Par.
1 [Title]| slechts bewoonbaar doordat zij er zijn, de zon is stralend
2 [Title]| is stralend en warm omdat zij hen verlicht. De lucht is
3 [Title]| heerlijk om in te ademen, want zij strijkt over hun huid en
4 [Title]| de stem der natuur zullen zij verstaan~Die bij bossengeruis
5 [Title]| was nu al duidelijk dat zij geen nette manieren kende.
6 [Title]| tabaksrook, mevrouw?'~ Zij antwoordde: 'Non capisco.'~
7 [Title]| tabaksrook?'~ Woest beet zij mij toe: 'Che mi fa!'~
8 [Title]| Daarop antwoordde zij: 'Mica', met een intonatie
9 [Title]| overtuigd.'~ Aangezien zij niet antwoordde hield ik
10 [Title]| aanbieden?'~ Weer antwoordde zij: 'Mica!', maar met een minder
11 [Title]| vlucht. Plotseling zette zij zich in de zwarte haren
12 [Title]| grootste minachting sprak zij: 'Nou! Dan gaan we naar
13 [Title]| naar een hotel gingen, en zij heeft daarop weer gezegd: "
14 [Title]| die zich met alles wat zij wil bezighoudt en haar nukken
15 [Title]| zeep bij de waskom.~ Zij volgde mijn bewegingen met
16 [Title]| deur van juffrouw Rondoli. Zij riep: 'Kom binnen.' Ik ging
17 [Title]| zag in een oogopslag wat zij onder toilet maken verstond .
18 [Title]| de fles. Daarentegen had zij blijk gegeven van een verrassende
19 [Title]| lucht te hangen, zo had zij zich gezicht en hals bepoederd.
20 [Title]| ze opstond, verspreidde zij een zo doordringende lucht
21 [Title]| haar hoffelijk de hand.~ Zij opende haar vermoeide ogen
22 [Title]| lijn, die hol trekt in de zij, zich vervolgens bij de
23 [Title]| zalige betovering, wanneer zij languit op de lakens van
24 [Title]| werd mijn buurvrouw wakker. Zij sloeg haar verbaasde en
25 [Title]| omstandigheid zonder dat zij zich trouwens aan iets ter
26 [Title]| ochtend. De beweging die zij maakte bij het opstaan wekte
27 [Title]| hoefde te doen. Toen besloot zij de kaptafel te benaderen
28 [Title]| die grote kwade ogen die zij, met tegenzin, onder mijn
29 [Title]| op die volle lippen die zij wegdraaide.~ Ik zei: '
30 [Title]| om gekust te worden?'~ Zij antwoordde: 'Mica'.~
31 [Title]| denkbeeld? Ofwel leefde zij van het avontuur, van ontmoetingen
32 [Title]| liefde haar beroep maakte. Zij leek me eerder een dochter
33 [Title]| drukte de grote armbanden die zij om haar polsen, en het zware
34 [Title]| Carlotta met u meegaat, zij kent alle wandelingen heel
35 [Title]| dochter, de tweede.'~ Zij zag ongetwijfeld mijn stomme
36 [Title]| voor instemming aan, waarop zij zich op de binnendeur stortte,
37 [Title]| kans niet toe: 'Nee, nee, zij houdt u gezelschap, ze is
38 [Title]| onder dak.'~ Daarop begon zij mij te vertellen van haar
39 [Title]| Vervolgens wendde zij zich nog tot haar dochter
|