15-haarz | haast-reisa | reisi-zwoel
bold = Main text
Par. grey = Comment text
1001 [Title] | hebben gezwicht voor dat reisidee, het zo frisse Marly betreurend,
1002 [Title] | een kam door zijn in de reisnacht verwarde haren. Toen ging
1003 [Title] | pakte ik haar zwarthouten reisnecessaire van de grond, een echte
1004 [Title] | Italiaanse op die alleen reist, ze biedt je met waarlijk
1005 [Title] | een onbedwingbare lust tot reizen en tot liefde in het hart
1006 [Title] | Toch ben ik niet zo'n reiziger. Je verplaatsen, dat lijkt
1007 [Title] | naar niets, rook niets. De reizigster had al zijn aandacht gevangen.~
1008 [Title] | signore Michel Amoroso, wiens relaties reizigers heel nuttig kunnen
1009 [Title] | sprongen, dansten, speelden en renden tussen de bladeren, kleine
1010 [Title] | begon langs het konvooi te rennen waarbij hij een welluidend
1011 [Title] | schuimende pul bier, door een rennende ober gebracht, voel je je
1012 [Title] | om ons een appartement te reserveren... en nu... ik wist niet
1013 [Title] | vermoeden hoe de voeten en de rest zullen zijn. Ik denk aan
1014 [Title] | aan een tafeltje in het restaurant tegenover een armzalige
1015 [Title] | er een snoepje voor de reuk van te maken.~ Die grote
1016 [Title] | ontwaken kwam toen wij langs de Rhône reden. Al gauw deed het
1017 [Title] | Bianco. Ze bekeek niets of richtte hooguit af en toe haar luie
1018 [Title] | zodra de trein begon te rijden: 'Het is gewoon stom om
1019 [Title] | denkbeeld en ik voelde al die rillingen van verwachting die het
1020 [Title] | en je dikke lagen in alle rimpels van haar gezicht, op haar
1021 [Title] | edelstenen, en een zijden jurk en ringen, maar die draag ik 's morgens
1022 [Title] | vangen.~ Toen ze het rode stapeltje had verorberd
1023 [Title] | onvoorzichtigheid, over menselijke roekeloosheid en zwakheid. Toen dommelde
1024 [Title] | Wie zonder wagen wint, zal roemloos triomferen.5~~ 'En werkelijk,
1025 [Title] | verwarren, lijkt gemaakt voor de roerloosheid van het bed. Die golvende
1026 [Title] | de heerlijke dagen van ronddobberen in een bootje, de mooie
1027 [Title] | van vuil op je huid, die rondvliegende ongeregeldheden waarmee
1028 [Title] | tussen het lommer, wit, rood, geel, klein of enorm, mager
1029 [Title] | niets, keek naar niets, rook niets. De reizigster had
1030 [Title] | oogjes van dat diertje, zijn rosse haar, zijn puntige neus,
1031 [Title] | Marcello Durazzo, het Palazzo Rosso en het Palazzo Bianco. Ze
1032 [Title] | Die grote kust met bruine rotsen ontplooit zich roerloos,
1033 [Title] | rijdt langs loodrechte rotswanden boven het water, en een
1034 [Title] | door die tuin, door dat rozenparadijs, door dat bloeiende bos
1035 [Title] | tegen de muur, met mijn rug naar de verleiding.~
1036 [Title] | heeft gewacht, ja meneer, ruim een maand, ze was heel verdrietig,
1037 [Title] | achterna temidden van al dat rumoer, een drukte die net zo verrassend
1038 [Title] | een eenvoudig 'laat me met rust' moest aanzien.~ Ik vervolgde: '
1039 [Title] | hetzij mij op mijn beurt te ruste leggen, geheel op eigen
1040 [Title] | We kwamen voorbij Fréjus, Saint-Raphaël. De trein reed door die
1041 [Title] | En ik ging naar de salon. Paul had bezit genomen
1042 [Title] | kamers, gescheiden door een salonnetje. Ik bestelde een koud souper
1043 [Title] | ik pakte mijn koffer, en samen namen we twee uur later
1044 [Title] | weken met haar te hebben samengeleefd. Ik moet haar toch vaarwel
1045 [Title] | juni, toen de geweldige sapstroom van het voorjaar een onbedwingbare
1046 [Title] | altijd een paar bij me - mijn schaartje, mijn vijl, sponzen. Ik
1047 [Title] | keer meer bedrukken dan de schaduwen op straat. Dan, achter een
1048 [Title] | Voor het wel en wee van hun schamel heelal~Door in vlakten aan
1049 [Title] | en begon met haar mooie scherpe tanden het knapperig brood
1050 [Title] | verward, toen tastbaarder, scherper, brandend. Ik besloot de
1051 [Title] | humeur gekregen om op te schieten. Ik kon alleen maar beschamende
1052 [Title] | verwarring door dat opgeroepen schijnbeeld. En een diepe, vervelende
1053 [Title] | haar manier om die goudgele schil te pellen, haar mond te
1054 [Title] | mollig, met een zwaar en schitterend toilet.~ En hun machtige
1055 [Title] | knieën, met de moed in de schoenen. Je loopt alsof je vlucht,
1056 [Title] | u naartoe breng?'~ Ze schokschouderde in volslagen onverschilligheid.~ '
1057 [Title] | wil ik best.'~ Daarop schoof mevrouw Rondoli haar de
1058 [Title] | necessaire mee.~ Ik pakte alle schoonheidsinstrumentjes die erin zaten: een nagelborstel,
1059 [Title] | over haar voorhoofd en haar schouders, en je zag in een enorme,
1060 [Title] | gebaren zou gaan zitten schreeuwen.~ De trein vertrok.~
1061 [Title] | ze blij zijn als ik haar schrijf dat u bent gekomen! Maar
1062 [Title] | haar aan niets meer, ze schrijft me alles wat ze doet. Hij
1063 [Title] | overhoudt, beste jongen.'~ Ik schrok, met die knagende angst
1064 [Title] | zien aanvaarden.'~ Ze schudde van 'nee' met het hoofd,
1065 [Title] | temidden van tuinen, gaat schuil aan de voet van een helling
1066 [Title] | karakter achter die trekken schuilgaan.~ Het was een jonge vrouw,
