Par.
1 6 | Hoe dat zo? Draai de naam maar om, dan krijg je mori, sterven...
2 7 | huizen, allemaal zwart, maar mooi als snuisterijen, met
3 13| Maar ik kreeg al gauw in de gaten
4 13| uitstekend ontwikkelde, maar dat de intelligentie achterbleef.~
5 14| Ze liep heel vroeg, maar weigerde categorisch te
6 14| dat ze uitstekend hoorde, maar dat ze niets begreep. Hard
7 25| komen. Dat duurde lang, maar het lukte me toch. Er ontstond
8 27| op de wijzer te vestigen, maar het lukte me haar het slagwerk
9 28| zij het slagwerk hoorde, maar toen, stukje bij beetje,
10 31| bel tien uur zou slaan. Maar toen de wijzer het cijfer
11 32| grenzen, want het lukte maar niet haar onderscheid te
12 32| doen op haar hartstochten, maar dan op de meest tastbare.~
13 34| soort bewonderenswaardige maar stomme Venus.~
14 35| sterk, met grote, heldere maar nietszeggende kijkers, blauw
15 37| Berthe uithuwelijken?... Maar dat kan toch niet!"~
16 38| Ja... dat weet ik wel... maar denk eens na... dokter...
17 40| op de andere niet slim, maar bijna gelijk aan veel onderontwikkelde
18 42| proberen... probeer het... maar... maar... jullie vinden
19 42| probeer het... maar... maar... jullie vinden nooit een
20 48| uitgeroepen: "De ellendeling!" maar ik hield mijn mond, en na
21 52| een mooie jongen, gezond, maar van het uitgaande type,
22 53| haar met verliefde blikken, maar zij sloeg niet de minste
23 56| in haar was gesprongen. Maar ik vond haar dezelfde als
24 62| Maar hij kreeg al snel genoeg
25 62| schepsel. Hij bracht nog maar een paar uur per dag bij
26 64| niet toe waar, om vooral maar niet naar huis te hoeven.~
27 68| zijn paard, sprong dan op, maar als hij de kamer binnenkwam,
28 76| omdraaide en zei: "Hier, kijk maar eens naar Riom."~
29 79| Maar ik luisterde niet, ik dacht
|