Par.
1 [Title]| gaan, maar ik word altijd op zodanige wijze aan de grens
2 [Title]| leren kennen. Ik ga weer op de eerste dag proberen mij
3 [Title]| kist, het gevoel van vuil op je huid, die rondvliegende
4 [Title]| en het zachtste dat wij op aarde hebben.~ Ik kan
5 [Title]| afstotelijke lui hebben op die matras geslapen? En
6 [Title]| je in een verlicht café op een stoel ploffen, waarvan
7 [Title]| bedrukken dan de schaduwen op straat. Dan, achter een
8 [Title]| altijd en overal alleen op de wereld bent, maar dat
9 [Title]| dat de vertrouwde omgang op bekende plekken je slechts
10 [Title]| leeg is, door het onbekende op te zoeken zie je pas goed
11 [Title]| alleen wilde vertrekken op die reis naar Italië, besloot
12 [Title]| vochtige ogen~En een naam op zijn lippen naar de sterren
13 [Title]| II~~ Wij namen op een donderdagavond de sneltrein,
14 [Title]| hij. Hij leek werkelijk op een eekhoorn. Ieder van
15 [Title]| aanschouwen lieten voelen hoe ze op het hoofd moesten wegen.
16 [Title]| vertrok.~ Ze bleef roerloos op haar plek zitten, haar blikken
17 [Title]| dingen die gericht waren op uitwerking, gaf het gesprek
18 [Title]| uit te stappen en zodra we op het perron stonden sprak
19 [Title]| vast zorgen, ze let nergens op.'~ Ik mompelde: 'Jij
20 [Title]| kende. Ze had haar zakdoek op haar knieën uitgespreid
21 [Title]| slikte snel haar fruit door, op een heel grappige, driftige
22 [Title]| manier.~ Paul vrat haar op met zijn blikken, zat te
23 [Title]| sloeg volstrekt geen acht op zijn inspanningen.~ We
24 [Title]| vaderland van de bloemen, op die verrukkelijke kust van
25 [Title]| wild, in smalle dalen, op hellingen van heuvels, de
26 [Title]| Ze klimmen tegen muren op, ontplooien zich op daken,
27 [Title]| muren op, ontplooien zich op daken, klimmen in bomen,
28 [Title]| klimmen in bomen, bloeien op tussen het lommer, wit,
29 [Title]| die lange zandstranden, op een zee van hard, verstild
30 [Title]| Ik zei tegen hem: 'Kom op, rustig aan. Of anders eropaf
31 [Title]| aanspreken, jij? Ik kom op niks. Ik ben bij het eerste
32 [Title]| heb nog nooit een vrouw op straat durven aanspreken.
33 [Title]| draai eromheen, ik loop op ze af, maar nooit vind ik
34 [Title]| overeenkwam met: Sodemieter op! Toch was dat toestemming
35 [Title]| jij bij bent. En hij vroeg op een totaal belachelijke
36 [Title]| En ik stak mijn sigaar op.~ Paul vervolgde: 'Is
37 [Title]| vroeg de Italiaanse mij op diezelfde ontevreden toon
38 [Title]| Ik stalde de etenswaren op het bankje uit, sneed de
39 [Title]| aan, legde ook plakjes ham op een papiertje, en rangschikte
40 [Title]| het eten gingen, haalde ze op haar beurt een stukje chocola
41 [Title]| te kraken.~ Paul zei op gedempte stem: 'Bied haar
42 [Title]| als ze die twee croissants op had. Ik liet haar dus haar
43 [Title]| beleefd mica. Ik nam het op Italiaanse wijze in stro
44 [Title]| Ze pakte het glas op ontevreden wijze en leegde
45 [Title]| krant vol bosaardbeitjes op haar schoot. Ze begon ze
46 [Title]| begon ze meteen bliksemsnel op te eten, pakte ze met het
47 [Title]| afstand in haar mond, die op parmantige en bekoorlijke
48 [Title]| bekoorlijke wijze openging om ze op te vangen.~ Toen ze het
49 [Title]| langs zee vuren ontstoken op de landtongen, op de toppen
50 [Title]| ontstoken op de landtongen, op de toppen van voorgebergten,
51 [Title]| volslagen duister, iets wat leek op een sterrenregen. Het leken
52 [Title]| gevallen om een feestje op aarde te houden. Dat waren
53 [Title]| dat als een levend juweel op het voorhoofd van de ingeslapen
54 [Title]| net dat vreemde voorstel op de meest geërgerde toon
55 [Title]| luisteren, teruggevallen op haar volslagen onbezorgdheid,
56 [Title]| je hebt geen geluk.'~ Op woeste toon verklaarde hij: '
57 [Title]| weet niet wat voor noten op haar zang heeft? Ze gaan
58 [Title]| erop, ja ik stond er echt op haar nu mee te nemen. Ik
59 [Title]| verwachting die het vooruitzicht op een liefdesnacht je door
60 [Title]| hand toe. Ze sprong lenig op de grond en ik bood haar
61 [Title]| Ik legde de nadruk op drie, wat hem over de streep
62 [Title]| uitkoos. Een Franse hand had op een etiket geschreven: '
63 [Title]| lekker om je een beetje op te knappen.'~ Toen schoot
64 [Title]| zette er toen een koude kip op en kondigde aan dat het
65 [Title]| Zachtjes klopte ik op de deur van juffrouw Rondoli.
