Par.
1 [Title]| hangen~En een witte kornet tegen 't groen van een dal.~~Melodieën
2 [Title]| spreken? Maar wat moet ik dan tegen haar zeggen? Weet jij niks?
3 [Title]| bossen rozen. Ze klimmen tegen muren op, ontplooien zich
4 [Title]| nooit gezien!'~ Ik zei tegen hem: 'Kom op, rustig aan.
5 [Title]| dat toestemming en ik zei tegen Paul: 'Je kunt roken.' Hij
6 [Title]| belachelijke manier: 'Wat heb je tegen haar gezegd?'~ 'Ik heb
7 [Title]| De Italiaanse werd tegen kwart voor elf wakker, met
8 [Title]| nerveuze stappen.~ Ik zei tegen hem: 'Naar welk hotel gaan
9 [Title]| hand. 'Welterusten,' zei ik tegen hem.~Wie zonder wagen wint,
10 [Title]| heen en strekte mij uit tegen de muur, met mijn rug naar
11 [Title]| De derde dag zei Paul tegen me: 'Weet je, ik ga ervandoor,
12 [Title]| verveelt. Ik houd je niet tegen.'~ Dan begon hij me uit
13 [Title]| zwerfster!'~ Doodkalm zei ik tegen hem: 'Welnu, ga dan terug
14 [Title]| Plotseling zei Francesca tegen me: 'Morgen kan ik niet
15 [Title]| een beetje beschaamd, of tegen haar zin, aarzelend: 'Als
16 [Title]| de streling van haar huid tegen de jouwe. En toch ben je
17 [Title]| binnen, meneer, ik moet toch tegen haar kunnen zeggen dat u
18 [Title]| arme meneer. Dus heb ik tegen hem gezegd dat jij met hem
19 [Title]| geheel naar haar smaak en zei tegen ons: 'Vooruit kinderen,
|