1067 [Title] | is, door de aarde af te schuimen zie je pas goed hoe klein
1068 [Title] | straat. Dan, achter een schuimende pul bier, door een rennende
1069 [Title] | betreurend, de zo mooie Seine, haar zo lieflijke oevers,
1070 [Title] | een... van een wijf met sief.'~ En hij begon te lachen,
1071 [Title] | verheft, dan weer de lichte, sierlijke helling van het been afdaalt
1072 [Title] | hadden.'~ En ik stak mijn sigaar op.~ Paul vervolgde: '
1073 [Title] | die ik had voor een zekere signore Michel Amoroso, wiens relaties
1074 [Title] | Onze buurvrouw zat een sinaasappel te eten. Het was nu al duidelijk
1075 [Title] | door dat bloeiende bos van sinaasappel- en citroenbomen, die tegelijkertijd
1076 [Title] | Francesca, die trouwens toch al sinds de vorige dag vaag in mijn
1077 [Title] | ogenblik van verdeling van slaapplaatsen naderen. Ik besloot de zaak
1078 [Title] | uit, stapte toen over de slaapster heen en strekte mij uit
1079 [Title] | maakte haar smakelijk en slaapverwekkend. En een nog doordringender
1080 [Title] | gastenmenu, temidden van al die slaapverwekkende of bespottelijke heerschappen,
1081 [Title] | verscheen een grote meid, een slanke en knappe brunette, met
1082 [Title] | vinger te lijmen, telkens slap als zijn zintuigen geprikkeld
1083 [Title] | Wat is er mooier dan een slapende vrouw? Dat lijf, met die
1084 [Title] | opgetrokken wenkbrauwen een slaperige en nog steeds ontevreden
1085 [Title] | Zwierig en met een zekere slechte zuidelijke smaak gekleed,
1086 [Title] | musea te gaan bezoeken. Ik sleepte Francesca aan mijn arm van
1087 [Title] | pakte me bij de arm, en daar slenterde ik met haar door de straten,
1088 [Title] | chagrijniger dan ooit en slikte snel haar fruit door, op
1089 [Title] | Natuurlijk was ze helemaal geen sloerie die van de liefde haar beroep
1090 [Title] | tegenzin, onder mijn kussen sloot, op die lichte wangen, op
1091 [Title] | hooguit af en toe haar luie en slordige blik op meesterwerken. Paul
1092 [Title] | een hotel in Genua op te sluiten met een Italiaanse zwerfster!'~
1093 [Title] | toen, stilletjes de ogen sluitend, was ze weggezeild. Een
1094 [Title] | de atmosfeer, maakte haar smakelijk en slaapverwekkend. En een
1095 [Title] | uitleggen waarom. Ik gebruikte smeekbeden, redenaties, beloftes, niets
1096 [Title] | menselijke misvorming en smerigheid.~ Dat alles is in dat
1097 [Title] | Hoeveel mensen hebben geen smoelen als buldoggen, koppen van
1098 [Title] | zei: 'Het is geen gekke smoes, trouwens, al is het een
1099 [Title] | gebied te wagen.~ Dat snappen jullie niet? - Ik zal het
1100 [Title] | etenswaren op het bankje uit, sneed de kip aan, legde ook plakjes
1101 [Title] | bepoederd. Ze had er een soort sneeuw van in haar wenkbrauwen,
1102 [Title] | wegsmelten, verdwijnen onder de snelle beweging van haar handen,
1103 [Title] | zoeten wat je inademt, er een snoepje voor de reuk van te maken.~
1104 [Title] | gebaar krulde hij zijn korte snor, lichtte toen enigszins
1105 [Title] | ongeveer overeenkwam met: Sodemieter op! Toch was dat toestemming
1106 [Title] | ciliegie ne le susine; amo soltanto le fragole.'~ 'Wat zei
1107 [Title] | ongeveer gelijk.~ O, die sombere avonden van doelloos rondlopen
1108 [Title] | licht die sprongen, dansten, speelden en renden tussen de bladeren,
1109 [Title] | begon meteen mijn rol te spelen. Ik verklaarde dus in het
1110 [Title] | doorgaan voor betoverend, ik spiegelde hem verfijnde genoegens
1111 [Title] | vertrouwt het naakt je vermoeide spieren toe opdat het die tot nieuw
1112 [Title] | ik niet meer waagde haar spijsvertering te verstoren.~ Ik wendde
1113 [Title] | Wij doorliepen het Palazzo Spinola, het Palazzo Doria, het
1114 [Title] | languit op de lakens van de sponde ligt.~ In een seconde
1115 [Title] | mijn schaartje, mijn vijl, sponzen. Ik maakte een fles eau
1116 [Title] | onder de bomen, langs het spoor in het thans volslagen duister,
1117 [Title] | overleden in dienst van de spoorwegen, en alle kwaliteiten van
1118 [Title] | glimlachen, haar armen spreiden. Haar beeld, wijkend en
1119 [Title] | leken wel druppels licht die sprongen, dansten, speelden en renden
1120 [Title] | het raam naar buiten te spugen, verrieden een heel banale
1121 [Title] | een vrouw onontbeerlijke spullen had, want ze leek me duidelijk
1122 [Title] | zijn lippen naar de sterren staart~En die de natuur met haar
1123 [Title] | Margherita. Dat charmante stadje temidden van tuinen, gaat
1124 [Title] | steeds met zijn drietjes. Ik stalde de etenswaren op het bankje
1125 [Title] | vangen.~ Toen ze het rode stapeltje had verorberd dat wij binnen
1126 [Title] | Toen we weer in onze wagon stapten, had zich daar een vrouw
1127 [Title] | bestrooid worden, die lucht van steenkool die alles doortrekt, die
1128 [Title] | lijken. We liepen door die stegen waarin het hevig kan tochten,
1129 [Title] | niet de draak met hem te steken. Toen vertaalde ik dus de
1130 [Title] | moeite voor.~ Op een dag stelde ik ze een uitstapje voor
1131 [Title] | zult zien, je luistert naar stemmen die het hebben over dingen
1132 [Title] | Maar hij was niet in de stemming voor een grapje en vroeg
