Par.
1 2 | Ik had net gegeten bij mij oude
2 9 | Ik had twee uur voor inscheping
3 10| die opmerkelijke straten had gezworven, scheepte ik mij
4 14| De storm had het schip zo ver geworpen,
5 17| schuim - "een kokende zee", had de kapitein gezegd - en
6 23| puntje, dat ik aangezien had voor een rots, leek mij
7 31| de kust. Ik liep snel, ik had het niet koud meer, ik keek
8 35| grepen hun vader vast, hij had zijn mond opengedaan, dat
9 46| Ze had zo'n grappige manier van
10 46| dat ik eindeloos naar haar had kunnen blijven luisteren
11 48| een hevige kreet. De zee had ons bereikt, en zij ging
12 52| tegelijk voor de geest. Ik had zin "help!" te gaan roepen.
13 62| vertederd, veroverd! Ik had haar willen redden, ik had
14 62| had haar willen redden, ik had mij voor haar willen opofferen,
15 62| haar willen opofferen, ik had duizend doldrieste dingen
16 68| maar die weigerde ze. Ik had haar echter al uitgetrokken,
17 80| dochter van de zee, die mij had vastgehouden op dit vermolmde
18 81| meisje was op mij beland, ik had haar in mijn armen opgevangen,
19 82| riep: "Kate!" Die ik vast had antwoordde yes, en maakte
20 82| Echt waar, dat ogenblik had ik gewild dat het schip
21 84| Doordat hij de oudste niet had gezien, had hij aanvankelijk
22 84| oudste niet had gezien, had hij aanvankelijk gemeend
23 85| hotelbaas onze onvoorzichtigheid had voorzien.~
24 89| vertrokken naar Biarritz. Het had niet veel gescheeld of ik
25 90| Ik was maf, ik had dat meisje ten huwelijk
|