bold = Main text
Par. grey = Comment text
1 2 | oude vriend Georges Garin. De huisknecht bracht hem een
2 5 | handschrift, dat kriskras de vlakken vulde. Hij las ze
3 5 | met aandachtige ernst, met de aandacht die je aan dingen
4 6 | Daarna legde hij de brief op een hoekje van
5 6 | brief op een hoekje van de schoorsteenmantel en sprak:~ ~
6 8 | was toen inspecteur bij de Maatschappij voor Maritieme
7 8 | toen ik een briefje van de directeur ontving, die mij
8 8 | onmiddellijk naar het Île de Ré te gaan, waar een door
9 8 | fregat uit Saint-Nazaire aan de grond was gelopen. Het was
10 8 | Het was toen acht uur in de ochtend. Ik ging om tien
11 8 | nog dezelfde avond nam ik de expres, die mij de volgende
12 8 | nam ik de expres, die mij de volgende dag, 31 december,
13 9 | twee uur voor inscheping op de pont naar Ré, de Jean-Guiton.
14 9 | inscheping op de pont naar Ré, de Jean-Guiton. Ik maakte een
15 9 | maakte een wandeling door de stad. Het is echt een vreemde
16 9 | net een doolhof, waarvan de trottoirs onder eindeloze
17 9 | zuilengangen zoals die in de Rue de Rivoli, maar dan
18 9 | zuilengangen zoals die in de Rue de Rivoli, maar dan laag, van
19 9 | godsdienstoorlogen. Het is de oude hugenotenstad, ernstig,
20 9 | fanatisme kan ontluiken, de stad waar het geloof van
21 9 | stad waar het geloof van de calvinisten tot bloei kwam,
22 9 | en waar het complot van de vier sergeants werd gesmeed1.~
23 9(1) | meewerkten aan pogingen de Franse monarchie omver te
24 10 | stoombootje, dat mij naar het Île de Ré moest brengen. Het vertrok
25 10 | het boos was, voer tussen de beide oude torens door die
26 10 | oude torens door die over de haven waken2, stak de rede
27 10 | over de haven waken2, stak de rede over, liet de door
28 10 | stak de rede over, liet de door Richelieu aangelegde
29 10 | je aan het wateroppervlak de enorme stenen ziet, die
30 10 | enorme stenen ziet, die de stad omgeeft als een enorme
31 10(2)| De torens dateren uit de veertiende
32 10(2)| De torens dateren uit de veertiende eeuw en bestaan
33 12 | onheilspellende plafond van mist, was de taangele, ondiepe en zanderige
34 12 | water, stilstaand water. De Jean-Guiton voer eroverheen
35 13 | Ik begon te kletsen met de kapitein, een bijna beenloos
36 13 | volschip uit Saint-Nazaire, de Marie-Joseph, was op een
37 13 | een stormachtige nacht op de zandbanken van het Île de
38 13 | de zandbanken van het Île de Ré gestrand.~
39 14 | De storm had het schip zo ver
40 14 | zo ver geworpen, schreef de reder, dat het onmogelijk
41 14 | moeten halen. Ik moest dus de toestand van het wrak vaststellen,
42 14 | vaststellen, inschatten wat de staat ervan was vóór schipbreuk,
43 14 | trekken. Ik kwam als agent van de maatschappij, om vervolgens
44 15 | ontvangst van mijn rapport moest de directeur de maatregelen
45 15 | rapport moest de directeur de maatregelen nemen die hij
46 16 | De kapitein van de Jean-Guiton
47 16 | De kapitein van de Jean-Guiton kende het geval
48 16 | opgeroepen om deel te nemen aan de reddingspogingen.~
49 17 | trouwens heel banaal was. De Marie-Joseph was door een
50 17 | een kokende zee", had de kapitein gezegd - en was