1133 [Title] | een diersoort, als het stempel van zijn oorspronkelijk
1134 [Title] | verbrande grond proeven, het stenige en lichte vaderland van
1135 [Title](4)| Reukwater met een sterke cumarinegeur, als van vers
1136 [Title] | duister, iets wat leek op een sterrenregen. Het leken wel druppels
1137 [Title] | haar zalige huid, van de stevige lijnen van haar lichaam.~
1138 [Title] | het inslapen, hoofdpijn en stijfheid van ledematen, dat gebroken
1139 [Title] | Ik zat geen minuut stil, ik beefde helemaal, was
1140 [Title] | de nek en het plotseling stilhouden van de trein.~ Het ontwaken
1141 [Title] | laten wegebben, en toen, stilletjes de ogen sluitend, was ze
1142 [Title] | Ik denk aan mismaakten, stinkerds, aan ziekenzweet, aan alle
1143 [Title] | met een tafel en een paar stoelen.~ Ze vervolgde: 'O, ze
1144 [Title] | kouten, toverde een hele stoet van keurige denkbeelden
1145 [Title] | en zodra we op het perron stonden sprak hij: 'Wat is dat volgens
1146 [Title] | iets ter wereld leek te storen. En ze sliep rustig weer
1147 [Title] | zij zich op de binnendeur stortte, die openrukte en in het
1148 [Title] | avond rond, door smalle straatjes zonder trottoirs, in die
1149 [Title] | plek zitten, haar blikken strak voor zich in een dreigende
1150 [Title] | doordat zij er zijn, de zon is stralend en warm omdat zij hen verlicht.
1151 [Title] | op drie, wat hem over de streep trok.~ Hij ging dus vooruit
1152 [Title] | over de slaapster heen en strekte mij uit tegen de muur, met
1153 [Title] | proef je haar kussen, de streling van haar huid tegen de jouwe.
1154 [Title] | ontmoetingen, onvoorziene strelingen, al die toevallig geoogste
1155 [Title] | gelden haar, net als al zijn streven en al zijn hoop.~ Een
1156 [Title] | van mijn ongerustheid zien strijken: 'En denk jij dat jij haar
1157 [Title] | om in te ademen, want zij strijkt over hun huid en doet de
1158 [Title] | het op Italiaanse wijze in stro verpakte flesje, ik vulde
1159 [Title] | ze met grote happen aan stukken trok, als een ware vleeseter.
1160 [Title] | kijk maar eens wat ze me stuurt, mij, haar moeder. Dat is
1161 [Title] | piacciono ne le ciliegie ne le susine; amo soltanto le fragole.'~ '
1162 [Title] | een witte kornet tegen 't groen van een dal.~~Melodieën
1163 [Title] | voedzame diners aan een tafeltje in het restaurant tegenover
1164 [Title] | begon met haar mooie scherpe tanden het knapperig brood en de
1165 [Title] | nagelborstel, een nieuwe tandenborstel - want ik heb er altijd
1166 [Title] | twee croissants uit een tasje en begon met haar mooie
1167 [Title] | veroveren of een of ander tastbaar voordeel op mij te behalen.~
1168 [Title] | aanvankelijk nog verward, toen tastbaarder, scherper, brandend. Ik
1169 [Title] | verfijnde mensen, die lichte tederheid die aristocratenzonen bij
1170 [Title] | bekeek haar van top tot teen, oordeelde haar geheel naar
1171 [Title] | sinaasappel- en citroenbomen, die tegelijkertijd hun witte boeketten en hun
1172 [Title] | zodanige wijze aan de grens al tegengehouden dat het me onmogelijk is
1173 [Title] | Er zat haar een of andere tegenslag dwars, maar wellicht was
1174 [Title] | kwade ogen die zij, met tegenzin, onder mijn kussen sloot,
1175 [Title] | want mijn kop ging te hard tekeer en mijn ogen hadden het
1176 [Title] | leek volslagen ongelukkig, teleurgesteld, van slag.~ Maar plotseling
1177 [Title] | groeide, en mijn aanvankelijke teleurstelling vervloog bij de verklaringen
1178 [Title] | voorwerpen om begeerte te wekken tentoonspreiden.~ Maar ze leek het allemaal
1179 [Title] | na een amoureus uitstapje teruggaat naar het gezelschap.'~
1180 [Title] | aarzelend: 'Als ik vanavond niet teruggekomen ben, kom je me dan opzoeken?'~
1181 [Title] | naar ons leek te luisteren, teruggevallen op haar volslagen onbezorgdheid,
1182 [Title] | naar buiten, wachtend op terugkeer van Francesca. Ze kwam niet
1183 [Title] | lange tijd nadien, als je terugkeert naar de plek waar je haar
1184 [Title] | doortasten en niet tot de vlucht. Terugtocht was trouwens onmogelijk
1185 [Title] | zou komen ophalen op de terugweg, omdat ze toch niet mee
1186 [Title] | wijze en leegde het in één teug, als een vrouw die door
1187 [Title] | ontmoetingen en van toeval? Tevergeefs probeerde ik haar te begrijpen,
1188 [Title] | van keurige denkbeelden tevoorschijn, citeerde bekende namen
1189 [Title] | iets over zich dat naar theater zweemt.'~ Dat denkbeeld
1190 [Title] | niet later dan tien uur thuiskomen, je weet dat de deur dan
1191 [Title] | terug naar Parijs.' En hij tierde: 'Dat ga ik ook doen, morgen
1192 [Title] | nog altijd vloekend en tierend.~ Op straat waren we
1193 [Title] | houding van de grote vrouw van Titiaan6.~ Ze leek zich daar
1194 [Title] | stegen waarin het hevig kan tochten, door die smalle dwarsstraten
1195 [Title] | die vreselijke diners in tochtige buffetten, vormen een naar
1196 [Title] | Margherita, en ik maakte dezelfde tochtjes die ik met Francesca had
1197 [Title] | Ze mompelde, zonder toegankelijker te lijken dan de dag daarvoor: '
1198 [Title] | was verbaasd, dat moet ik toegeven, en ook wel een beetje gekwetst.
