Par.
1 1 | vrienden die veel ouder zijn dan jij), mijn oude vriend,
2 2 | als een oude jongere, met zijn tengere lijf in zijn lichte
3 2 | met zijn tengere lijf in zijn lichte jas en zijn grote
4 2 | lijf in zijn lichte jas en zijn grote kop met grijs haar.~
5 3 | kegels, oude vulkanen moesten zijn.~
6 4 | Daarna wees hij met zijn vinger op de naam van de
7 4 | vaderstad van de artsen moeten zijn."~
8 6 | gevestigd." In de wolken om zijn aardigheidje, nam hij mij
9 31| een waanzinnige woede te zijn bedrogen, teleurgesteld,
10 38| haar een grote belevenis zijn, een groot geluk en... wie
11 46| Aha! En... zou ik zijn naam mogen weten?"~
12 50| boef van goeden huize, die zijn vaders erfenis had opgesoupeerd,
13 53| sloeg niet de minste acht op zijn aardigheidjes en onderscheidde
14 56| de aanhankelijkheid van zijn vrouw te wekken door spelletjes
15 59| Ze volgde zijn bewegingen, onderscheidde
16 59| bewegingen, onderscheidde zijn voetstappen op de trap of
17 62| het voldoende vond haar zijn nachten te schenken.~
18 66| buitenshuis slapen. Hij bracht zijn avonden met vrouwen door
19 68| in de verte de draf van zijn paard, sprong dan op, maar
|