Par.
1 [Title]| voeten en de rest zullen zijn. Ik denk aan hen die je
2 [Title]| het leven uit de vrouw. Er zijn veel mannen van dat slag.
3 [Title]| bewoonbaar doordat zij er zijn, de zon is stralend en warm
4 [Title]| vrouw tot drijfveer, al zijn gedachten gelden haar, net
5 [Title]| gelden haar, net als al zijn streven en al zijn hoop.~
6 [Title]| als al zijn streven en al zijn hoop.~ Een dichter heeft
7 [Title]| vochtige ogen~En een naam op zijn lippen naar de sterren staart~
8 [Title]| reizigers heel nuttig kunnen zijn, en hij liet zich strikken.~ ~~
9 [Title]| Paul nestelde zich in zijn hoekje en verklaarde, zodra
10 [Title]| Ieder van ons behoudt in zijn trekken, onder de menselijke
11 [Title]| diersoort, als het stempel van zijn oorspronkelijk ras. Hoeveel
12 [Title]| oogjes van dat diertje, zijn rosse haar, zijn puntige
13 [Title]| diertje, zijn rosse haar, zijn puntige neus, zijn fijne,
14 [Title]| haar, zijn puntige neus, zijn fijne, soepele en beweeglijke
15 [Title]| raadselachtige gelijkenis in zijn hele manier van doen. Hoe
16 [Title]| de gekromde olijfboom met zijn grijsgroene blad.~ De
17 [Title]| onwillekeurig gebaar krulde hij zijn korte snor, lichtte toen
18 [Title]| enigszins de hoed en ging met zijn vijf gespreide vingers als
19 [Title]| vingers als met een kam door zijn in de reisnacht verwarde
20 [Title]| breed waren om van goud te zijn, oorbellen met doorzichtige
21 [Title]| te groot om diamanten te zijn, en ze had over haar hele
22 [Title]| amper twintig.'~ 'Man, er zijn echt dingen die je voor
23 [Title]| Paul vrat haar op met zijn blikken, zat te bedenken
24 [Title]| sloeg volstrekt geen acht op zijn inspanningen.~ We kwamen
25 [Title]| niets. De reizigster had al zijn aandacht gevangen.~ In
26 [Title]| dat ze er om precies te zijn zes heeft uitgesproken,
27 [Title]| ergens mee van dienst kunnen zijn, dan zullen wij dat graag
28 [Title]| ik zo vriendelijk wilde zijn niet de draak met hem te
29 [Title]| oorsprong welgesteld moest zijn. Er zat haar een of andere
30 [Title]| We zaten nog steeds met zijn drietjes. Ik stalde de etenswaren
31 [Title]| niet zo vriendelijk willen zijn, mevrouw, ons u wat fruit
32 [Title]| wijn, en omdat wij nu bij u zijn, zou het ons zeer aangenaam
33 [Title]| zou het ons zeer aangenaam zijn een knappe Italiaanse mond
34 [Title]| zomernacht die langzaam viel, zijn zwoele schaduw over de brandende
35 [Title]| te zwerven, waarbij het zijn onderbrekende lichtje toonde,
36 [Title]| raakte in verrukking, hij kon zijn ogen niet meer afhouden
37 [Title]| haar: 'Wij zouden verheugd zijn, mevrouw, om u met ons mee
38 [Title]| ons twee moet uw patito zijn?'~ Zonder te aarzelen
39 [Title]| ze nemen ons wel. Maar er zijn maar twee kamers. Je ziet
40 [Title]| hij begon te lachen, met zijn smerige en kwetsende lach.
41 [Title]| beklagen.'~ Maar ik zag in zijn blik een zo ironische vreugde,
42 [Title]| dus ik zou gek geweest zijn er niet van te drinken)
43 [Title]| lijmen, telkens slap als zijn zintuigen geprikkeld of
44 [Title]| zintuigen geprikkeld of getemd zijn. Ik hechtte aan dat hoertje
45 [Title]| vertrekken. Hij pakte zelfs zijn koffer, maar ook hij bleef.~
46 [Title]| meer tot bedaren. Bij al zijn uitbarstingen van woede
47 [Title]| hebben drie weken en daarvan zijn al veertien dagen voorbij!
48 [Title]| tussen muren die zo hoog zijn dat je amper de lucht kunt
49 [Title]| moest de elfde juli terug zijn in Parijs. Paul had zich
50 [Title]| vrouw, die heel knap moest zijn geweest en die alleen nog
51 [Title]| gelukkig. Wat zal ze blij zijn als ik haar schrijf dat
52 [Title]| heb er nog twee, maar die zijn kleiner. Gelooft u mij meneer,
|