Par.
1 [Title]| nergens op.'~ Ik mompelde: 'Jij vangt bot.'~ Maar hij
2 [Title]| tegen haar zeggen? Weet jij niks? Heb jij een idee wat
3 [Title]| zeggen? Weet jij niks? Heb jij een idee wat voor vrouw
4 [Title]| Hij vervolgde: 'Kun jij haar niet aanspreken, jij?
5 [Title]| jij haar niet aanspreken, jij? Ik kom op niks. Ik ben
6 [Title]| vreemde taal spreken waar jij bij bent. En hij vroeg op
7 [Title]| Zonder te aarzelen zei ze: 'Jij!'~ Ik wendde mij tot
8 [Title]| laat om terug te krabbelen. Jij bent degene geweest die
9 [Title]| koffers. Ik vervolgde: 'Ga jij maar vooruit. Zeg maar dat
10 [Title]| binnen was verklaarde hij: 'Jij hebt me een mooi wijf meegenomen!'
11 [Title]| zien strijken: 'En denk jij dat jij haar kent? Je verbaast
12 [Title]| strijken: 'En denk jij dat jij haar kent? Je verbaast me
13 [Title]| Je verbaast me toch wel! Jij vist in een wagon een Italiaanse
14 [Title]| eerste het beste hotel. Jij neemt haar mee. En dan doe
15 [Title]| vergissen.~ 'Maar als jij de hele tijd "mica" zegt,
16 [Title]| weken zitten toekijken hoe jij met die lichtekooi de liefde
17 [Title]| ik tegen hem gezegd dat jij met hem mee zou gaan om
|