Par.
1 2 | De huisknecht bracht hem een brief vol stempels en vreemde
2 5 | acht bladzijden te lezen in een groot Engels handschrift,
3 6 | Daarna legde hij de brief op een hoekje van de schoorsteenmantel
4 7 | Tja, dat is een grappig verhaal dat ik je
5 7 | heb verteld, maar toch ook een sentimenteel verhaal, en
6 7 | mij overkomen! O, dat was een rare nieuwjaarsdag, dat
7 8 | hoort nu eenmaal van die dag een feestdag te maken, toen
8 8 | feestdag te maken, toen ik een briefje van de directeur
9 8 | Île de Ré te gaan, waar een door ons verzekerd fregat
10 9 | de Jean-Guiton. Ik maakte een wandeling door de stad.
11 9 | door de stad. Het is echt een vreemde en heel karakterrijke
12 9 | verstrengelde straatjes, net een doolhof, waarvan de trottoirs
13 9 | en bogengangen, die als een duurzaam decor voor samenzweerders
14 9 | wat achterbaks uiterlijk, een stad van dwarse schippers,
15 10| Toen ik een poosje door die opmerkelijke
16 10| gezworven, scheepte ik mij in op een zwart, dikbuikig stoombootje,
17 10| die de stad omgeeft als een enorme ketting, en toen
18 11| alle energie in je dooft, een grijze, ijskoude dag, vervuild
19 11| ademen, als uitwaseming van een riool.~
20 12| beweging, zonder leven, een zee vol troebel water, vet
21 12| eroverheen en slingerde een beetje naar gewoonte, doorsneed
22 13| kletsen met de kapitein, een bijna beenloos mannetje,
23 13| dat ik moest gaan opnemen. Een groot volschip uit Saint-Nazaire,
24 13| de Marie-Joseph, was op een stormachtige nacht op de
25 14| mocht zijn bij het proces een contra-expertise te kunnen
26 17| De Marie-Joseph was door een woeste stormvlaag gegrepen,
27 17| voer op goed geluk over een zee van schuim - "een kokende
28 17| over een zee van schuim - "een kokende zee", had de kapitein
29 17| deze streek veranderen in een grenzeloze Sahara, dat is
30 18| de zware hemel bleef nog een ruimte vrij waar je een
31 18| een ruimte vrij waar je een blik in de verte kon werpen.
32 18| kon werpen. Wij volgden een kust. Ik vroeg: "Is dat
33 20| toonde mij in volle zee een bijna niet waar te nemen
34 23| dat ik aangezien had voor een rots, leek mij minstens
35 27| beste vriend, en dat ge dan een uur en drie kwartier tot
36 27| Deze kust is zo plat als een duit! Gaat u weer op weg
37 29| vasteland liggen. Het was een groot vissersdorp, met een
38 29| een groot vissersdorp, met een voet in het water en een
39 29| een voet in het water en een voet op de grond, levend
40 30| hebben gegeten beklom ik een klein voorgebergte, en omdat
41 30| ging ik over het zand naar een soort zwarte rots die ik
42 31| meende getuige te zijn van een reusachtige en bovennatuurlijke
43 31| naderde en dat momenteel op een enorme aangespoelde walvis
44 32| proporties aan. Eindelijk, na een uur lopen bereikte ik het.
