Par.
1 2 | Ik had net gegeten bij mij oude vriend Georges Garin.
2 7 | sentimenteel verhaal, en het is mij overkomen! O, dat was een
3 8 | tegenwoordig leid. Ik maakte mij op om nieuwjaarsdag in Parijs
4 8 | de directeur ontving, die mij opdracht gaf onmiddellijk
5 8 | avond nam ik de expres, die mij de volgende dag, 31 december,
6 10| had gezworven, scheepte ik mij in op een zwart, dikbuikig
7 10| dikbuikig stoombootje, dat mij naar het Île de Ré moest
8 17| Hij verklaarde mij het ongeval, dat trouwens
9 18| Al kletsend keek ik om mij heen en voor mij uit. Tussen
10 18| keek ik om mij heen en voor mij uit. Tussen de oceaan en
11 20| wees voor ons en toonde mij in volle zee een bijna niet
12 23| had voor een rots, leek mij minstens drie kilometer
13 27| om tien voor vijf, geloof mij, dan stapt ge om halfacht
14 31| lucht van zout water bleven mij nog. Ik rook de geur van
15 35| ik mensenstemmen vlak bij mij. Ik sprong op alsof ik een
16 35| drenkelingen zou zien komen die mij hun dood zouden gaan vertellen.
17 44| kletste de oudste dochter met mij, en ik bleef het skelet
18 46| van de ogen opslaan om mij te ondervragen, van die
19 52| gevaren die wij liepen kwamen mij tegelijk voor de geest.
20 59| Ik boog mij over het luik. Het schip
21 60| heen, en die warmte was mij even verrukkelijk als een
22 60| groeiende gevaar, begon ik mij blij te voelen dat ik daar
23 61| Ik vroeg mij af waarom dat vreemde gevoel
24 61| gevoel van welzijn en vreugde mij doortrok.~
25 62| haar willen redden, ik had mij voor haar willen opofferen,
26 68| strijd trof ik haar hand, die mij een betoverende rilling
27 70| merkte het tegelijk met mij, en hij zei alleen maar: "
28 73| voelde haar trillen tegen mij aan, en ik kreeg een waanzinnige
29 74| Vooral een ervan ergerde mij. Hij doofde elke dertig
30 75| heen in volslagen ernst tot mij: "Meneer, ik wens jou een
31 79| vroeg ik mijn buurvrouw mij een ballade, een legende,
32 80| dochter van de zee, die mij had vastgehouden op dit
33 80| schip en die zo meteen met mij in de golven zou ondergaan?~
34 81| liggen. Het meisje was op mij beland, ik had haar in mijn
35 83| schommelen, het is niets. Ik heb mij drie dochters nog veilig."~
36 86| waren gered. Wat speet dat mij! Wij werden van ons vlot
37 91| getrouwd, en daarvan stelde ze mij op de hoogte. En sinds die
|