Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
iets 6
ijskoude 3
ijzel 1
ik 131
île 5
in 56
inderdaad 2
Frequency    [«  »]
208 de
146 het
137 en
131 ik
108 een
94 van
86 die
Guy de Maupassant
Het wrak

IntraText - Concordances

ik

    Par.
1 2 | Ik had net gegeten bij mij 2 7 | een grappig verhaal dat ik je nooit heb verteld, maar 3 7 | twintig jaar geleden... want ik was toen dertig en nu ben 4 7 | was toen dertig en nu ben ik vijftig!~ 5 8 | Ik was toen inspecteur bij 6 8 | Maritieme Verzekeringen die ik tegenwoordig leid. Ik maakte 7 8 | die ik tegenwoordig leid. Ik maakte mij op om nieuwjaarsdag 8 8 | feestdag te maken, toen ik een briefje van de directeur 9 8 | acht uur in de ochtend. Ik ging om tien uur naar kantoor 10 8 | en nog dezelfde avond nam ik de expres, die mij de volgende 11 9 | Ik had twee uur voor inscheping 12 9 | naar , de Jean-Guiton. Ik maakte een wandeling door 13 10| Toen ik een poosje door die opmerkelijke 14 10| had gezworven, scheepte ik mij in op een zwart, dikbuikig 15 13| Ik begon te kletsen met de 16 13| in hetzelfde evenwicht. Ik wilde wat details over het 17 13| over het schadegeval dat ik moest gaan opnemen. Een 18 14| eruit hadden moeten halen. Ik moest dus de toestand van 19 14| het weer vlot te trekken. Ik kwam als agent van de maatschappij, 20 18| Al kletsend keek ik om mij heen en voor mij 21 18| werpen. Wij volgden een kust. Ik vroeg: "Is dat het Île de 22 23| Ik was stomverbaasd. Dat zwarte, 23 23| onzichtbare puntje, dat ik aangezien had voor een rots, 24 24| Ik hernam: "Maar kapitein, 25 26| Nog geen twee, dat zeg ik u!..."~ 26 27| hebben gegeten, dan beloof ik u dat ge om tien voor drie 27 28| Ik bedankte de kapitein en 28 29| toch dicht bevolkt, maar ik ging niet naar het binnenland.~ 29 30| te hebben gegeten beklom ik een klein voorgebergte, 30 30| nu snel terugtrok, ging ik over het zand naar een soort 31 30| een soort zwarte rots die ik daarginder, ver weg, ver 32 31| Ik liep snel over die gele 33 31| oog kon reiken vandoor, ik zag niet eens meer de vloedlijn 34 31| zand van oceaan scheidde. Ik meende getuige te zijn van 35 31| decors dat doen in luiken, en ik liep nu midden in de woestenij. 36 31| zout water bleven mij nog. Ik rook de geur van het wier, 37 31| lekkere geur van de kust. Ik liep snel, ik had het niet 38 31| van de kust. Ik liep snel, ik had het niet koud meer, 39 31| had het niet koud meer, ik keek naar het gestrande 40 31| wrak, dat groeide naarmate ik naderde en dat momenteel 41 32| na een uur lopen bereikte ik het. Het lag op de kant, 42 33| Ik beklom het kadaver van dat 43 33| de laagste kant, en toen ik eenmaal op het dek stond 44 33| eenmaal op het dek stond drong ik er ook in door. Het daglicht 45 34| Ik begon aantekeningen te maken 46 34| staat van het vaartuig. Ik ging op een leeg, kapot 47 34| leeg, kapot vat zitten, en ik schreef in het licht van 48 34| grote scheur waardoorheen ik de eindeloze uitgestrektheid 49 34| mijn huid, en soms moest ik even ophouden met schrijven 50 35| En plotseling hoorde ik mensenstemmen vlak bij mij. 51 35| mensenstemmen vlak bij mij. Ik sprong op alsof ik een verschijning 52 35| mij. Ik sprong op alsof ik een verschijning zag. Ik 53 35| ik een verschijning zag. Ik geloofde echt heel even 54 35| geloofde echt heel even dat ik uit dat onheilspellende 55 35| duurde het niet lang of ik stond met behulp van mijn 56 35| knuisten weer op het dek: en ik zag daar op de voorsteven 57 35| waren duidelijk banger dan ik, toen ze die vent zo een-twee-drie 58 40| Engelse zin uit waarvan ik alleen het woord gracious 59 41| naar boven te komen, toonde ik hem de beste mogelijkheid 60 42| de kleinste details, die ik bedacht alsof ik bij de 61 42| details, die ik bedacht alsof ik bij de ramp aanwezig was 62 44| oudste dochter met mij, en ik bleef het skelet van het 63 45| Ik hoorde dat zij de winter 64 46| yes of no te zeggen, dat ik eindeloos naar haar had 65 47| Plotseling mompelde zij: "Ik voel een kleine beweging 66 48| Ik spitste mijn oren, en meteen 67 48| mijn oren, en meteen hoorde ik een licht, vreemd aanhoudend 68 48| aanhoudend geluid. Wat was dat? Ik stond op om door de spleet 69 48| de spleet te kijken, en ik slaakte een hevige kreet. 