66 [Title]| kapsalons.~ De Italiaanse zat op haar koffer in een houding
67 [Title]| handdoek was opgevouwen op de nog steeds volle lampetkan
68 [Title]| van in haar wenkbrauwen, op haar wimpers en haar slapen,
69 [Title]| rimpels van haar gezicht, op haar neusvleugels, in het
70 [Title]| had een humeur gekregen om op te schieten. Ik kon alleen
71 [Title]| En toen ze haar maaltijd op had, dommelde ze weg op
72 [Title]| op had, dommelde ze weg op de canapé. Toch zag ik met
73 [Title]| heb slaap.'~ Ze stond op, geeuwde, gaf Paul een handdruk
74 [Title]| jongen uit en zei: 'Kom op, die meid is geen zwerfster.'~
75 [Title]| een wagon een Italiaanse op die alleen reist, ze biedt
76 [Title]| Ze sliep al, poedelnaakt, op bed. De slaap had haar verrast
77 [Title]| trekken, want die waren op het bed blijven liggen,
78 [Title]| had even gewacht alvorens op te staan, om haar dromerij
79 [Title]| luxe van een bakvis, lag op een stoel.~ Ze was charmant,
80 [Title]| betovering, wanneer zij languit op de lakens van de sponde
81 [Title]| ging zitten, helemaal niet op mijn gemak, geplaagd door
82 [Title]| doorbrengen, hetzij mij op mijn beurt te ruste leggen,
83 [Title]| te ruste leggen, geheel op eigen risico.~ Als ik
84 [Title]| rusten altijd nog beter op een matras liggen dan op
85 [Title]| op een matras liggen dan op een stoel zitten.'~ En
86 [Title]| nog altijd ontevreden ogen op, merkte toen dat ze naakt
87 [Title]| dat ze naakt was, stond op en trok op haar gemak haar
88 [Title]| naakt was, stond op en trok op haar gemak haar nachthemd
89 [Title]| weer in, met haar hoofd op mijn rechterarm.~ En
90 [Title]| een knie in haar handen op haar koffer zitten, en bleef
91 [Title]| antwoorden. En toen sprong ik op de grond en liep naar haar
92 [Title]| plaatste zachtjes mijn lippen op die grote kwade ogen die
93 [Title]| onder mijn kussen sloot, op die lichte wangen, op die
94 [Title]| sloot, op die lichte wangen, op die volle lippen die zij
95 [Title]| antwoordde: 'Mica'.~ Ik ging op de koffer naast haar zitten
96 [Title]| Voor het eerste meende ik op haar mond een schaduw van
97 [Title]| Paul zat ons in de eetkamer op te wachten met het geërgerde
98 [Title]| haar luie en slordige blik op meesterwerken. Paul ergerde
99 [Title]| grote verrassing was ik op een rare manier aan Francesca
100 [Title]| mij dan met mij, reageerde op al mijn begeerten, al mijn
101 [Title]| hem in een hotel in Genua op te sluiten met een Italiaanse
102 [Title]| vloekend en tierend.~ Op straat waren we zo langzamerhand
103 [Title]| trottoirs, in die stad die lijkt op een enorm stenen doolhof,
104 [Title]| doorboord met gangetjes die op tunneltjes lijken. We liepen
105 [Title]| ander tastbaar voordeel op mij te behalen.~ Ik probeerde
106 [Title]| hoeveel moeite voor.~ Op een dag stelde ik ze een
107 [Title]| volgende ochtend heel vroeg op. Omdat ik bleef liggen,
108 [Title]| van de meubelhandelaar, op de binnenplaats, helemaal
109 [Title]| Onze tijd zit er toch bijna op. Twee dagen meer of minder,
110 [Title]| minder, dat maakt niks uit. Op weg, op weg, pak je koffers.
111 [Title]| maakt niks uit. Op weg, op weg, pak je koffers. Op
112 [Title]| op weg, pak je koffers. Op weg!'~ Ik weigerde en
113 [Title]| kan dat meisje toch niet op zo'n manier laten vallen,
114 [Title]| niet naar buiten, wachtend op terugkeer van Francesca.
115 [Title]| beetje primitief: "Wacht op me, ik kom terug." Ga je
116 [Title]| Om zes uur was ik alweer op. Ik wekte Paul, ik pakte
117 [Title]| keer vertrok ik alleen en op hetzelfde uur als het jaar
118 [Title]| haar parfum achtervolgt je, op je lippen proef je haar
119 [Title]| haar terug te zien in mij op, aanvankelijk nog verward,
120 [Title]| werd, ging ik naar haar op zoek. Ik herinnerde me nog
121 [Title]| meubelhandelaar - achter op de binnenplaats, het gebouw
122 [Title]| van Genuees filigraan.~ Op vijandige toon vroeg ze: '
123 [Title]| bezorgd. Ze heeft een maand op u gewacht, meneer, ja zeker,
124 [Title]| haar dan zou komen ophalen op de terugweg, omdat ze toch
125 [Title]| toen hij hier voorbijkwam, op straat, ja meneer, op straat,
126 [Title]| voorbijkwam, op straat, ja meneer, op straat, en hij was meteen
127 [Title]| straat, en hij was meteen op haar verkikkerd. Maar wilt
128 [Title]| toch niks aan, om er alleen op uit te gaan, ze zal het
129 [Title]| instemming aan, waarop zij zich op de binnendeur stortte, die
130 [Title]| van haar.'~ Ik hoorde op de trap het geluid van pantoffelzolen
131 [Title]| Rondoli bracht haar meteen op de hoogte van mijn situatie: '
132 [Title]| aan, en zet je bloemenhoed op, maar haast je.'~ Zodra
133 [Title]| verliet was ze in tranen, op de ochtend van mijn vertrek,
|