51 17 | uitgestrekte zandbanken gelopen die de kust van deze streek veranderen
52 18 | en voor mij uit. Tussen de oceaan en de zware hemel
53 18 | uit. Tussen de oceaan en de zware hemel bleef nog een
54 18 | vrij waar je een blik in de verte kon werpen. Wij volgden
55 18 | Ik vroeg: "Is dat het Île de Ré?"~
56 20 | En plotseling stak de kapitein zijn rechterhand
57 21 | De Marie-Joseph?"~
58 23 | minstens drie kilometer voor de kust te liggen.~
59 27 | zit ge vast. Hoe verder de zee zich terugtrekt, des
60 27 | stapt ge om halfacht weer op de Jean-Guiton, die u vanavond
61 27 | Jean-Guiton, die u vanavond nog op de kade van La Rochelle zet."~
62 28 | Ik bedankte de kapitein en ging voor op
63 28 | kapitein en ging voor op de stoomboot zitten, om naar
64 29 | het water en een voet op de grond, levend van vis en
65 30 | klein voorgebergte, en omdat de zee nu snel terugtrok, ging
66 31 | nog zee, nu zag je haar in de verte, zij ging er zover
67 31 | vandoor, ik zag niet eens meer de vloedlijn die zand van oceaan
68 31 | bovennatuurlijke betovering. De oceaan lag daarnet nog aan
69 31 | nu was hij verdwenen in de zandplaat, zoals decors
70 31 | en ik liep nu midden in de woestenij. Alleen het gevoel,
71 31 | woestenij. Alleen het gevoel, de lucht van zout water bleven
72 31 | bleven mij nog. Ik rook de geur van het wier, de geur
73 31 | rook de geur van het wier, de geur van de baren, de ruige
74 31 | van het wier, de geur van de baren, de ruige en lekkere
75 31 | wier, de geur van de baren, de ruige en lekkere geur van
76 31 | ruige en lekkere geur van de kust. Ik liep snel, ik had
77 32 | Het scheen nu uit de grond op te rijzen en nam
78 32 | bereikte ik het. Het lag op de kant, gescheurd, opengereten,
79 32 | opengereten, en liet als de ribben van een dier zijn
80 32 | in te hebben geschoten. De voorsteven was diep in dat
81 32 | strand gedrongen, terwijl de achtersteven omhoog was
82 32 | ware een wanhoopskreet tot de hemel leek te richten, met
83 32 | die twee woorden die op de zwarte romp geschilderd
84 33 | kadaver van dat schip vanaf de laagste kant, en toen ik
85 33 | Het daglicht kwam door de kapotte luiken en door de
86 33 | de kapotte luiken en door de scheuren in de scheepswand,
87 33 | luiken en door de scheuren in de scheepswand, en verlichtte
88 34 | aantekeningen te maken over de staat van het vaartuig.
89 34 | grote scheur waardoorheen ik de eindeloze uitgestrektheid
90 34 | het geluid van krabben die de romp met hun kromme klauwen
91 34 | en regelmatige geluid van de paalworm die maar dooreet,
92 35 | het dek: en ik zag daar op de voorsteven van het schip
93 35 | fregat hadden zien opduiken. De jongste van de meisjes ging
94 35 | opduiken. De jongste van de meisjes ging ervandoor,
95 35 | meisjes ging ervandoor, de beide anderen grepen hun
96 36 | sprak: "O meneer, ben jij de eigener van dit schip?"~
97 41 | te komen, toonde ik hem de beste mogelijkheid en stak
98 41 | mogelijkheid en stak hem de hand toe. Hij kwam boven,
99 41 | boven, en toen hielpen wij de drie meisjes, die waren
100 41 | waren betoverend, vooral de oudste, een blondine van
101 41 | en dat haar haren er nog de kleur van hadden behouden.
