| Ik zat geen minuut stil, ik beefde helemaal, was koortsig,
205 [Title]| geprikkeld. Vervolgens begon ik te redeneren als iemand
206 [Title]| verplicht me tot niks als ik ga liggen. Ik kan om uit
207 [Title]| tot niks als ik ga liggen. Ik kan om uit te rusten altijd
208 [Title]| een stoel zitten.'~ En ik kleedde me langzaam uit,
209 [Title]| naar de verleiding.~ En ik bleef nog lang liggen, heel
210 [Title]| even onverschillig alsof ik er niet bij was geweest.~
211 [Title]| En toen... nou ja... ik maakte gebruik van de omstandigheid
212 [Title]| mijn rechterarm.~ En ik begon na te denken over
213 [Title]| zwakheid. Toen dommelde ik eindelijk in.~ ~ Ze
214 [Title]| het opstaan wekte mij en ik bekeek haar van onder mijn
215 [Title]| bleef zitten dromen.~ Ik deed toen alsof ik haar
216 [Title]| Ik deed toen alsof ik haar plotseling zag en zei: '
217 [Title]| daarvoor: 'Goeiemorgen.'~ Ik vroeg: 'Heb je lekker geslapen?'~
218 [Title]| antwoorden. En toen sprong ik op de grond en liep naar
219 [Title]| zelf om gevraagd heeft. Ik nam haar vervolgens verliefd
220 [Title]| was nu toch getapt, dus ik zou gek geweest zijn er
221 [Title]| niet van te drinken) en ik plaatste zachtjes mijn lippen
222 [Title]| die zij wegdraaide.~ Ik zei: 'Vind je het niet lekker
223 [Title]| antwoordde: 'Mica'.~ Ik ging op de koffer naast
224 [Title]| Het is aldoor hetzelfde. Ik noem je voortaan juffrouw
225 [Title]| Voor het eerste meende ik op haar mond een schaduw
226 [Title]| streek zo snel voorbij dat ik me heb kunnen vergissen.~ '
227 [Title]| tijd "mica" zegt, dan weet ik niet meer wat ik moet doen
228 [Title]| dan weet ik niet meer wat ik moet doen om je nog te genoegen.
229 [Title]| derden in liefdeszaken. Ik deed alsof ik in de wolken
230 [Title]| liefdeszaken. Ik deed alsof ik in de wolken was en drukte
231 [Title]| wat ge je nou doen?'~ Ik antwoordde: 'We gaan eerst
232 [Title]| musea te gaan bezoeken. Ik sleepte Francesca aan mijn
233 [Title]| Paul tegen me: 'Weet je, ik ga ervandoor, want ik wil
234 [Title]| je, ik ga ervandoor, want ik wil geen drie weken zitten
235 [Title]| de liefde bedrijft!'~ Ik was stomverbaasd en het
236 [Title]| mijn grote verrassing was ik op een rare manier aan Francesca
237 [Title]| geprikkeld of getemd zijn. Ik hechtte aan dat hoertje
238 [Title]| hechtte aan dat hoertje dat ik helemaal niet kende, aan
239 [Title]| altijd ontevreden hoertje. Ik hield van haar chagrijnig
240 [Title]| de ergernis in haar blik, ik hield van haar vermoeide
241 [Title]| toestemming vol minachting, ik hield ook van haar onverschilligheid
242 [Title]| bevredigt, trok mij naar haar. Ik vertelde het aan Paul, open
243 [Title]| willen uitleggen waarom. Ik gebruikte smeekbeden, redenaties,
244 [Title]| beloftes, niets hielp.~ En ik bleef.~ Paul verklaarde
245 [Title]| uitbarstingen van woede antwoordde ik: 'Je kunt gaan als je je
246 [Title]| gaan als je je verveelt. Ik houd je niet tegen.'~
247 [Title]| riep uit: 'Maar waar moet ik dan nu heen? We hebben drie
248 [Title]| veertien dagen voorbij! Ik kan zomaar niet die reis
249 [Title]| bovendien, dacht je nou echt dat ik in mijn eentje naar Venetië,
250 [Title]| Florence en Rome vertrok! Maar ik zal je dit betaald zetten,
251 [Title]| zwerfster!'~ Doodkalm zei ik tegen hem: 'Welnu, ga dan
252 [Title]| En hij tierde: 'Dat ga ik ook doen, morgen meteen.'~