70 50| wilde zich erin werpen maar ik hield hem tegen, die vlucht 71 52| Ik wilde lachen, maar vrees 72 52| tegelijk voor de geest. Ik had zin "help!" te gaan 73 55| Ik zei: "Er zit niets anders 74 57| kwartier of een halfuur, ik weet eigenlijk niet meer 75 59| Ik boog mij over het luik. 76 60| door duisternis en water. Ik voelde tegen mijn schouder 77 60| en toe klapperden, maar ik voelde ook de zachte warmte 78 60| groeiende gevaar, begon ik mij blij te voelen dat ik 79 60| ik mij blij te voelen dat ik daar was, blij met de koude 80 60| duisternis en benauwdheid die ik door moest brengen op dat 81 61| Ik vroeg mij af waarom dat 82 62| onbekend Engels meisje? Ik beminde haar niet, ik kende 83 62| meisje? Ik beminde haar niet, ik kende haar niet, en ik voelde 84 62| ik kende haar niet, en ik voelde me vertederd, veroverd! 85 62| me vertederd, veroverd! Ik had haar willen redden, 86 62| had haar willen redden, ik had mij voor haar willen 87 62| voor haar willen opofferen, ik had duizend doldrieste dingen 88 65| Plotseling hoorde ik snikken. De kleinste van 89 65| spreken in hun taal, die ik niet versta. Ik begreep 90 65| taal, die ik niet versta. Ik begreep dat hij haar geruststelde 91 66| Ik vroeg aan mijn buurvrouw: " 92 67| O ja. Ik heb het heel koud."~ 93 68| Ik wilde haar mijn jas geven, 94 68| geven, maar die weigerde ze. Ik had haar echter al uitgetrokken, 95 68| echter al uitgetrokken, dus ik gooide haar toch over haar 96 68| In de korte strijd trof ik haar hand, die mij een betoverende 97 69| van het schip duidelijker. Ik kwam overeind, een windvlaag 98 72| brak de zee een beetje en ik zag in de duisternis witte 99 73| Het meisje rilde, ik voelde haar trillen tegen 100 73| trillen tegen mij aan, en ik kreeg een waanzinnige behoefte 101 75| ernst tot mij: "Meneer, ik wens jou een gelukkig nieuwjaar."~ 102 76| Het was middernacht. Ik stak hem mijn hand toe, 103 77| Eerst kreeg ik zin om te lachen, toen werd 104 77| om te lachen, toen werd ik door een krachtige en vreemde 105 79| Toen ze klaar waren vroeg ik mijn buurvrouw mij een ballade, 106 80| sloeg nu tegen het wrak. En ik, ik dacht alleen nog maar 107 80| nu tegen het wrak. En ik, ik dacht alleen nog maar aan 108 80| nog maar aan die stem. En ik dacht ook aan zeemeerminnen. 109 81| meisje was op mij beland, ik had haar in mijn armen opgevangen, 110 81| weten of te begrijpen wat ik deed, in de overtuiging 111 81| was aangebroken, drukte ik een dikke zoen op haar wang, 112 82| vader riep: "Kate!" Die ik vast had antwoordde yes, 113 82| Echt waar, dat ogenblik had ik gewild dat het schip was 114 82| was opengespleten en dat ik met haar in het water was 115 83| schommelen, het is niets. Ik heb mij drie dochters nog 116 85| Ik kwam langzaam overeind en 117 85| overeind en plotseling zag ik een licht boven zee, vlak 118 85| boven zee, vlak bij ons. Ik riep, er werd geantwoord. 119 88| inderdaad soupeerden wij. Ik was daar niet vrolijk om, 120 88| was daar niet vrolijk om, ik miste de Marie-Joseph.~ 121 89| had niet veel gescheeld of ik was ze gevolgd.~ 122 90| Ik was maf, ik had dat meisje 123 90| Ik was maf, ik had dat meisje ten huwelijk 124 90| samen waren geweest, was ik met haar getrouwd! Wat is 125 91| jaar verstreken zonder dat ik iets van hen vernam, en 126 91| hen vernam, en toen kreeg ik een brief uit New York. 127 91| Waarom? Ach waarom?... Ik, ik heb het slechts over 128 91| Waarom? Ach waarom?... Ik, ik heb het slechts over de 129 91| misschien de enige vrouw die ik ooit heb bemind... nee... 130 91| heb bemind... nee... die ik zou hebben bemind... Ach... 131 91| voorbij. Ze is nu vast oud... ik zou haar niet terug kennen...


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License