102 41 | aan onbekende diepten van de oceaan.~
103 42 | vader, en diende tot tolk. De schipbreuk moest tot in
104 42 | schipbreuk moest tot in de kleinste details, die ik
105 42 | ik bedacht alsof ik bij de ramp aanwezig was geweest,
106 42 | verteld worden. Daarop daalde de hele familie af in het binnenste
107 42 | meisjes schetsboeken in de hand, die ze ongetwijfeld
108 43 | een uitstekende balk, en de vier schetsboeken op de
109 43 | de vier schetsboeken op de acht knieën raakten bedekt
110 43 | met zwarte lijntjes die de opengereten buik van de
111 43 | de opengereten buik van de Marie-Joseph moesten voorstellen.~
112 44 | Al werkend kletste de oudste dochter met mij,
113 45 | Ik hoorde dat zij de winter in Biarritz doorbrachten
114 45 | dat ze expres naar het Île de Ré waren gekomen om naar
115 45 | kijken. Ze hadden niets van de Engelse verwaandheid, die
116 45 | zoekenden met wie Engeland de wereld overspoelt. De lange,
117 45 | Engeland de wereld overspoelt. De lange, magere vader, het
118 45 | sandwich, een plak ham in de vorm van een mensenhoofd
119 45 | tussen twee haren kussentjes, de meisjes hoog op de benen,
120 45 | kussentjes, de meisjes hoog op de benen, kleine waadvogels
121 45 | benen, kleine waadvogels in de groei, ook mager, behalve
122 45 | groei, ook mager, behalve de oudste, en alle drie aardig,
123 45 | drie aardig, maar vooral de grootste.~
124 46 | van niet-begrijpen, van de ogen opslaan om mij te ondervragen,
125 48 | dat? Ik stond op om door de spleet te kijken, en ik
126 48 | slaakte een hevige kreet. De zee had ons bereikt, en
127 49 | wonderlijke snelheid naar de kust. Nee, het stroomde
128 49 | maar je zag al niet meer de wegtrekkende vloedlijn van
129 50 | De Engelsman wilde zich erin
130 50 | vlucht was onmogelijk vanwege de diepe poelen die we op de
131 50 | de diepe poelen die we op de heenweg hadden moeten omzeilen,
132 50 | omzeilen, en waarin wij op de terugweg zouden wegzinken.~
133 51 | verschrikkelijke beklemming. Toen zei de kleine Engelse glimlachend: "
134 51 | glimlachend: "Nu zijn wij de schipbreukelingen!"~
135 52 | lachen, maar vrees snoerde me de keel, een laffe, vreselijke,
136 52 | kwamen mij tegelijk voor de geest. Ik had zin "help!"
137 53 | De beide kleine Engelsen waren
138 53 | bezag met bezorgde blik de onmetelijke zee om ons heen.~
139 54 | De nacht viel, even snel als
140 54 | nacht viel, even snel als de oceaan kwam opzetten, een
141 56 | De Engelsman antwoordde: "O
142 58 | Een van de meisjes kreeg het koud,
143 58 | gaan, om te schuilen tegen de bries, tegen de lichte maar
144 58 | schuilen tegen de bries, tegen de lichte maar ijskoude bries
145 58 | bries die ons beroerde en in de huid stak.~
146 59 | moesten wegkruipen tegen de romp aan de achterplecht,
147 59 | wegkruipen tegen de romp aan de achterplecht, die ons een
148 60 | voelde tegen mijn schouder de schouder van het Engelse
149 60 | klapperden, maar ik voelde ook de zachte warmte van haar lichaam
150 60 | warmte van haar lichaam door de stof heen, en die warmte
151 60 | ondanks alles, ondanks de nacht, ondanks het vreselijke
152 60 | dat ik daar was, blij met de koude en met het gevaar,
153 62 | gek! Hoe komt het toch dat de aanwezigheid van een vrouw
154 62 | bevalligheid, die ons boeit? De verleiding van de schoonheid
155 62 | boeit? De verleiding van de schoonheid en de jeugd die
156 62 | verleiding van de schoonheid en de jeugd die ons bedwelmt,
157 63 | een soort beroering van de liefde, de raadselachtige
158 63 | beroering van de liefde, de raadselachtige liefde die
159 64 | Maar de stilte van het duister werd
160 64 | duister werd angstaanjagend, de stilte van het uitspansel,
161 64 | het gedempte geluid van de zee die op kwam zetten,
162 64 | het eentonig kabbelen van de stroming tegen de boot.~
163 64 | kabbelen van de stroming tegen de boot.~
164 65 | Plotseling hoorde ik snikken. De kleinste van de meisjes
165 65 | snikken. De kleinste van de meisjes huilde. Toen wilde
166 68 | toch over haar heen. In de korte strijd trof ik haar
167 69 | Sinds enkele minuten werd de lucht koeler, het kabbelen
168 69 | kabbelen van het water tegen de romp van het schip duidelijker.
