Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Guy de Maupassant
De gezusters Rondoli

IntraText CT - Text

  • III
Previous - Next

Click here to hide the links to concordance

III


    Welnu, het toeval wilde dat ik het jaar daarop, precies in dezelfde tijd, werd gegrepen door een hernieuwde begeerte Italië te gaan bekijken, zoals je gegrepen wordt door derdendaagse koorts. Ik besloot meteen die reis te ondernemen, want het bezoeken van Florence, Venetië en Rome behoort zeker tot de vorming van een welopgevoed man. Bovendien heb je dan in het wereldje een veelheid aan onderwerpen van gesprek en kun je van die kunstzinnige platvloersheden debiteren, die altijd diepgaand lijken.
    Dit keer vertrok ik alleen en op hetzelfde uur als het jaar daarvoor kwam ik in Genua aan, maar zonder onderweg een avontuur te hebben beleefd. Ik nam hetzelfde hotel en bij toeval kreeg ik ook dezelfde kamer!
    Maar amper was ik in dat bed gestapt, of de herinnering aan Francesca, die trouwens toch al sinds de vorige dag vaag in mijn gedachten was, begon mij vreemd hardnekkig na te jagen.
    Kennen jullie die obsessie voor een vrouw, lange tijd nadien, als je terugkeert naar de plek waar je haar hebt bemind en bezeten?
    Het is een van de meest aangrijpende en pijnlijkste ervaringen die ik ken. Je hebt het idee dat je haar zult zien binnenkomen, glimlachen, haar armen spreiden. Haar beeld, wijkend en precies, staat voor je, gaat voorbij, komt terug en verdwijnt. Ze kwelt je als een nachtmerrie, laat je niet los, vervult je hart, beroert je zinnen door haar onwerkelijke aanwezigheid. Het oog ziet haar, de lucht van haar parfum achtervolgt je, op je lippen proef je haar kussen, de streling van haar huid tegen de jouwe. En toch ben je alleen, dat weet je, je bent ten prooi aan zo'n vreemde verwarring door dat opgeroepen schijnbeeld. En een diepe, vervelende droefheid overstelpt je. Je hebt het idee dat je voor altijd bent verlaten. Alle voorwerpen krijgen een ontmoedigende betekenis, overspoelen ziel en hart met een gruwelijke indruk van eenzaamheid, verlatenheid. O, ga nooit meer de stad, het huis, de kamer, het bos, de tuin of de bank opzoeken waar je een beminde vrouw in je armen hebt gehouden!
    Enfin, de hele nacht werd ik achtervolgd door die herinnering aan Francesca, en langzaam maar zeker kwam de begeerte haar terug te zien in mij op, aanvankelijk nog verward, toen tastbaarder, scherper, brandend. Ik besloot de volgende dag in Genua te blijven, en een poging te doen haar terug te vinden. Als het me niet zou lukken, zou ik 's avonds de trein kunnen nemen.
    Dus toen het ochtend werd, ging ik naar haar op zoek. Ik herinnerde me nog tot in de details de inlichtingen die ze me had gegeven toen ze wegging: 'De Victor Emanuelstraat - de Falconesteeg - de Sint-Rafaëlsdwarsstraat - huis van de meubelhandelaar - achter op de binnenplaats, het gebouw rechts.'
    Ik vond dat alles niet zonder enige moeite en klopte aan de deur van een soort vervallen tuinhuisje. Een dikke vrouw, die heel knap moest zijn geweest en die alleen nog maar heel vies was, kwam opendoen. Hoewel ze te vet was, behield ze toch een opmerkelijke vorstelijkheid van gestalte. Haar losse haren vielen in vlechten over haar voorhoofd en haar schouders, en je zag in een enorme, met vlekken bedekte kamerjas haar hele, dikke, kwabbige lijf. Aan de hals droeg ze een enorm verguld collier en aan beide polsen prachtige armbanden van Genuees filigraan.
    Op vijandige toon vroeg ze: 'Wat wilt u?'
