Par.
1 7 | ik je nooit heb verteld, maar toch ook een sentimenteel
2 9 | die in de Rue de Rivoli, maar dan laag, van die gekrompen,
3 9 | Rouaan zo schitterend maken, maar opmerkelijk door haar streng,
4 24| Ik hernam: "Maar kapitein, er moeten honderd
5 29| lijkt toch dicht bevolkt, maar ik ging niet naar het binnenland.~
6 34| geluid van de paalworm die maar dooreet, met zijn borende
7 45| oudste, en alle drie aardig, maar vooral de grootste.~
8 49| stonden meteen op het dek. Maar het was al te laat. Het
9 49| waters bedekten het zand, maar je zag al niet meer de wegtrekkende
10 50| Engelsman wilde zich erin werpen maar ik hield hem tegen, die
11 52| Ik wilde lachen, maar vrees snoerde me de keel,
12 52| help!" te gaan roepen. Maar naar wie?~
13 58| de bries, tegen de lichte maar ijskoude bries die ons beroerde
14 60| tanden af en toe klapperden, maar ik voelde ook de zachte
15 64| Maar de stilte van het duister
16 68| wilde haar mijn jas geven, maar die weigerde ze. Ik had
17 70| met mij, en hij zei alleen maar: "Dat is not good voor ons,
18 79| ballade, een legende, wat ze maar wilde, voor te zingen, om
19 80| ik, ik dacht alleen nog maar aan die stem. En ik dacht
20 81| Maar plotseling werden wij alle
21 91| haar kinderen, haar zusjes, maar nooit over haar man! Waarom?
|