Par.
1 [Title]| huid, zwarte handen die doen vermoeden hoe de voeten
2 [Title]| in zijn hele manier van doen. Hoe moet ik het omschrijven?
3 [Title]| te bedenken wat hij moest doen om haar aandacht te trekken,
4 [Title]| vond dat wij maar moesten doen waar we zin in hadden.'~
5 [Title]| zullen wij dat graag voor u doen, weest u daarvan overtuigd.'~
6 [Title]| meisje in haar normalen doen van oorsprong welgesteld
7 [Title]| gedachte: 'Wat moet ik nu doen?'~ En plotseling vroeg
8 [Title]| benauwdheid. Wat moest ik gaan doen? Want hij had gelijk. Een
9 [Title]| verbaasd dat ze niets hoefde te doen. Toen besloot zij de kaptafel
10 [Title]| ik niet meer wat ik moet doen om je nog te genoegen. Bijvoorbeeld
11 [Title]| Bijvoorbeeld vandaag, wat gaan we doen?' Ze aarzelde alsof een
12 [Title]| vroeg: 'En wat ge je nou doen?'~ Ik antwoordde: 'We
13 [Title]| hij tierde: 'Dat ga ik ook doen, morgen meteen.'~ Maar
14 [Title]| Maar wat wilde ze dan gaan doen? Wat verwachtte ze? Want
15 [Title]| geenszins een poging te doen mij te veroveren of een
16 [Title]| blijven, en een poging te doen haar terug te vinden. Als
|