Par.
1 [Title]| pogen te vangen~Voor het wel en wee van hun schamel heelal~
2 [Title]| andere die ze misschien wel uitsluitend beoefent.'~ ~ '
3 [Title]| bedenken, hoewel ik zelf ook wel lust kreeg dat moeilijke
4 [Title]| te strikken. Ik vermoedde wel dat dat meisje in haar normalen
5 [Title]| sterrenregen. Het leken wel druppels licht die sprongen,
6 [Title]| stem: 'Alleen moeten we wel weten met wie ze meegaat?
7 [Title]| begrijpen en dan zien we wel wat hij antwoordt.'~
8 [Title]| sprak hij, 'ze nemen ons wel. Maar er zijn maar twee
9 [Title]| wat u nodig hebt, ik zal u wel waarschuwen als het souper
10 [Title]| lege waskom, maar het leek wel alsof de jongedame de helft
11 [Title]| kent? Je verbaast me toch wel! Jij vist in een wagon een
12 [Title]| gezeten, heel lang, misschien wel een uur, zonder tot iets
13 [Title]| Paul verklaarde dat hij wel alleen zou vertrekken. Hij
14 [Title]| was.~ Hij riep uit: 'Wel mijn beste, maak van de
15 [Title]| moet ik toegeven, en ook wel een beetje gekwetst. Hij
16 [Title]| opzoeken. Ze wilde zien of u wel van haar hield! Als u eens
17 [Title]| gaat u zitten. U wilt toch wel wat gebruiken, kom binnen.'~
18 [Title]| wat verdrietig, begrijpt u wel. Nu ontbreekt het haar aan
19 [Title]| van vorig jaar, je weet wel. Hij kwam haar opzoeken,
|