    Ik antwoordde: 'Woont hier juffrouw Francesca Rondoli?'
    'Wat moet u van haar?'
    'Ik had vorig jaar het genoegen haar te ontmoeten en ik zou haar graag terug willen zien.'
    De oude vrouw bekeek mij met haar wantrouwige blik en sprak: 'Zeg eens, waar had u haar ontmoet?'
    'Hier ter plekke, in Genua!'
    'Hoe heet u dan?'
    Ik aarzelde een seconde, noemde toen mijn naam. Ik had die nog niet uitgesproken of de Italiaanse opende haar armen als om mij te omhelzen en zei: 'Ach, u bent die Fransman, wat ben ik blij om u te zien! O wat ben ik blij! Maar, wat hebt u dat arme kind een verdriet bezorgd. Ze heeft een maand op u gewacht, meneer, ja zeker, een maand. De eerste dag dacht ze dat u haar weer zou komen opzoeken. Ze wilde zien of u wel van haar hield! Als u eens wist hoe ze heeft gehuild toen ze begrepen had dat u niet terug zou komen. O meneer, ze heeft tranen met tuiten gehuild. En toen is ze naar het hotel gegaan. U was al weg. Toen dacht ze nog dat u bezig was met uw reis door Italië, en dat u weer langs Genua zou komen en dat u haar dan zou komen ophalen op de terugweg, omdat ze toch niet mee u mee had willen gaan. En ze heeft gewacht, ja meneer, ruim een maand, ze was heel verdrietig, echt waar, heel verdrietig. Ik ben haar moeder!'
    Ik voelde me werkelijk een beetje van streek gebracht. Maar toch herkreeg ik mijn zelfverzekerdheid en vroeg: 'Is ze hier, momenteel?'
    'Nee meneer, ze zit in Parijs, bij een schilder, een charmante jongen die van haar houdt, meneer, die van haar houdt met een grote liefde, en die haar alles geeft wat ze wil. Hier, kijk maar eens wat ze me stuurt, mij, haar moeder. Dat is toch aardig, niet?'
    En ze toonde mij met waarlijk zuidelijke drukte de grote armbanden die zij om haar polsen, en het zware collier dat ze om haar nek had. Ze vervolgde: 'Ik heb ook nog twee oorbellen met edelstenen, en een zijden jurk en ringen, maar die draag ik 's morgens niet, die ga ik zo aantrekken, als ik mij ga opmaken. O, ze is heel gelukkig meneer, heel gelukkig. Wat zal ze blij zijn als ik haar schrijf dat u bent gekomen! Maar kom toch binnen meneer, gaat u zitten. U wilt toch wel wat gebruiken, kom binnen.'
    Ik weigerde, want ik wilde nu met de eerste de beste trein verder. Maar ze had me al bij de arm en trok mij naar binnen, almaar herhalend: 'Komt u toch binnen, meneer, ik moet toch tegen haar kunnen zeggen dat u bij ons bent geweest.'
    En ik trad binnen in een kleine, vrij donkere kamer, gemeubileerd met een tafel en een paar stoelen.
    Ze vervolgde: 'O, ze is heel gelukkig momenteel, heel gelukkig. Toen u haar in de trein had ontmoet, had ze net een groot verdriet. Haar vrijer had haar in Marseille aan de dijk gezet. En ze kwam terug, dat arme kind. Ze mocht u meteen heel erg, maar ze was nog wat verdrietig, begrijpt u wel. Nu ontbreekt het haar aan niets meer, ze schrijft me alles wat ze doet. Hij heet Bellemin. Ze zeggen dat hij bij u een groot schilder is. Hij heeft haar ontmoet toen hij hier voorbijkwam, op straat, ja meneer, op straat, en hij was meteen op haar verkikkerd. Maar wilt u niet een glas siroop? Die is echt lekker. Bent u helemaal alleen dit jaar?'
    Ik antwoordde: 'Ja, ik ben helemaal alleen.'
    Ik voelde de lust me nu bekruipen om te lachen en die lust groeide, en mijn aanvankelijke teleurstelling vervloog bij de verklaringen van mevrouw moeder Rondoli. Ik moest echter een glas siroop drinken.