1199 [Title] | wil geen drie weken zitten toekijken hoe jij met die lichtekooi
1200 [Title] | toch niet in een net hotel toelaten!'~ Maar ik begon net
1201 [Title] | ik drong aan: 'Wilt u mij toestaan u wat wijn aan te bieden?
1202 [Title] | onvoorziene strelingen, al die toevallig geoogste kussen bederft.
1203 [Title] | meisje met die opzichtige toiletten, waarvan de gang echt apart
1204 [Title] | die taal, dus ik moest als tolk optreden. Ik begon meteen
1205 [Title](5)| de mond (2de bedrijf, 2de toneel).~
1206 [Title](1)| 1849-1930, Frans toneelschrijver en dichter.~
1207 [Title] | Haar moeder bekeek haar van top tot teen, oordeelde haar
1208 [Title] | op de landtongen, op de toppen van voorgebergten, en ook
1209 [Title] | bent. En hij vroeg op een totaal belachelijke manier: 'Wat
1210 [Title] | allemaal niet te horen.~ 'Toulon! Over tien minuten vertrekken
1211 [Title] | weer met mij te kouten, toverde een hele stoet van keurige
1212 [Title] | bent geweest.'~ En ik trad binnen in een kleine, vrij
1213 [Title] | haar.'~ Ik hoorde op de trap het geluid van pantoffelzolen
1214 [Title] | duister van een onzichtbaar trappenhuis riep: 'Carlotta! Carlotta!
1215 [Title] | Ik drong aan: 'Na een treinreis is het altijd lekker om
1216 [Title] | Die golvende lijn, die hol trekt in de zij, zich vervolgens
1217 [Title] | ik in onrust, een beetje triest, een beetje zenuwachtig.
1218 [Title] | sneltrein, krijgen we de triestheid van het hotel, van het grote
1219 [Title] | wagen wint, zal roemloos triomferen.5~~ 'En werkelijk, beste
1220 [Title] | smalle straatjes zonder trottoirs, in die stad die lijkt op
1221 [Title] | charmante stadje temidden van tuinen, gaat schuil aan de voet
1222 [Title] | van een soort vervallen tuinhuisje. Een dikke vrouw, die heel
1223 [Title] | meneer, ze heeft tranen met tuiten gehuild. En toen is ze naar
1224 [Title] | maar door, boort zich in tunnels om landtongen te doorkruisen,
1225 [Title] | doorboord met gangetjes die op tunneltjes lijken. We liepen door die
1226 [Title] | beste jongen, ze is amper twintig.'~ 'Man, er zijn echt
1227 [Title] | echt dingen die je voor je twintigste kunt leren, hoor, en dansen
1228 [Title] | tot bedaren. Bij al zijn uitbarstingen van woede antwoordde ik: '
1229 [Title] | je werkelijk een heleboel uitdrukken.'~ Paul leek volslagen
1230 [Title] | hield van haar chagrijnig uiterlijk, haar pruilende mond, de
1231 [Title] | voelde me niet lekker, uitermate geprikkeld. Vervolgens begon
1232 [Title] | haar zakdoek op haar knieën uitgespreid en haar manier om die goudgele
1233 [Title] | hoekje al het naast haar uitgestalde fruit en zei, zo snel dat
1234 [Title] | betovering die van haar uitging, van haar zalige huid, van
1235 [Title] | voor haar... of voor ons uitkoos. Een Franse hand had op
1236 [Title] | andere die ze misschien wel uitsluitend beoefent.'~ ~ 'Reizigers
1237 [Title] | brandende en vermoeide aarde uitspreidde. In de verte werden hier
1238 [Title] | rondingen, met die zachte uitsteeksels die het hart verwarren,
1239 [Title] | een helling die ver in zee uitsteekt, tot aan het dorpje Portofino.
1240 [Title] | trekken, zoals kooplui hun uitverkoren voorwerpen om begeerte te
1241 [Title] | dingen die gericht waren op uitwerking, gaf het gesprek met opzet
1242 [Title] | dat ik met u meega naar de uwe?'~ Ze antwoordde: 'Doe
1243 [Title] | De trein floot, minderde vaart, we waren er.~ Ik stapte
1244 [Title] | samengeleefd. Ik moet haar toch vaarwel zeggen, ik moet haar iets
1245 [Title] | wolk iriswortelpoeder, een vage witte mist leek nog in de
1246 [Title] | En nooit eens alleen door valleien gaan.2~~~ ~ Toen ik
1247 [Title] | Middellandse Zee. De zware zomerzon valt als een kleed van vuur over
1248 [Title] | te genoegen. Bijvoorbeeld vandaag, wat gaan we doen?' Ze aarzelde
1249 [Title] | Wie was ze? Waar kwam ze vandaan? En wat deed ze? Had ze
1250 [Title] | Ik mompelde: 'Jij vangt bot.'~ Maar hij werd
1251 [Title] | bijster tevreden. Ze heeft vast zorgen, ze let nergens op.'~
1252 [Title] | waard.'~ En ik liep met vastberaden stap Francesca's kamer in.~
1253 [Title] | dan in het wereldje een veelheid aan onderwerpen van gesprek
1254 [Title] | maar weer zie je rozen, velden, vlakten, hagen, bossen
1255 [Title] | de sneltrein naar Nice en Ventimiglia, instappen!' riep de beambte.~
1256 [Title](6)| Bedoeld wordt Venus met de hond uit 1538.~
1257 [Title] | was om nog van mening te veranderen, antwoordde ik: 'Dan had
1258 [Title] | jij dat jij haar kent? Je verbaast me toch wel! Jij vist in
1259 [Title] | toilet. Het zou me ook niet verbazen als ze danseres was, of
1260 [Title] | ongetwijfeld mijn stomme verbazing voor instemming aan, waarop
1261 [Title] | vertrok. Ik was helemaal verbluft.~ Toen Paul mij alleen
1262 [Title] | ziel het zuiden voelen, de verbrande grond proeven, het stenige
1263 [Title] | illusie geeft van menselijke verbroedering. In die uren van afzien,
1264 [Title] | hem, beschaamd met zulk verdacht gezelschap binnen te komen.~
1265 [Title] | beslissende ogenblik van verdeling van slaapplaatsen naderen.
