Par.
1 [Title]| te leren kennen. Ik ga weer op de eerste dag proberen
2 [Title]| een buffet.~ Toen we weer in onze wagon stapten, had
3 [Title]| tien minuten vertrekken we weer! Buffet!' riep de beambte.~
4 [Title]| beambte.~ We moesten weer in de trein. Onze buurvrouw
5 [Title]| te wekken. En hij begon weer met mij te kouten, toverde
6 [Title]| groeien. En altijd maar weer zie je rozen, velden, vlakten,
7 [Title]| In Cannes wilde hij weer een onderonsje met mij en
8 [Title]| onderonsje met mij en beduidde me weer uit te stappen.~ Amper
9 [Title]| gesprek te komen en toen we weer onze plaatsen hadden ingenomen
10 [Title]| mocht hebben...' Ze sprak weer een zo'n keihard 'mica'
11 [Title]| veroveren.~ We reden weer verder. We zaten nog steeds
12 [Title]| te laten aanbieden?'~ Weer antwoordde zij: 'Mica!',
13 [Title]| begeerte om 'ja' te zeggen, en weer zei ze 'mica', maar een
14 [Title]| gaf ze het zonder bedankje weer terug.~ Ik hield haar
15 [Title]| genoeg', en nestelde zich weer in haar hoekje.~ Ik begon
16 [Title]| gingen, en zij heeft daarop weer gezegd: "Nou, dan gaan we
17 [Title]| maken?'~ Ze antwoordde weer met een 'mica', een woord
18 [Title]| dwarszitten. 'Hier,' zei ik haar weer, 'is alles wat u nodig hebt.'~
19 [Title]| bij de dij verheft, dan weer de lichte, sierlijke helling
20 [Title]| storen. En ze sliep rustig weer in, met haar hoofd op mijn
21 [Title]| woord.~ Daarna gingen we weer eten.~ De volgende dag
22 [Title]| opzoeken.'~ Toen zweeg ze weer. Ik vroeg niet verder, want
23 [Title]| dag dacht ze dat u haar weer zou komen opzoeken. Ze wilde
24 [Title]| reis door Italië, en dat u weer langs Genua zou komen en
25 [Title]| van plan een dezer dagen weer eens een kijkje in Italië
|