Par.
1 [Title]| handen die doen vermoeden hoe de voeten en de rest zullen
2 [Title]| gaan begrijp je pas goed hoe alles aanstaand en kort
3 [Title]| te zoeken zie je pas goed hoe alles middelmatig en kortstondig
4 [Title]| schuimen zie je pas goed hoe klein ze is, en voortdurend
5 [Title]| hand als leeg ervaart.~~Hoe charmant, deze lui, die
6 [Title]| zijn hele manier van doen. Hoe moet ik het omschrijven?
7 [Title]| aanschouwen lieten voelen hoe ze op het hoofd moesten
8 [Title]| natuurlijk leek: 'Weet u ook hoe laat wij in Genua aankomen?'~
9 [Title]| begreep.~ 'Hoezo, met ons? Hoe bedoelt u?'~ Ze herhaalde,
10 [Title]| Met ons? Waarheen? Waarom? Hoe?'~ 'Weet ik veel? Ze
11 [Title]| dat schelen. Je ziet maar hoe je je redt!'~ Ik was
12 [Title]| twee kamers. Je ziet maar hoe je dat indeelt.'~ En
13 [Title]| drie weken zitten toekijken hoe jij met die lichtekooi de
14 [Title]| doorgronden, haar te verklaren. Hoe meer ik haar leerde kennen,
15 [Title]| plekke, in Genua!'~ 'Hoe heet u dan?'~ Ik aarzelde
16 [Title]| haar hield! Als u eens wist hoe ze heeft gehuild toen ze
17 [Title]| drinken.~ Ze vervolgde: 'Hoe dat zo, bent u helemaal
18 [Title]| dat wil, wil ik best.'~ Hoe had ik dat nu kunnen weigeren?
|