Par.
1 [Title]| we de triestheid van het hotel, van het grote hotel vol
2 [Title]| het hotel, van het grote hotel vol mensen en toch zo leeg,
3 [Title]| En die diners in het hotel, die lange diners met het
4 [Title]| terug te hoeven naar het hotel waarin je je nog meer verloren
5 [Title]| achter kunnen komen naar welk hotel ze gaat, dan nemen wij hetzelfde.
6 [Title]| Maar wij gaan naar een hotel.'~ Met de grootste minachting
7 [Title]| Nou! Dan gaan we naar een hotel.'~ Ik wendde mij tot
8 [Title]| geantwoord dat we naar een hotel gingen, en zij heeft daarop
9 [Title]| Nou, dan gaan we naar een hotel!" Ze heeft waarschijnlijk
10 [Title]| ons toch niet in een net hotel toelaten!'~ Maar ik begon
11 [Title]| zei tegen hem: 'Naar welk hotel gaan we? Het wordt misschien
12 [Title]| dat je beter naar een goed hotel kunt gaan dan naar een slecht,
13 [Title]| grote luifel van een mooi hotel verdwijnen terwijl ik aan
14 [Title]| in het eerste het beste hotel. Jij neemt haar mee. En
15 [Title]| Parijs meekomen om hem in een hotel in Genua op te sluiten met
16 [Title]| beleefd. Ik nam hetzelfde hotel en bij toeval kreeg ik ook
17 [Title]| En toen is ze naar het hotel gegaan. U was al weg. Toen
18 [Title]| Ik ging terug naar het hotel om te lunchen, toen nam
|