    Ze vervolgde: 'Hoe dat zo, bent u helemaal alleen? O, wat spijt het me dan dat Francesca niet meer hier is, ze had u gezelschap kunnen houden zolang u in de stad blijft. Er is toch niks aan, om er alleen op uit te gaan, ze zal het van haar kant ook echt betreuren.'
    Toen ik vervolgens opstond om te gaan riep ze: 'Maar als u wilt dat Carlotta met u meegaat, zij kent alle wandelingen heel goed. Dat is mijn andere dochter, de tweede.'
    Zij zag ongetwijfeld mijn stomme verbazing voor instemming aan, waarop zij zich op de binnendeur stortte, die openrukte en in het duister van een onzichtbaar trappenhuis riep: 'Carlotta! Carlotta! Kom gauw naar beneden, kom meteen, lieve meid.'
    Ik wilde protesteren, maar daar gaf ze mij de kans niet toe: 'Nee, nee, zij houdt u gezelschap, ze is heel lief, en veel vrolijker dan die andere, het is een goeie dochter, een heel goeie dochter, en ik houd heel veel van haar.'
    Ik hoorde op de trap het geluid van pantoffelzolen en daarop verscheen een grote meid, een slanke en knappe brunette, met losse haren, die onder een oude jurk van haar moeder haar jeugdige en soepele lijf deed vermoeden.
    Mevrouw Rondoli bracht haar meteen op de hoogte van mijn situatie: 'Dit is de Fransman van Francesca, die van vorig jaar, je weet wel. Hij kwam haar opzoeken, hij is helemaal alleen, die arme meneer. Dus heb ik tegen hem gezegd dat jij met hem mee zou gaan om hem gezelschap te houden.'
    Carlotta bekeek mij met haar mooie bruine ogen en mompelde terwijl ze begon te glimlachen: 'Als hij dat wil, wil ik best.'
    Hoe had ik dat nu kunnen weigeren? Ik verklaarde: 'Maar natuurlijk wil ik best.'
    Daarop schoof mevrouw Rondoli haar de deur uit en zei: 'Ga je aankleden, vlug, vlug, doe je blauwe jurk maar aan, en zet je bloemenhoed op, maar haast je.'
    Zodra haar dochter weg was, verklaarde ze: 'Ik heb er nog twee, maar die zijn kleiner. Gelooft u mij meneer, het is duur hoor, de opvoeding van vier kinderen! Gelukkig is de oudste nu onder dak.'
    Daarop begon zij mij te vertellen van haar leven, over haar man die was overleden in dienst van de spoorwegen, en alle kwaliteiten van haar tweede dochter Carlotta.
    Laatstgenoemde kwam terug, gekleed naar de smaak van de oudste, in een opzichtige, rare jurk.
    Haar moeder bekeek haar van top tot teen, oordeelde haar geheel naar haar smaak en zei tegen ons: 'Vooruit kinderen, eropuit.'
    Vervolgens wendde zij zich nog tot haar dochter en zei: 'En vooral vanavond niet later dan tien uur thuiskomen, je weet dat de deur dan dichtzit.'
    Carlotta antwoordde: 'Wees maar nergens bang voor, mama.'
    Ze pakte me bij de arm, en daar slenterde ik met haar door de straten, net als met haar zuster, het jaar daarvoor.
    Ik ging terug naar het hotel om te lunchen, toen nam ik mijn nieuwe vriendin mee naar Santa Margherita, en ik maakte dezelfde tochtjes die ik met Francesca had gemaakt.
    En die avond ging ze niet naar huis, al ging de deur dan na tien uur dicht.
    En in de veertien dagen waarover ik beschikte, nam ik Carlotta mee naar de omgeving van Genua. Ze droeg er zorg voor dat ik die andere niet betreurde.
    Toen ik haar verliet was ze in tranen, op de ochtend van mijn vertrek, en ik liet haar naast een aandenken voor haarzelf, vier armbanden voor haar moeder.
    Ik ben van plan een dezer dagen weer eens een kijkje in Italië te gaan nemen en ik bedenk me daarbij met een zekere met hoop vermengde onrust dat mevrouw Rondoli nog twee dochters heeft.





Previous - Next

Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License