Par.
1 [Title]| ik ken Italië niet, en toch heb ik twee keer geprobeerd
2 [Title]| landinwaarts te komen. En toch hebben die twee pogingen
3 [Title]| liefde in het hart wekte.~ Toch ben ik niet zo'n reiziger.
4 [Title]| grote hotel vol mensen en toch zo leeg, de onbekende, afstotelijke
5 [Title]| overeenkwam met: Sodemieter op! Toch was dat toestemming en ik
6 [Title]| opening te vinden.'~ Toch keek ze af en toe opzij
7 [Title]| haar voor.~ 'Drinkt u toch,' sprak ik tot haar, 'dat
8 [Title]| vleeseter. Toen besloot ze toch maar wat kersen te nemen,
9 [Title]| zang heeft? Ze gaan ons toch niet in een net hotel toelaten!'~
10 [Title]| naar een slecht, en het is toch niet echt moeilijk om aan
11 [Title]| dommelde ze weg op de canapé. Toch zag ik met enige ongerustheid
12 [Title]| haar kent? Je verbaast me toch wel! Jij vist in een wagon
13 [Title]| mijn armen (de wijn was nu toch getapt, dus ik zou gek geweest
14 [Title]| want ik wist dat ze me toch niet zou antwoorden.~
15 [Title]| ervandoor gaan. Onze tijd zit er toch bijna op. Twee dagen meer
16 [Title]| jongen, ik kan dat meisje toch niet op zo'n manier laten
17 [Title]| samengeleefd. Ik moet haar toch vaarwel zeggen, ik moet
18 [Title]| druk, zeurde me de kop gek. Toch zwichtte ik niet.~ Ik
19 [Title]| beetje zenuwachtig. Ik had toch een zwak voor haar gekweekt.
20 [Title]| Francesca, die trouwens toch al sinds de vorige dag vaag
21 [Title]| huid tegen de jouwe. En toch ben je alleen, dat weet
22 [Title]| ze te vet was, behield ze toch een opmerkelijke vorstelijkheid
23 [Title]| op de terugweg, omdat ze toch niet mee u mee had willen
24 [Title]| van streek gebracht. Maar toch herkreeg ik mijn zelfverzekerdheid
25 [Title]| mij, haar moeder. Dat is toch aardig, niet?'~ En ze
26 [Title]| u bent gekomen! Maar kom toch binnen meneer, gaat u zitten.
27 [Title]| meneer, gaat u zitten. U wilt toch wel wat gebruiken, kom binnen.'~
28 [Title]| almaar herhalend: 'Komt u toch binnen, meneer, ik moet
29 [Title]| binnen, meneer, ik moet toch tegen haar kunnen zeggen
30 [Title]| in de stad blijft. Er is toch niks aan, om er alleen op
|