Par.
1 2 | ontwaarde was die van de dokter. Hij ging in het grijs gekleed
2 3 | Hij omhelsde me met die kennelijke
3 3 | verschijnen, en terwijl hij een weids handgebaar om
4 3 | om zich heen maakte riep hij vol trots uit: "Dit is nu
5 4 | Daarna wees hij met zijn vinger op de naam
6 6 | Lachend antwoordde hij: "Hoe dat zo? Draai de naam
7 6 | om zijn aardigheidje, nam hij mij handenwrijvend mee.~
8 8 | En hij liet mij staan voor zo'n
9 9 | van wat ik had opgemerkt. Hij antwoordde: "Je hebt je
10 11| Ik knikte. Hij vervolgde:~ ~
11 36| slaan op mijn groet sprak hij: "Ik moet je spreken over
12 38| Hij herhaalde: "Ja... dat weet
13 43| gedempte stem verklaarde hij: "Ik weet iemand."~
14 45| Hij antwoordde: "Jazeker, helemaal."~
15 49| komende maand trouwen," sprak hij.~ ~
16 51| En dat had hij gevonden.~
17 52| slag van feestgangers, en hij leek mij dus als echtgenoot
18 53| Hij kwam naar het huis om haar
19 53| wel scheen te bevallen. Hij nam bloemen mee, kuste haar
20 56| om de klok en het eten. Hij daarentegen leek zeer in
21 57| Op iets beters kon hij niet komen.~
22 59| klapte in de handen als hij binnenkwam en haar totaal
23 62| Maar hij kreeg al snel genoeg van
24 62| hartstochtelijke en stomme schepsel. Hij bracht nog maar een paar
25 62| dag bij haar door, omdat hij het voldoende vond haar
26 64| bekommerde om de maaltijden, want hij at altijd buitenshuis, in
27 66| marteling. Al snel ging hij ook buitenshuis slapen.
28 66| ook buitenshuis slapen. Hij bracht zijn avonden met
29 67| naar bed te gaan voordat hij was teruggekomen. Ze bleef
30 68| sprong dan op, maar als hij de kamer binnenkwam, richtte
31 68| eens hoe laat het is!" En hij begon bang te worden bij
32 68| en jaloerse stompzinnige, hij ergerde zich aan haar zoals
33 68| doen. Op een avond sloeg hij haar.~
34 71| zoeken op welk ogenblik hij vroeger terugkwam. Ik hoop
35 74| de straat gaat kijken of hij terugkomt!~
36 81| na een korte aarzeling: "Hij woont in Royat van de toelage
37 81| ze hem hebben toegekend. Hij is blij, hij viert feest."~
38 81| toegekend. Hij is blij, hij viert feest."~
39 84| Daar heb je hem," zei hij.~
|