253 [Title]| toeval? Tevergeefs probeerde ik haar te begrijpen, haar
254 [Title]| haar te verklaren. Hoe meer ik haar leerde kennen, des
255 [Title]| voordeel op mij te behalen.~ Ik probeerde haar uit te vragen,
256 [Title]| Ze antwoordde me niet. Ik bleef bij haar, het hart
257 [Title]| reis kwam in zicht, want ik moest de elfde juli terug
258 [Title]| schelden. Wat mij betreft, ik bedacht pleziertjes, afleiding,
259 [Title]| mijn vriend te vermaken, en ik deed er ik weet niet hoeveel
260 [Title]| vermaken, en ik deed er ik weet niet hoeveel moeite
261 [Title]| voor.~ Op een dag stelde ik ze een uitstapje voor naar
262 [Title]| Francesca tegen me: 'Morgen kan ik niet met jullie mee. Ik
263 [Title]| ik niet met jullie mee. Ik ga mijn ouders opzoeken.'~
264 [Title]| Toen zweeg ze weer. Ik vroeg niet verder, want
265 [Title]| vroeg niet verder, want ik wist dat ze me toch niet
266 [Title]| ochtend heel vroeg op. Omdat ik bleef liggen, ging ze aan
267 [Title]| haar zin, aarzelend: 'Als ik vanavond niet teruggekomen
268 [Title]| je me dan opzoeken?'~ Ik antwoordde: 'Ja natuurlijk,
269 [Title]| natuurlijk, zeker. Waar moet ik heen?'~ Ze verklaarde: '
270 [Title]| het.'~ En ze vertrok. Ik was helemaal verbluft.~
271 [Title]| Waar is Francesca dan?' En ik vertelde hem wat er net
272 [Title]| je koffers. Op weg!'~ Ik weigerde en zei: 'Welnee,
273 [Title]| Welnee, beste jongen, ik kan dat meisje toch niet
274 [Title]| te hebben samengeleefd. Ik moet haar toch vaarwel zeggen,
275 [Title]| haar toch vaarwel zeggen, ik moet haar iets aanbieden,
276 [Title]| haar iets aanbieden, nee, ik zal me daar als een ploert
277 [Title]| de kop gek. Toch zwichtte ik niet.~ Ik ging de hele
278 [Title]| Toch zwichtte ik niet.~ Ik ging de hele dag niet naar
279 [Title]| grappig, wat grappig.'~ Ik was verbaasd, dat moet ik
280 [Title]| Ik was verbaasd, dat moet ik toegeven, en ook wel een
281 [Title]| primitief: "Wacht op me, ik kom terug." Ga je nog lang
282 [Title]| om erheen te gaan?'~ Ik protesteerde: 'Welnee, beste
283 [Title]| Welnee, beste jongen, ik verzeker je dat als ze morgen
284 [Title]| ze morgen niet terug is, ik om acht uur met de sneltrein
285 [Title]| sneltrein vertrek. Dan heb ik vierentwintig uur gewacht.
286 [Title]| De hele avond zat ik in onrust, een beetje triest,
287 [Title]| een beetje zenuwachtig. Ik had toch een zwak voor haar
288 [Title]| gekweekt. Rond middernacht ging ik naar bed. Ik kon amper slapen.~
289 [Title]| middernacht ging ik naar bed. Ik kon amper slapen.~ Om
290 [Title]| slapen.~ Om zes uur was ik alweer op. Ik wekte Paul,
291 [Title]| zes uur was ik alweer op. Ik wekte Paul, ik pakte mijn
292 [Title]| alweer op. Ik wekte Paul, ik pakte mijn koffer, en samen
293 [Title]| Welnu, het toeval wilde dat ik het jaar daarop, precies
294 [Title]| door derdendaagse koorts. Ik besloot meteen die reis
295 [Title]| lijken.~ Dit keer vertrok ik alleen en op hetzelfde uur
296 [Title]| als het jaar daarvoor kwam ik in Genua aan, maar zonder
297 [Title]| avontuur te hebben beleefd. Ik nam hetzelfde hotel en bij
298 [Title]| hotel en bij toeval kreeg ik ook dezelfde kamer!~
299 [Title]| kamer!~ Maar amper was ik in dat bed gestapt, of de
300 [Title]| pijnlijkste ervaringen die ik ken. Je hebt het idee dat
301 [Title]| Enfin, de hele nacht werd ik achtervolgd door die herinnering
