Par.
1 [Title]| Jullie kennen Paul. Voor hem bestaan de wereld en het
2 [Title]| slag. Het bestaan lijkt hem verdicht, verlucht door
3 [Title]| verlaten, maar ik begon hem reisavonturen te verhalen,
4 [Title]| te verhalen, ik vertelde hem hoezeer Italiaanse vrouwen
5 [Title]| betoverend, ik spiegelde hem verfijnde genoegens voor
6 [Title]| om te lachen als ik naar hem keek, zo ziedend leek hij.
7 [Title]| gezelschap.'~ Dat leek hem te ergeren, alsof ik iets
8 [Title]| Dat denkbeeld zat hem duidelijk dwars: 'Ze is
9 [Title]| gezien!'~ Ik zei tegen hem: 'Kom op, rustig aan. Of
10 [Title]| wilde zijn niet de draak met hem te steken. Toen vertaalde
11 [Title]| stappen.~ Ik zei tegen hem: 'Naar welk hotel gaan we?
12 [Title]| legde de nadruk op drie, wat hem over de streep trok.~
13 [Title]| ging dus vooruit en ik zag hem onder de grote luifel van
14 [Title]| indeelt.'~ En ik volgde hem, beschaamd met zulk verdacht
15 [Title]| beschamende woorden uit hem krijgen, geërgerde meningen
16 [Title]| langer aarzelde. Ik gaf hem een hand. 'Welterusten,'
17 [Title]| Welterusten,' zei ik tegen hem.~Wie zonder wagen wint,
18 [Title]| de wolken was en drukte hem stevig de hand, een handdruk
19 [Title]| man uit Parijs meekomen om hem in een hotel in Genua op
20 [Title]| Doodkalm zei ik tegen hem: 'Welnu, ga dan terug naar
21 [Title]| Francesca dan?' En ik vertelde hem wat er net gebeurd was.~
22 [Title]| meneer. Dus heb ik tegen hem gezegd dat jij met hem mee
23 [Title]| tegen hem gezegd dat jij met hem mee zou gaan om hem gezelschap
24 [Title]| met hem mee zou gaan om hem gezelschap te houden.'~
|