1266 [Title] | slag. Het bestaan lijkt hem verdicht, verlucht door de aanwezigheid
1267 [Title] | hun doordringende lucht verdikte de atmosfeer, maakte haar
1268 [Title] | bezighoudt en haar nukken verdraagt, een patito. Wie van ons
1269 [Title] | loftuitingen en mijn aandrang verdubbelde. Maar ze werd plotseling
1270 [Title] | wendde ik mij lichtelijk verdwaasd tot de Italiaanse.~ '
1271 [Title] | gaat voorbij, komt terug en verdwijnt. Ze kwelt je als een nachtmerrie,
1272 [Title] | ons worden geëerbiedigd, vereerd en bemind, als het beste
1273 [Title] | geloof dat al onze moeite vergeefs is geweest.'~ Het werd
1274 [Title] | wijze raad van mijn kameraad vergeten, maar plotseling, nadat
1275 [Title] | voorbij dat ik me heb kunnen vergissen.~ 'Maar als jij de hele
1276 [Title] | hals droeg ze een enorm verguld collier en aan beide polsen
1277 [Title] | stoel ploffen, waarvan het verguldsel en het licht je nog duizend
1278 [Title] | begon hem reisavonturen te verhalen, ik vertelde hem hoezeer
1279 [Title] | zich vervolgens bij de dij verheft, dan weer de lichte, sierlijke
1280 [Title] | sprak tot haar: 'Wij zouden verheugd zijn, mevrouw, om u met
1281 [Title] | en hij was meteen op haar verkikkerd. Maar wilt u niet een glas
1282 [Title] | te doorgronden, haar te verklaren. Hoe meer ik haar leerde
1283 [Title] | teleurstelling vervloog bij de verklaringen van mevrouw moeder Rondoli.
1284 [Title] | enkele minuten hadden zien verkleinen, wegsmelten, verdwijnen
1285 [Title] | indruk van eenzaamheid, verlatenheid. O, ga nooit meer de stad,
1286 [Title] | liefde een lome betovering verleent. Alles wat Paul doet heeft
1287 [Title] | eerste treffen altijd zo stom verlegen. Ik heb nog nooit een vrouw
1288 [Title] | zalige omtrekken, met die verleidelijke rondingen, met die zachte
1289 [Title] | muur, met mijn rug naar de verleiding.~ En ik bleef nog lang
1290 [Title] | Ik nam haar vervolgens verliefd in mijn armen (de wijn was
1291 [Title] | bekijken.'~ Het ontbijt verliep in stilte en toen vertrokken
1292 [Title] | betreurde.~ Toen ik haar verliet was ze in tranen, op de
1293 [Title] | bestaan lijkt hem verdicht, verlucht door de aanwezigheid van
1294 [Title] | maîtresse en mijn vriend te vermaken, en ik deed er ik weet niet
1295 [Title] | met een zekere met hoop vermengde onrust dat mevrouw Rondoli
1296 [Title] | eetlust te strikken. Ik vermoedde wel dat dat meisje in haar
1297 [Title] | Ze leek zich daar uit vermoeidheid te hebben neergevlijd, om
1298 [Title] | lijkt mij een nutteloze en vermoeiende bezigheid. Nachten in de
1299 [Title] | natuur met haar immense vermogen~Zonder Liesje of Mien aan
1300 [Title] | ze het rode stapeltje had verorberd dat wij binnen enkele minuten
1301 [Title] | Italiaanse wijze in stro verpakte flesje, ik vulde een glas
1302 [Title] | ik niet zo'n reiziger. Je verplaatsen, dat lijkt mij een nutteloze
1303 [Title] | de strijd opgeeft: 'Het verplicht me tot niks als ik ga liggen.
