Par.
1 2 | de eerste gestalte die ik op het perron van het station
2 4 | wees hij met zijn vinger op de naam van de plaats, die
3 4 | van de plaats, die voor op het station stond, en verklaarde: "
4 7 | Puy-de-Dôme te geven. Je kunt hier op straat op me wachten, ik
5 7 | Je kunt hier op straat op me wachten, ik ga erin en
6 8 | al gauw. Alle grote ramen op de eerste verdieping waren
7 8 | mensen wilden verhinderen op straat te kijken.~
8 15| wilde lukken. Ik had menen op te merken dat ze haar min
9 15| soldaten mompelen als ze op het slagveld sterven: `Mama!"
10 16| huilde ze en kreunde ze op een griezelige, angstaanjagende
11 22| moesten dan, door een beroep op haar voorkeuren en door
12 22| verkrijgen van het lichaam op de intelligentie, en zo
13 23| Ik zette haar dus op een dag twee borden voor,
14 25| een beroep van het een op het ander, en als gevolg
15 26| het uur van de maaltijd op de wijzerplaat van de pendule
16 27| onmogelijk haar aandacht op de wijzer te vestigen, maar
17 27| de klok en iedereen stond op om aan tafel te gaan als
18 28| gehoor, vestigde zich vaak op de wijzerplaat.~
19 29| en om zes uur mijn vinger op het cijfer twaalf kon leggen,
20 29| cijfer twaalf kon leggen, en op het cijfer zes, zodra dus
21 30| klokkijken, door ze elke dag op hetzelfde ogenblik eten
22 31| hartstochtelijk wezen dat op een obstakel stuit, greep
23 31| open haard en sloeg zo hard op het klokje dat ze het binnen
24 32| functioneerden, berekenden, weliswaar op een duistere manier, en
25 32| moest ik een beroep doen op haar hartstochten, maar
26 32| haar hartstochten, maar dan op de meest tastbare.~
27 36| Welnu, op een ochtend trad haar vader
28 36| en zonder acht te slaan op mijn groet sprak hij: "Ik
29 40| jongen en werd van de ene dag op de andere niet slim, maar
30 53| sloeg niet de minste acht op zijn aardigheidjes en onderscheidde
31 57| Op iets beters kon hij niet
32 58| regelmatig de jonggehuwden op te zoeken, en ik merkte
33 58| herkende en gretige blikken op hem wierp die zij tot dan
34 59| onderscheidde zijn voetstappen op de trap of in de belendende
35 59| veranderde gezicht klaarde op met een gloed van diep geluk
36 64| de ochtend tot de avond op te wachten, de blik aan
37 67| teruggekomen. Ze bleef roerloos op een stoel zitten, de ogen
38 67| de ogen onbepaald gericht op de koperen wijzertjes die
39 68| van zijn paard, sprong dan op, maar als hij de kamer binnenkwam,
40 68| spookachtig gebaar haar vinger op de klok als om hem te zeggen: "
41 68| haar zoals bruten dat doen. Op een avond sloeg hij haar.~
42 71| hem, ze wacht nog altijd op hem. Ze wacht de hele dag
43 71| nacht, wakend of slapend, op ditzelfde ogenblik, onophoudelijk.
44 71| herinneringen te zoeken op welk ogenblik hij vroeger
45 71| Ik hoop die herinnering op den duur bij haar te kunnen
46 72| tijdje bekeken, en toen is ze op zo'n verschrikkelijke manier
47 76| Wij waren op de heuvel aangekomen, waarop
48 85| grijze vilthoed, schuin op een oor, boven twee brede
|