Par.
1 [Title]| nog meer verloren voelt, want daar hoor je thuis, in het
2 [Title]| heerlijk om in te ademen, want zij strijkt over hun huid
3 [Title]| onontbeerlijke spullen had, want ze leek me duidelijk in
4 [Title]| een nieuwe tandenborstel - want ik heb er altijd een paar
5 [Title]| Wat moest ik gaan doen? Want hij had gelijk. Een vreselijke
6 [Title]| haar kousen uit te trekken, want die waren op het bed blijven
7 [Title]| ongetwijfeld aan iets aangenaams, want ze had even gewacht alvorens
8 [Title]| hoefde ik niet aan te denken, want mijn kop ging te hard tekeer
9 [Title]| Weet je, ik ga ervandoor, want ik wil geen drie weken zitten
10 [Title]| en het zat me ook dwars, want tot mijn grote verrassing
11 [Title]| langzamerhand bekend geworden, want we liepen er van de ochtend
12 [Title]| doen? Wat verwachtte ze? Want ze leek geenszins een poging
13 [Title]| mijn reis kwam in zicht, want ik moest de elfde juli terug
14 [Title]| weer. Ik vroeg niet verder, want ik wist dat ze me toch niet
15 [Title]| die reis te ondernemen, want het bezoeken van Florence,
16 [Title]| binnen.'~ Ik weigerde, want ik wilde nu met de eerste
|