1304 [Title] | rumoer, een drukte die net zo verrassend lijkt als wanneer ze in
1305 [Title] | zij blijk gegeven van een verrassende consumptie van lavendelamberwater
1306 [Title] | van zwart isolement in verre steden, denk je lang, breed
1307 [Title] | raam naar buiten te spugen, verrieden een heel banale opvoeding
1308 [Title] | vaderland van de bloemen, op die verrukkelijke kust van Marseille tot Genua.~
1309 [Title] | ingeslapen. En Paul raakte in verrukking, hij kon zijn ogen niet
1310 [Title] | mee te nemen. Ik was zelfs verrukt van dat denkbeeld en ik
1311 [Title] | Paul wierp mij een verrukte blik toe en in een onwillekeurig
1312 [Title](4)| sterke cumarinegeur, als van vers gemaaid hooi.~
1313 [Title] | pantoffelzolen en daarop verscheen een grote meid, een slanke
1314 [Title] | aan de donkere einder te verschijnen, zodat ik ze soms voor vuurtorens
1315 [Title] | best een beetje kip.' En ze verslond zeker de helft van het gevogelte,
1316 [Title] | zag.~ Toen ze opstond, verspreidde zij een zo doordringende
1317 [Title] | stem der natuur zullen zij verstaan~Die bij bossengeruis van
1318 [Title] | we konden roken.'~ 'Ze verstaat dus geen Frans?'~ 'Geen
1319 [Title] | Ik ging naar binnen. Een verstikkende parfumerielucht greep mij
1320 [Title] | zandstranden, op een zee van hard, verstild blauw. De trein rijdt maar
1321 [Title] | waagde haar spijsvertering te verstoren.~ Ik wendde me tot mijn
1322 [Title] | met hem te steken. Toen vertaalde ik dus de vraag van de jonge
1323 [Title](2)| 1859) van Louis Bouilhet, vertaling Hanneke Nutby.~
1324 [Title] | aarde uitspreidde. In de verte werden hier en daar langs
1325 [Title] | Daarop begon zij mij te vertellen van haar leven, over haar
1326 [Title] | wereld bent, maar dat de vertrouwde omgang op bekende plekken
1327 [Title] | heiligdom van het leven. Je vertrouwt het naakt je vermoeide spieren
1328 [Title] | aan de deur van een soort vervallen tuinhuisje. Een dikke vrouw,
1329 [Title] | met de beweging van een verveeld kind dat wordt geknuffeld
1330 [Title] | treffen in gezelschap van dat verveelde meisje met die opzichtige
1331 [Title] | Je kunt gaan als je je verveelt. Ik houd je niet tegen.'~
1332 [Title] | aanvankelijke teleurstelling vervloog bij de verklaringen van
1333 [Title] | nachtmerrie, laat je niet los, vervult je hart, beroert je zinnen
1334 [Title] | dat van mij de eerste stap verwacht werd en omdat ik beslist
1335 [Title] | wilde ze dan gaan doen? Wat verwachtte ze? Want ze leek geenszins
1336 [Title] | mij op, aanvankelijk nog verward, toen tastbaarder, scherper,
1337 [Title] | door zijn in de reisnacht verwarde haren. Toen ging hij tegenover
1338 [Title] | uitsteeksels die het hart verwarren, lijkt gemaakt voor de roerloosheid
1339 [Title] | vormen een naar mijn smaak verwerpelijk begin van iets leuks wat
1340 [Title] | schelden, overstelpte me met verwijten en riep uit: 'Maar waar
1341 [Title] | Welnee, beste jongen, ik verzeker je dat als ze morgen niet
1342 [Title] | mijn begeerten, al mijn verzoeken, al mijn voorstellen met
1343 [Title] | kwam opendoen. Hoewel ze te vet was, behield ze toch een
1344 [Title] | keel, die gewelddadige, vettige lucht van kapsalons.~
1345 [Title] | zomernacht die langzaam viel, zijn zwoele schaduw over
1346 [Title] | gestalte. Haar losse haren vielen in vlechten over haar voorhoofd
1347 [Title] | sneltrein vertrek. Dan heb ik vierentwintig uur gewacht. Dat is genoeg,
1348 [Title] | gekwetst. Hij lachte me vierkant uit, stak de draak met me
1349 [Title] | die alleen nog maar heel vies was, kwam opendoen. Hoewel
1350 [Title] | nacht in gebeurd? Wat voor vieze, afstotelijke lui hebben
1351 [Title] | hij had me te pakken, die viezerik! Hij had over mijn gezicht
1352 [Title] | Genuees filigraan.~ Op vijandige toon vroeg ze: 'Wat wilt
1353 [Title] | de hoed en ging met zijn vijf gespreide vingers als met
1354 [Title] | me - mijn schaartje, mijn vijl, sponzen. Ik maakte een
1355 [Title] | zwak en dom, met een natte vinger te lijmen, telkens slap
1356 [Title] | Ik zit helemaal niet te vissen, beste jongen, ik vind die
1357 [Title] | verbaast me toch wel! Jij vist in een wagon een Italiaanse
1358 [Title] | rangschikte ons dessert zorgvuldig vlak bij de jongedame: aardbeien,
1359 [Title] | Haar losse haren vielen in vlechten over haar voorhoofd en haar
1360 [Title] | haar, het hart vrij en het vlees gekweld, nooit moe haar
1361 [Title] | stukken trok, als een ware vleeseter. Toen besloot ze toch maar
1362 [Title] | je zag in een enorme, met vlekken bedekte kamerjas haar hele,
1363 [Title] | gaan van die fantastische vlieg, al naar gelang de grilligheden
1364 [Title] | vuurvliegjes, van die oplichtende vliegjes die in de geparfumeerde
1365 [Title] | dag daarvoor, nog altijd vloekend en tierend.~ Op straat
1366 [Title] | de eeuwige bard die met vochtige ogen~En een naam op zijn
1367 [Title] | heerschappen, aan die vreselijke voedzame diners aan een tafeltje
1368 [Title] | rennende ober gebracht, voel je je zo allerverschrikkelijkst
1369 [Title] | je je nog meer verloren voelt, want daar hoor je thuis,
1370 [Title] | weg die langs de bergen voert. Plotseling zei Francesca
1371 [Title] | die doen vermoeden hoe de voeten en de rest zullen zijn.
1372 [Title] | liggen, ging ze aan mijn voeteneind zitten, en zei, een beetje
1373 [Title] | straat durven aanspreken. Ik volg ze, ik draai eromheen, ik
1374 [Title] | In juni moet je die volgen, als in de vrije natuur,
1375 [Title] | landtongen te doorkruisen, volgt de rondingen van heuvels,
1376 [Title] | hele persoon iets onbepaald volks. Je kon raden dat ze te
1377 [Title] | haar ontmoet toen hij hier voorbijkwam, op straat, ja meneer, op
1378 [Title] | of een of ander tastbaar voordeel op mij te behalen.~ Ik
1379 [Title] | landtongen, op de toppen van voorgebergten, en ook sterren begonnen
1380 [Title] | geweldige sapstroom van het voorjaar een onbedwingbare lust tot
1381 [Title] | dineren, ging ik een hele voorraad eten kopen in een laatste
1382 [Title] | mijn verzoeken, al mijn voorstellen met haar eeuwig 'che mi
1383 [Title] | aldoor hetzelfde. Ik noem je voortaan juffrouw Mica.'~ Voor
1384 [Title] | goed hoe klein ze is, en voortdurend ongeveer gelijk.~ O,
1385 [Title] | gebroken ontwaken in die voortrollende kist, het gevoel van vuil
1386 [Title] | kan zomaar niet die reis voortzetten! En bovendien, dacht je
1387 [Title] | van verwachting die het vooruitzicht op een liefdesnacht je door
1388 [Title] | diners in tochtige buffetten, vormen een naar mijn smaak verwerpelijk
1389 [Title] | Rome behoort zeker tot de vorming van een welopgevoed man.
