bold = Main text
Par. grey = Comment text
1 1 | Gisteren was het oudjaar.~
2 5 | dingen wijdt die je na aan het hart liggen.~
3 7 | sentimenteel verhaal, en het is mij overkomen! O, dat
4 8 | opdracht gaf onmiddellijk naar het Île de Ré te gaan, waar
5 8 | aan de grond was gelopen. Het was toen acht uur in de
6 9 | wandeling door de stad. Het is echt een vreemde en heel
7 9 | lijken te zijn gebouwd, het antieke en aangrijpende
8 9 | woeste godsdienstoorlogen. Het is de oude hugenotenstad,
9 9 | ontluiken, de stad waar het geloof van de calvinisten
10 9 | tot bloei kwam, en waar het complot van de vier sergeants
11 10 | stoombootje, dat mij naar het Île de Ré moest brengen.
12 10 | Île de Ré moest brengen. Het vertrok puffend, alsof het
13 10 | Het vertrok puffend, alsof het boos was, voer tussen de
14 10 | achter zich, waarvan je aan het wateroppervlak de enorme
15 10 | enorme ketting, en toen boog het rechts af.~
16 11 | Het was zo'n trieste, deprimerende
17 13 | Ik wilde wat details over het schadegeval dat ik moest
18 13 | nacht op de zandbanken van het Île de Ré gestrand.~
19 14 | De storm had het schip zo ver geworpen, schreef
20 14 | geworpen, schreef de reder, dat het onmogelijk was geweest het
21 14 | het onmogelijk was geweest het weer vlot te trekken en
22 14 | moest dus de toestand van het wrak vaststellen, inschatten
23 14 | schipbreuk, en beoordelen of al het mogelijke was gedaan het
24 14 | het mogelijke was gedaan het weer vlot te trekken. Ik
25 14 | dat nodig mocht zijn bij het proces een contra-expertise
26 16 | van de Jean-Guiton kende het geval goed, doordat hij
27 17 | Hij verklaarde mij het ongeval, dat trouwens heel
28 18 | kust. Ik vroeg: "Is dat het Île de Ré?"~
29 24 | honderd vadem water zijn op het punt dat u me aanwijst?"~
30 27 | Bordeaux. Hij vervolgde: "Het is nu vloed, negen uur en
31 27 | minuten. Als gij op uw gemak het strand volgt, na in hotel
32 27 | om drie uur uiterlijk bij het wrak zijt, met droge voeten,
33 28 | stoomboot zitten, om naar het stadje Saint-Martin te bekijken,
34 29 | Het leek op alle haventjes die
35 29 | schrale eilandjes die langs het vasteland liggen. Het was
36 29 | langs het vasteland liggen. Het was een groot vissersdorp,
37 29 | vissersdorp, met een voet in het water en een voet op de
38 29 | radijs en van mosselen. Het eiland is heel laag, weinig
39 29 | maar ik ging niet naar het binnenland.~
40 30 | terugtrok, ging ik over het zand naar een soort zwarte
41 30 | ver weg, ver weg boven het water uit zag steken.~
42 31 | voet te zweten. Daarnet was het daar nog zee, nu zag je
43 31 | verte, zij ging er zover het oog kon reiken vandoor,
44 31 | in de woestenij. Alleen het gevoel, de lucht van zout
45 31 | nog. Ik rook de geur van het wier, de geur van de baren,
46 31 | kust. Ik liep snel, ik had het niet koud meer, ik keek
47 31 | koud meer, ik keek naar het gestrande wrak, dat groeide
48 32 | Het scheen nu uit de grond op
49 32 | een uur lopen bereikte ik het. Het lag op de kant, gescheurd,
50 32 | uur lopen bereikte ik het. Het lag op de kant, gescheurd,
51 32 | doorboord met enorme spijkers. Het zand was al door al die
52 32 | die reten binnengedrongen, het hield het wrak vast, het
53 32 | binnengedrongen, het hield het wrak vast, het bezat het,
54 32 | het hield het wrak vast, het bezat het, het wilde ook
55 32 | het wrak vast, het bezat het, het wilde ook niet meer
56 32 | wrak vast, het bezat het, het wilde ook niet meer loslaten.
57 32 | ook niet meer loslaten. Het leek er wortel in te hebben
58 32 | omhoog was gekomen en als het ware een wanhoopskreet tot
59 33 | Ik beklom het kadaver van dat schip vanaf
60 33 | kant, en toen ik eenmaal op het dek stond drong ik er ook
61 33 | drong ik er ook in door. Het daglicht kwam door de kapotte
62 33 | op trieste wijze die als het ware lange, sombere kelders,
63 34 | maken over de staat van het vaartuig. Ik ging op een
64 34 | zitten, en ik schreef in het licht van een grote scheur
65 34 | eindeloze uitgestrektheid van het wad kon waarnemen. Een vreemde
66 34 | ophouden met schrijven om naar het vage en raadselachtige geluid
67 34 | raadselachtige geluid van het wrak te luisteren: het geluid
68 34 | van het wrak te luisteren: het geluid van krabben die de
69 34 | klauwen zaten te bekrabben, het geluid van duizend piepkleine
70 34 | deze dode vestigden, en ook het zachte en regelmatige geluid
71 35 | vertellen. Natuurlijk duurde het niet lang of ik stond met
72 35 | van mijn knuisten weer op het dek: en ik zag daar op de
73 35 | daar op de voorsteven van het schip een grote heer met
74 35 | mond opengedaan, dat was het enige teken waaruit zijn
75 36 | enkele seconden nam hij het woord en sprak: "O meneer,
76 40 | zin uit waarvan ik alleen het woord gracious verstond,
77 41 | lijken net teer zeefruit. Het was net alsof ze uit het
78 41 | Het was net alsof ze uit het zand kwam, en dat haar haren
79 42 | daalde de hele familie af in het binnenste van het wrak.
