Par.
1 1 | logeren. Ik kende de Auvergne niet en ik besloot hem rond midzomer
2 9 | antwoordde: "Je hebt je niet vergist, het arme schepsel
3 15| gespeend was, herkende ze niet eens haar moeder. Dat woord
4 15| stotteren, te brabbelen, meer niet.~
5 21| van geuren, te dwingen, zo niet tot redenaties dan toch
6 24| Het duurde niet lang of ik had haar omgevormd
7 26| ik leerde haar - vraag me niet met hoeveel moeite! - het
8 28| gegeven dat al die slagen niet dezelfde waarde hadden als
9 30| lukt bij karpers, die toch niet kunnen klokkijken, door
10 32| grenzen, want het lukte maar niet haar onderscheid te laten
11 37| uithuwelijken?... Maar dat kan toch niet!"~
12 38| wie weet of haar geest dan niet zou ontwaken, bij het moederschap?..."~
13 40| de ene dag op de andere niet slim, maar bijna gelijk
14 41| huwelijken groeide in mij, niet zozeer uit vriendschap met
15 53| blikken, maar zij sloeg niet de minste acht op zijn aardigheidjes
16 57| Op iets beters kon hij niet komen.~
17 64| gekluisterd, waarbij ze zich niet eens meer bekommerde om
18 64| Châtelguyon, in Royat, het deed er niet toe waar, om vooral maar
19 64| toe waar, om vooral maar niet naar huis te hoeven.~
20 66| en de uren waarin zij hem niet zag werden voor haar uren
21 79| Maar ik luisterde niet, ik dacht aan die krankzinnige,
|