1390 [Title] | ze toch een opmerkelijke vorstelijkheid van gestalte. Haar losse
1391 [Title] | koppen van bokken, konijnen, vossen, paarden, ossen! Paul is
1392 [Title] | mij tot Paul en zei: 'Ze vraagt of wij willen dat ze met
1393 [Title] | driftige manier.~ Paul vrat haar op met zijn blikken,
1394 [Title] | vreselijke strijd tussen vrees en begeerte werd in mij
1395 [Title] | hoekje.~ Ik begon dit vreselijk leuk te vinden, en ik wilde
1396 [Title] | zijn blik een zo ironische vreugde, een dermate groot wraakzuchtig
1397 [Title] | je die volgen, als in de vrije natuur, wild, in smalle
1398 [Title] | onverschilligheid bij het vrijen. Een geheime band, die raadselachtige
1399 [Title] | een groot verdriet. Haar vrijer had haar in Marseille aan
1400 [Title] | wraakzuchtig genoegen, hij stak zo vrolijk de draak met me, dat ik
1401 [Title] | de warme aarde lijkt, het vrolijke lied van de Provence, ons
1402 [Title] | ze is heel lief, en veel vrolijker dan die andere, het is een
1403 [Title] | boeketten en hun goudgele vruchten dragen, in dat koninkrijk
1404 [Title] | voortrollende kist, het gevoel van vuil op je huid, die rondvliegende
1405 [Title] | stro verpakte flesje, ik vulde een glas en hield het haar
1406 [Title] | werden hier en daar langs zee vuren ontstoken op de landtongen,
1407 [Title] | zomerzon valt als een kleed van vuur over de bergen, over die
1408 [Title] | geparfumeerde lucht een vreemd vuurballet dansen.~ Een ervan drong
1409 [Title] | verschijnen, zodat ik ze soms voor vuurtorens hield.~ De lucht van
1410 [Title] | aarde te houden. Dat waren vuurvliegjes, van die oplichtende vliegjes
1411 [Title] | zo erg dat ik niet meer waagde haar spijsvertering te verstoren.~
1412 [Title] | eenzaam dat je een soort waanzin bevangt, een behoefte te
1413 [Title] | overwinning is het gevaar waard.'~ En ik liep met vastberaden
1414 [Title] | had ons niet eens een blik waardig gekeurd.~ Paul begon
1415 [Title] | niet naar mij opgeslagen, waardoor ik nogal verbaasd was, niet
1416 [Title] | rondvliegende ongeregeldheden waarmee je ogen en je haren bestrooid
1417 [Title] | verbazing voor instemming aan, waarop zij zich op de binnendeur
1418 [Title] | En in de veertien dagen waarover ik beschikte, nam ik Carlotta
1419 [Title] | naar een hotel!" Ze heeft waarschijnlijk geen geld. Het kan me niks
1420 [Title] | nodig hebt, ik zal u wel waarschuwen als het souper klaar is.'~
1421 [Title] | het een beetje primitief: "Wacht op me, ik kom terug." Ga
1422 [Title] | hele dag niet naar buiten, wachtend op terugkeer van Francesca.
1423 [Title] | in het kuiltje van haar wang, in haar ooghoeken zag.~
1424 [Title] | vrouw bekeek mij met haar wantrouwige blik en sprak: 'Zeg eens,
1425 [Title] | zijn, de zon is stralend en warm omdat zij hen verlicht.
1426 [Title] | de blanke lakens, in de warmte van het dons.~ Daar beleven
1427 [Title] | avonden van luieren aan de waterkant, in afwachting van het vallen
1428 [Title] | te vangen~Voor het wel en wee van hun schamel heelal~Door
1429 [Title] | Carlotta antwoordde: 'Wees maar nergens bang voor,
1430 [Title] | wij dat graag voor u doen, weest u daarvan overtuigd.'~
1431 [Title] | die volle lippen die zij wegdraaide.~ Ik zei: 'Vind je het
1432 [Title] | om haar dromerij te laten wegebben, en toen, stilletjes de
1433 [Title] | ze op het hoofd moesten wegen. Zwierig en met een zekere
1434 [Title] | de ogen sluitend, was ze weggezeild. Een nachthemd, aan de hals
1435 [Title] | ze me had gegeven toen ze wegging: 'De Victor Emanuelstraat -
1436 [Title] | hadden zien verkleinen, wegsmelten, verdwijnen onder de snelle
1437 [Title] | schelen!' voor instemming, weigering, een feitelijke teken van
1438 [Title] | normalen doen van oorsprong welgesteld moest zijn. Er zat haar
1439 [Title] | ik tot haar, 'dat is ons welkom in uw vaderland.'~ Ze
1440 [Title] | te rennen waarbij hij een welluidend Valence liet horen, een
1441 [Title] | zeker tot de vorming van een welopgevoed man. Bovendien heb je dan
1442 [Title] | aarzelde. Ik gaf hem een hand. 'Welterusten,' zei ik tegen hem.~Wie
1443 [Title] | uitspreidde. In de verte werden hier en daar langs zee vuren
1444 [Title] | Bovendien heb je dan in het wereldje een veelheid aan onderwerpen
1445 [Title] | vrouw die gewend is aan werkzaamheden van de ochtend. De beweging
1446 [Title] | nogal verbaasd was, niet wetend of ik dat 'wat kan mij dat
1447 [Title] | erge gevoel verloren te wezen. Je loopt rond met beklemd
1448 [Title] | denk aan al die vreselijke wezens die je dagelijks tegenkomt,
1449 [Title] | signore Michel Amoroso, wiens relaties reizigers heel
1450 [Title] | chagrijnige en prachtige wijfjesdier, parend als een beest, in
1451 [Title] | armen spreiden. Haar beeld, wijkend en precies, staat voor je,