169 69 | streek over mijn gezicht. De wind was opgestoken!~
170 70 | De Engelsman merkte het tegelijk
171 71 | gekraakt en ontwricht was dat de eerste enigszins hoge golf
172 72 | krachtiger windstoten. Nu brak de zee een beetje en ik zag
173 72 | een beetje en ik zag in de duisternis witte strepen
174 72 | elke golf het karkas van de Marie-Joseph raakte, en
175 74 | brandden vuurtorens op de kust, witte, gele, rode,
176 75 | Af en toe stak de Engelsman een lucifer aan
177 75 | Plotseling sprak hij over de hoofden van zijn dochters
178 76 | te zingen, dat opsteeg in de donkere, zwijgende nacht
179 76 | zwijgende nacht en vervloog in de ruimte.~
180 78 | morituri te salutant uit de Oudheid3.~
181 78(3)| groeten u!" Volgens Suetonius de groet van de gladiatoren
182 78(3)| Volgens Suetonius de groet van de gladiatoren aan de keizer,
183 78(3)| groet van de gladiatoren aan de keizer, voordat zij het
184 79 | heldere, jonge stem zich in de nacht. Ze zong ongetwijfeld
185 79 | ongetwijfeld iets verdrietigs, want de noten sleepten zich voort,
186 79 | als gewonde vogels over de baren rond.~
187 80 | De zee zwol aan, sloeg nu tegen
188 80 | voorbij zou varen, wat zouden de matrozen dan denken? Mijn
189 80 | gepijnigde geest verloor zich in de droom! Een zeemeermin! Was
190 80 | zeemeermin, die dochter van de zee, die mij had vastgehouden
191 80 | die zo meteen met mij in de golven zou ondergaan?~
192 81 | het dek geslingerd, want de Marie-Joseph was op de rechterflank
193 81 | want de Marie-Joseph was op de rechterflank gaan liggen.
194 81 | begrijpen wat ik deed, in de overtuiging dat mijn laatste
195 81 | haar slapen en haar haar. De boot bewoog niet meer en
196 82 | De vader riep: "Kate!" Die
197 83 | De Engelsman vervolgde: "Een
198 84 | Doordat hij de oudste niet had gezien,
199 85 | boot die ons zocht, doordat de hotelbaas onze onvoorzichtigheid
200 87 | De Engelsman wreef zich nu
201 87 | Engelsman wreef zich nu in de handen en mompelde: "Een
202 88 | niet vrolijk om, ik miste de Marie-Joseph.~
203 89 | De volgende dag moesten wij
204 90 | met haar getrouwd! Wat is de mens soms zwak en onvoorspelbaar!~
205 91 | daarvan stelde ze mij op de hoogte. En sinds die tijd
206 91 | ik heb het slechts over de Marie-Joseph... het is misschien
207 91 | Marie-Joseph... het is misschien de enige vrouw die ik ooit
208 91 | haar blonde haren!... Nee, de mijne is er niet meer...
|