Par.
1 [Title]| maan is betoverend omdat hij ze te dromen geeft en omdat
2 [Title]| te dromen geeft en omdat hij de liefde een lome betovering
3 [Title]| over Italië begon, weigerde hij aanvankelijk volstrekt Parijs
4 [Title]| heel nuttig kunnen zijn, en hij liet zich strikken.~ ~~
5 [Title]| niet mee moeten gaan.'~ Hij antwoordde niet. Maar ik
6 [Title]| hem keek, zo ziedend leek hij. Hij leek werkelijk op een
7 [Title]| keek, zo ziedend leek hij. Hij leek werkelijk op een eekhoorn.
8 [Title]| mens geworden eekhoorn. Hij heeft de kwieke oogjes van
9 [Title]| konvooi te rennen waarbij hij een welluidend Valence liet
10 [Title]| onwillekeurig gebaar krulde hij zijn korte snor, lichtte
11 [Title]| verwarde haren. Toen ging hij tegenover de onbekende zitten.~
12 [Title]| het perron stonden sprak hij: 'Wat is dat volgens jou
13 [Title]| me ook niks schelen.'~ Hij was nogal opgehitst: 'Ze
14 [Title]| Jij vangt bot.'~ Maar hij werd boos en zei: 'Ik zit
15 [Title]| kwetsends had gezegd, en hij vervolgde: 'Waar zie je
16 [Title]| blikken, zat te bedenken wat hij moest doen om haar aandacht
17 [Title]| nieuwsgierigheid te wekken. En hij begon weer met mij te kouten,
18 [Title]| citeerde bekende namen alsof hij ze persoonlijk kende. Ze
19 [Title]| gevangen.~ In Cannes wilde hij weer een onderonsje met
20 [Title]| Amper uit de wagon greep hij me bij de arm.~ 'Weet
21 [Title]| chagrijnige indruk.'~ Hij vervolgde: 'Kun jij haar
22 [Title]| tegen Paul: 'Je kunt roken.' Hij keek mij met van die verbaasde
23 [Title]| spreken waar jij bij bent. En hij vroeg op een totaal belachelijke
24 [Title]| aantrekkelijk vindt.'~ Maar hij was niet in de stemming
25 [Title]| brutaal was afgewezen.~ Hij leek echt opgewonden, als
26 [Title]| een eekhoorn in een kooi. Hij zei: 'Als wij er achter
27 [Title]| Paul raakte in verrukking, hij kon zijn ogen niet meer
28 [Title]| koelbloedigheid herwinnen. Hij stamelde: 'Met ons? Waarheen?
29 [Title]| heen wil.' Toen aarzelde hij een seconde en vervolgde
30 [Title]| ik u de arm moet geven of hij?'~ Ze keek mij aan met
31 [Title]| Op woeste toon verklaarde hij: 'Des te beter voor jou.'~
32 [Title]| te hebben nagedacht zei hij nog: 'Vind je het echt nodig
33 [Title]| heeft om ja te zeggen.'~ Hij bromde: 'Het is stom! Nou
34 [Title]| hoeven te mengen. Dat zal hij begrijpen en dan zien we
35 [Title]| begrijpen en dan zien we wel wat hij antwoordt.'~ Maar Paul
36 [Title]| over de streep trok.~ Hij ging dus vooruit en ik zag
37 [Title]| Het is voor elkaar,' sprak hij, 'ze nemen ons wel. Maar
38 [Title]| borden en glazen te brengen. Hij dekte langzaam de tafel,
39 [Title]| gaf Paul een handdruk die hij woedend beantwoordde en
40 [Title]| ik binnen was verklaarde hij: 'Jij hebt me een mooi wijf
41 [Title]| geen kwaad spreken.'~ Hij antwoordde achterbaks gemeen: '
42 [Title]| geen zwerfster.'~ Maar hij had me te pakken, die viezerik!
43 [Title]| te pakken, die viezerik! Hij had over mijn gezicht de
44 [Title]| een wijf met sief.'~ En hij begon te lachen, met zijn
45 [Title]| moest ik gaan doen? Want hij had gelijk. Een vreselijke
46 [Title]| werd in mij geleverd.~ Hij vervolgde: 'Doe maar wat
47 [Title]| groot wraakzuchtig genoegen, hij stak zo vrolijk de draak
48 [Title]| zegepralende bekentenis.~ Hij vroeg: 'En wat ge je nou
49 [Title]| aan Paul, open en eerlijk. Hij behandelde mij als een imbeciel
50 [Title]| Paul verklaarde dat hij wel alleen zou vertrekken.
51 [Title]| wel alleen zou vertrekken. Hij pakte zelfs zijn koffer,
52 [Title]| zelfs zijn koffer, maar ook hij bleef.~ En zo verstreken
53 [Title]| niet tegen.'~ Dan begon hij me uit te schelden, overstelpte
54 [Title]| dan terug naar Parijs.' En hij tierde: 'Dat ga ik ook doen,
55 [Title]| Maar de volgende dag bleef hij, net als de dag daarvoor,
56 [Title]| avontuur neergelegd, al bleef hij mij de huid vol schelden.
57 [Title]| mij alleen zag stamelde hij stomverbaasd: 'Waar is Francesca
58 [Title]| er net gebeurd was.~ Hij riep uit: 'Wel mijn beste,
59 [Title]| gaan gedragen.'~ Maar hij wilde van niks weten, hij
60 [Title]| hij wilde van niks weten, hij zette me onder druk, zeurde
61 [Title]| wel een beetje gekwetst. Hij lachte me vierkant uit,
62 [Title]| schrijft me alles wat ze doet. Hij heet Bellemin. Ze zeggen
63 [Title]| Bellemin. Ze zeggen dat hij bij u een groot schilder
64 [Title]| u een groot schilder is. Hij heeft haar ontmoet toen
65 [Title]| heeft haar ontmoet toen hij hier voorbijkwam, op straat,
66 [Title]| ja meneer, op straat, en hij was meteen op haar verkikkerd.
67 [Title]| vorig jaar, je weet wel. Hij kwam haar opzoeken, hij
68 [Title]| Hij kwam haar opzoeken, hij is helemaal alleen, die
69 [Title]| begon te glimlachen: 'Als hij dat wil, wil ik best.'~
|