1452 [Title] | als in de vrije natuur, wild, in smalle dalen, op hellingen
1453 [Title] | haar wenkbrauwen, op haar wimpers en haar slapen, terwijl
1454 [Title] | tegen hem.~Wie zonder wagen wint, zal roemloos triomferen.5~~ '
1455 [Title] | bloeien op tussen het lommer, wit, rood, geel, klein of enorm,
1456 [Title] | al zijn uitbarstingen van woede antwoordde ik: 'Je kunt
1457 [Title] | Paul een handdruk die hij woedend beantwoordde en ik lichtte
1458 [Title] | hebt van tabaksrook?'~ Woest beet zij mij toe: 'Che mi
1459 [Title] | lavendelamberwater en newmownhay. Een wolk iriswortelpoeder, een vage
1460 [Title] | Ik deed alsof ik in de wolken was en drukte hem stevig
1461 [Title] | u?'~ Ik antwoordde: 'Woont hier juffrouw Francesca
1462 [Title] | vreugde, een dermate groot wraakzuchtig genoegen, hij stak zo vrolijk
1463 [Title] | slaapplaatsen naderen. Ik besloot de zaak te forceren, ging naast
1464 [Title] | verleidelijke rondingen, met die zachte uitsteeksels die het hart
1465 [Title] | bemind, als het beste en het zachtste dat wij op aarde hebben.~
1466 [Title] | manieren kende. Ze had haar zakdoek op haar knieën uitgespreid
1467 [Title] | herinnering was.~ Ten slotte zakten we allebei weg in die holle
1468 [Title] | de bergen, over die lange zandstranden, op een zee van hard, verstild
1469 [Title] | niet wat voor noten op haar zang heeft? Ze gaan ons toch
1470 [Title] | fascinerende indruk van de zeden in dat mooie land gegeven.
1471 [Title] | hand, een handdruk vol van zegepralende bekentenis.~ Hij vroeg: '
1472 [Title] | onder het eten sprak Paul zegevierend: 'Ze heeft je laten vallen,
1473 [Title] | Maar toch herkreeg ik mijn zelfverzekerdheid en vroeg: 'Is ze hier, momenteel?'~ '
1474 [Title] | mensdomstank naar de neus zenden wanneer je ze tegenkomt.
1475 [Title] | liefdesnacht je door de aderen zendt.~ Ik antwoordde: 'Beste
1476 [Title] | beetje triest, een beetje zenuwachtig. Ik had toch een zwak voor
1477 [Title] | blauwe jurk maar aan, en zet je bloemenhoed op, maar
1478 [Title] | hij zette me onder druk, zeurde me de kop gek. Toch zwichtte
1479 [Title] | eind van mijn reis kwam in zicht, want ik moest de elfde
1480 [Title] | als ik naar hem keek, zo ziedend leek hij. Hij leek werkelijk
1481 [Title] | mismaakten, stinkerds, aan ziekenzweet, aan alle menselijke misvorming
1482 [Title] | oorbellen met edelstenen, en een zijden jurk en ringen, maar die
1483 [Title] | en een lekkere, een vaag zilte lucht, een lucht van algen
1484 [Title] | ten offer aan een soort zinnelijke betovering, een jonge, gezonde,
1485 [Title] | lijmen, telkens slap als zijn zintuigen geprikkeld of getemd zijn.
1486 [Title] | maar ik word altijd op zodanige wijze aan de grens al tegengehouden
1487 [Title] | bloeiende oranjebomen lijkt te zoeten wat je inademt, er een snoepje
1488 [Title] | pruimen, kersen, gebakjes en zoetigheden.~ Toen ze zag dat wij
1489 [Title] | haar diep te drinken. Iets zoets, iets heerlijks, iets goddelijks
1490 [Title] | Daar beleven wij de zoetste uren van ons bestaan, de
1491 [Title] | gezelschap kunnen houden zolang u in de stad blijft. Er
1492 [Title] | Het werd nacht, een warme zomernacht die langzaam viel, zijn
1493 [Title] | Middellandse Zee. De zware zomerzon valt als een kleed van vuur
1494 [Title] | doordat zij er zijn, de zon is stralend en warm omdat
1495 [Title] | word nou niet boos. Het is zonneklaar dat je beter naar een goed
1496 [Title] | tussen de bladeren, kleine zonnen die uit de lucht waren gevallen
1497 [Title] | u nodig hebt.'~ En ik zorgde er zelf voor de helft van
1498 [Title] | tevreden. Ze heeft vast zorgen, ze let nergens op.'~
1499 [Title] | rangschikte ons dessert zorgvuldig vlak bij de jongedame: aardbeien,
1500 [Title] | volgde hem, beschaamd met zulk verdacht gezelschap binnen
1501 [Title] | straten, net als met haar zuster, het jaar daarvoor.~
1502 [Title] | menselijke roekeloosheid en zwakheid. Toen dommelde ik eindelijk
1503 [Title] | die uren van afzien, van zwart isolement in verre steden,
1504 [Title] | fa?' Toen pakte ik haar zwarthouten reisnecessaire van de grond,
1505 [Title] | ouders opzoeken.'~ Toen zweeg ze weer. Ik vroeg niet verder,
1506 [Title] | over zich dat naar theater zweemt.'~ Dat denkbeeld zat
1507 [Title] | binnen en begon rond te zwerven, waarbij het zijn onderbrekende
1508 [Title] | leek in de geurige lucht te zweven.~ En plotseling zag ik
1509 [Title] | zeurde me de kop gek. Toch zwichtte ik niet.~ Ik ging de
1510 [Title] | het hoofd moesten wegen. Zwierig en met een zekere slechte
1511 [Title] | Francesca, nog altijd zwijgend en geprikkeld van humeur,
1512 [Title] | helemaal niet kende, aan dat zwijgzame en altijd ontevreden hoertje.
1513 [Title] | die langzaam viel, zijn zwoele schaduw over de brandende
|