45 32| en liet als de ribben van een dier zijn gebroken botten
46 32| gekomen en als het ware een wanhoopskreet tot de hemel
47 34| het vaartuig. Ik ging op een leeg, kapot vat zitten,
48 34| schreef in het licht van een grote scheur waardoorheen
49 34| van het wad kon waarnemen. Een vreemde rilling van koude
50 35| mij. Ik sprong op alsof ik een verschijning zag. Ik geloofde
51 35| voorsteven van het schip een grote heer met drie meisjes
52 35| staan, of liever gezegd een grote Engelsman met drie
53 40| Hij sprak daarop een lange Engelse zin uit waarvan
54 40| woord gracious verstond, dat een paar keer terugkeerde.~
55 41| Aangezien hij een plek zocht om naar boven
56 41| betoverend, vooral de oudste, een blondine van achttien, fris
57 41| blondine van achttien, fris als een bloem, en zo fijn gebouwd,
58 42| Ze sprak een beetje beter Frans dan haar
59 43| naast elkaar gaan zitten op een uitstekende balk, en de
60 45| witte bakkebaarden gevat, een echte levende sandwich,
61 45| echte levende sandwich, een plak ham in de vorm van
62 45| plak ham in de vorm van een mensenhoofd tussen twee
63 47| Plotseling mompelde zij: "Ik voel een kleine beweging in deze
64 48| oren, en meteen hoorde ik een licht, vreemd aanhoudend
65 48| te kijken, en ik slaakte een hevige kreet. De zee had
66 49| het spreidde zich uit als een monsterlijke vlek. Amper
67 51| Dat was in ons hart een minuut van verschrikkelijke
68 52| vrees snoerde me de keel, een laffe, vreselijke, smerige
69 54| de oceaan kwam opzetten, een bedrukkende, vochtige, ijskoude
70 57| En we bleven zo een kwartier of een halfuur,
71 57| bleven zo een kwartier of een halfuur, ik weet eigenlijk
72 58| Een van de meisjes kreeg het
73 59| de achterplecht, die ons een beetje beschutting bood.~
74 60| mij even verrukkelijk als een omhelzing. We spraken niet,
75 60| weggedoken als dieren in een greppel, als het stormt.
76 62| Omdat zij er was? Wie, zij? Een onbekend Engels meisje?
77 62| dat de aanwezigheid van een vrouw ons zo op ons kop
78 63| Is het niet eerder een soort beroering van de liefde,
79 64| hoorden om ons heen vaag een licht, aanhoudend schuren,
80 68| trof ik haar hand, die mij een betoverende rilling over
81 69| duidelijker. Ik kwam overeind, een windvlaag streek over mijn
82 71| niet goed, het betekende een wisse dood als golven, zelfs
83 72| windstoten. Nu brak de zee een beetje en ik zag in de duisternis
84 72| raakte, en het schudde met een korte rilling die ons tot
85 73| tegen mij aan, en ik kreeg een waanzinnige behoefte haar
86 74| verdwenen zouden zijn. Vooral een ervan ergerde mij. Hij doofde
87 74| aan te gaan, hij was echt een oog, met een ooglid dat
88 74| hij was echt een oog, met een ooglid dat onophoudelijk
89 75| en toe stak de Engelsman een lucifer aan om te kijken
90 75| mij: "Meneer, ik wens jou een gelukkig nieuwjaar."~
91 76| schudde, daarop sprak hij een zin in het Engels, en plotseling
92 77| lachen, toen werd ik door een krachtige en vreemde ontroering
93 78| veroordeelden, iets als een gebed, en ook iets hogers,
94 79| vroeg ik mijn buurvrouw mij een ballade, een legende, wat
95 79| buurvrouw mij een ballade, een legende, wat ze maar wilde,
96 80| ook aan zeemeerminnen. Als een schip nu vlakbij voorbij
97 80| verloor zich in de droom! Een zeemeermin! Was zij inderdaad
98 81| armen opgevangen, en als een razende, zonder te weten
99 81| was aangebroken, drukte ik een dikke zoen op haar wang,
100 82| antwoordde yes, en maakte een beweging om los te komen.
101 83| De Engelsman vervolgde: "Een beetje schommelen, het is
102 85| overeind en plotseling zag ik een licht boven zee, vlak bij
103 85| werd geantwoord. Het was een boot die ons zocht, doordat
104 87| de handen en mompelde: "Een goed souper! Een goed souper!"~
105 87| mompelde: "Een goed souper! Een goed souper!"~
106 91| vernam, en toen kreeg ik een brief uit New York. Ze was
107 91| Gebeurtenissen nemen een loopje met je... En dan...
108 91| die van het wrak... wat een schepsel... goddelijk! Ze
|