80 42 | af in het binnenste van het wrak. Zodra ze in die sombere,
81 44 | dochter met mij, en ik bleef het skelet van het schip inspecteren.~
82 44 | ik bleef het skelet van het schip inspecteren.~
83 45 | doorbrachten en dat ze expres naar het Île de Ré waren gekomen
84 45 | Engelse verwaandheid, die lui, het waren eenvoudige en brave,
85 45 | De lange, magere vader, het rode gezicht in witte bakkebaarden
86 46 | om te gissen, om weer aan het werk te slaan en yes of
87 49 | We stonden meteen op het dek. Maar het was al te
88 49 | meteen op het dek. Maar het was al te laat. Het water
89 49 | Maar het was al te laat. Het water omgaf ons en stroomde
90 49 | snelheid naar de kust. Nee, het stroomde niet, het gleed,
91 49 | Nee, het stroomde niet, het gleed, het kroop, het spreidde
92 49 | stroomde niet, het gleed, het kroop, het spreidde zich
93 49 | niet, het gleed, het kroop, het spreidde zich uit als een
94 49 | centimeters waters bedekten het zand, maar je zag al niet
95 49 | wegtrekkende vloedlijn van het onmerkbare water.~
96 55 | niets anders te doen dan op het schip te blijven."~
97 58 | Een van de meisjes kreeg het koud, en we vatten het idee
98 58 | kreeg het koud, en we vatten het idee op om naar beneden
99 59 | Ik boog mij over het luik. Het schip stond vol
100 59 | boog mij over het luik. Het schip stond vol water. Wij
101 60 | Het duister omgaf ons nu helemaal,
102 60 | schouder de schouder van het Engelse meisje beven, wier
103 60 | dieren in een greppel, als het stormt. En toch, ondanks
104 60 | ondanks de nacht, ondanks het vreselijke en groeiende
105 60 | blij met de koude en met het gevaar, blij met die lange
106 62 | uithalen. Wat gek! Hoe komt het toch dat de aanwezigheid
107 63 | Is het niet eerder een soort beroering
108 64 | Maar de stilte van het duister werd angstaanjagend,
109 64 | angstaanjagend, de stilte van het uitspansel, want wij hoorden
110 64 | licht, aanhoudend schuren, het gedempte geluid van de zee
111 64 | zee die op kwam zetten, en het eentonig kabbelen van de
112 66 | mijn buurvrouw: "Hebt u het niet te koud, miss?"~
113 67 | O ja. Ik heb het heel koud."~
114 68 | betoverende rilling over het hele lijf zond.~
115 69 | minuten werd de lucht koeler, het kabbelen van het water tegen
116 69 | koeler, het kabbelen van het water tegen de romp van
117 69 | water tegen de romp van het schip duidelijker. Ik kwam
118 70 | De Engelsman merkte het tegelijk met mij, en hij
119 71 | Dat was zeker niet goed, het betekende een wisse dood
120 71 | als golven, zelfs zwakke, het wrak te lijf zouden gaan
121 71 | beet zouden pakken, omdat het toch al zo gekraakt en ontwricht
122 71 | eerste enigszins hoge golf het in zou laten storten.~
123 72 | schuim, terwijl elke golf het karkas van de Marie-Joseph
124 72 | Marie-Joseph raakte, en het schudde met een korte rilling
125 72 | korte rilling die ons tot het hart doordrong.~
126 73 | Het meisje rilde, ik voelde
127 75 | aan om te kijken hoe laat het was. Dan stopte hij zijn
128 76 | Het was middernacht. Ik stak
129 76 | daarop sprak hij een zin in het Engels, en plotseling begonnen
130 76 | begonnen zijn dochters en hij het "God Save the Queen" te
131 78 | Het was iets onheilspellends
132 78 | iets te vergelijken met het fantastische Ave Caesar,
133 78(3)| aan de keizer, voordat zij het strijdperk betraden.~
134 80 | zwol aan, sloeg nu tegen het wrak. En ik, ik dacht alleen
135 81 | werden wij alle vijf over het dek geslingerd, want de
136 81 | rechterflank gaan liggen. Het meisje was op mij beland,
137 82 | ogenblik had ik gewild dat het schip was opengespleten
138 82 | opengespleten en dat ik met haar in het water was gevallen.~
139 83 | Een beetje schommelen, het is niets. Ik heb mij drie
140 85 | riep, er werd geantwoord. Het was een boot die ons zocht,
141 89 | vertrokken naar Biarritz. Het had niet veel gescheeld
142 91 | vertelt me haar leven, heeft het over haar kinderen, haar
143 91 | Ach waarom?... Ik, ik heb het slechts over de Marie-Joseph...
144 91 | over de Marie-Joseph... het is misschien de enige vrouw
145 91 | die van vroeger... die van het wrak... wat een schepsel...
146 91 | dat gaat me toch zo aan het hart... Ach, haar blonde
|