Par.
1 8 | Ré te gaan, waar een door ons verzekerd fregat uit Saint-Nazaire
2 20| rechterhand uit, wees voor ons en toonde mij in volle zee
3 48| hevige kreet. De zee had ons bereikt, en zij ging ons
4 48| ons bereikt, en zij ging ons omsluiten!~
5 49| te laat. Het water omgaf ons en stroomde met wonderlijke
6 51| Dat was in ons hart een minuut van verschrikkelijke
7 53| blik de onmetelijke zee om ons heen.~
8 57| eigenlijk niet meer hoelang, om ons heen staan kijken, naar
9 58| maar ijskoude bries die ons beroerde en in de huid stak.~
10 59| aan de achterplecht, die ons een beetje beschutting bood.~
11 60| Het duister omgaf ons nu helemaal, en we bleven
12 62| aanwezigheid van een vrouw ons zo op ons kop zet! Is dat
13 62| van een vrouw ons zo op ons kop zet! Is dat macht van
14 62| van haar bevalligheid, die ons boeit? De verleiding van
15 62| schoonheid en de jeugd die ons bedwelmt, zoals wijn dat
16 64| uitspansel, want wij hoorden om ons heen vaag een licht, aanhoudend
17 70| maar: "Dat is not good voor ons, die..."~
18 72| met een korte rilling die ons tot het hart doordrong.~
19 74| Ginder, voor ons uit, links, rechts, achter
20 74| uit, links, rechts, achter ons, brandden vuurtorens op
21 74| enorme ogen, reuzenogen die ons bekeken, ons zochten, gretig
22 74| reuzenogen die ons bekeken, ons zochten, gretig wachtten
23 79| wilde, voor te zingen, om ons onze beklemming te doen
24 85| licht boven zee, vlak bij ons. Ik riep, er werd geantwoord.
25 85| geantwoord. Het was een boot die ons zocht, doordat de hotelbaas
26 86| dat mij! Wij werden van ons vlot gehaald en naar Saint-Martin
|