302 [Title]| tastbaarder, scherper, brandend. Ik besloot de volgende dag
303 [Title]| me niet zou lukken, zou ik 's avonds de trein kunnen
304 [Title]| toen het ochtend werd, ging ik naar haar op zoek. Ik herinnerde
305 [Title]| ging ik naar haar op zoek. Ik herinnerde me nog tot in
306 [Title]| het gebouw rechts.'~ Ik vond dat alles niet zonder
307 [Title]| vroeg ze: 'Wat wilt u?'~ Ik antwoordde: 'Woont hier
308 [Title]| Wat moet u van haar?'~ 'Ik had vorig jaar het genoegen
309 [Title]| genoegen haar te ontmoeten en ik zou haar graag terug willen
310 [Title]| Hoe heet u dan?'~ Ik aarzelde een seconde, noemde
311 [Title]| noemde toen mijn naam. Ik had die nog niet uitgesproken
312 [Title]| bent die Fransman, wat ben ik blij om u te zien! O wat
313 [Title]| om u te zien! O wat ben ik blij! Maar, wat hebt u dat
314 [Title]| echt waar, heel verdrietig. Ik ben haar moeder!'~ Ik
315 [Title]| Ik ben haar moeder!'~ Ik voelde me werkelijk een
316 [Title]| gebracht. Maar toch herkreeg ik mijn zelfverzekerdheid en
317 [Title]| nek had. Ze vervolgde: 'Ik heb ook nog twee oorbellen
318 [Title]| en ringen, maar die draag ik 's morgens niet, die ga
319 [Title]| s morgens niet, die ga ik zo aantrekken, als ik mij
320 [Title]| ga ik zo aantrekken, als ik mij ga opmaken. O, ze is
321 [Title]| Wat zal ze blij zijn als ik haar schrijf dat u bent
322 [Title]| gebruiken, kom binnen.'~ Ik weigerde, want ik wilde
323 [Title]| Ik weigerde, want ik wilde nu met de eerste de
324 [Title]| Komt u toch binnen, meneer, ik moet toch tegen haar kunnen
325 [Title]| ons bent geweest.'~ En ik trad binnen in een kleine,
326 [Title]| helemaal alleen dit jaar?'~ Ik antwoordde: 'Ja, ik ben
327 [Title]| Ik antwoordde: 'Ja, ik ben helemaal alleen.'~
328 [Title]| ben helemaal alleen.'~ Ik voelde de lust me nu bekruipen
329 [Title]| mevrouw moeder Rondoli. Ik moest echter een glas siroop
330 [Title]| echt betreuren.'~ Toen ik vervolgens opstond om te
331 [Title]| meteen, lieve meid.'~ Ik wilde protesteren, maar
332 [Title]| een heel goeie dochter, en ik houd heel veel van haar.'~
333 [Title]| heel veel van haar.'~ Ik hoorde op de trap het geluid
334 [Title]| die arme meneer. Dus heb ik tegen hem gezegd dat jij
335 [Title]| glimlachen: 'Als hij dat wil, wil ik best.'~ Hoe had ik dat
336 [Title]| wil ik best.'~ Hoe had ik dat nu kunnen weigeren?
337 [Title]| dat nu kunnen weigeren? Ik verklaarde: 'Maar natuurlijk
338 [Title]| verklaarde: 'Maar natuurlijk wil ik best.'~ Daarop schoof
339 [Title]| weg was, verklaarde ze: 'Ik heb er nog twee, maar die
340 [Title]| de arm, en daar slenterde ik met haar door de straten,
341 [Title]| het jaar daarvoor.~ Ik ging terug naar het hotel
342 [Title]| om te lunchen, toen nam ik mijn nieuwe vriendin mee
343 [Title]| naar Santa Margherita, en ik maakte dezelfde tochtjes
344 [Title]| maakte dezelfde tochtjes die ik met Francesca had gemaakt.~
345 [Title]| veertien dagen waarover ik beschikte, nam ik Carlotta
346 [Title]| waarover ik beschikte, nam ik Carlotta mee naar de omgeving
347 [Title]| Ze droeg er zorg voor dat ik die andere niet betreurde.~
348 [Title]| niet betreurde.~ Toen ik haar verliet was ze in tranen,
349 [Title]| ochtend van mijn vertrek, en ik liet haar naast een aandenken
350 [Title]| armbanden voor haar moeder.~ Ik ben van plan een dezer dagen
351 [Title]| Italië te gaan nemen en ik bedenk me daarbij met een
|