Par.
1 10| beide oude torens door die over de haven waken2, stak de
2 10| haven waken2, stak de rede over, liet de door Richelieu
3 13| evenwicht. Ik wilde wat details over het schadegeval dat ik moest
4 17| geslagen, voer op goed geluk over een zee van schuim - "een
5 30| snel terugtrok, ging ik over het zand naar een soort
6 31| Ik liep snel over die gele vlakte, veerkrachtig
7 34| begon aantekeningen te maken over de staat van het vaartuig.
8 34| eenzaamheid streek af en toe over mijn huid, en soms moest
9 59| Ik boog mij over het luik. Het schip stond
10 68| dus ik gooide haar toch over haar heen. In de korte strijd
11 68| een betoverende rilling over het hele lijf zond.~
12 69| overeind, een windvlaag streek over mijn gezicht. De wind was
13 74| onophoudelijk gesloten werd over zijn vurige blik.~
14 75| zak. Plotseling sprak hij over de hoofden van zijn dochters
15 79| fladderden als gewonde vogels over de baren rond.~
16 81| plotseling werden wij alle vijf over het dek geslingerd, want
17 91| me haar leven, heeft het over haar kinderen, haar zusjes,
18 91| haar zusjes, maar nooit over haar man! Waarom? Ach waarom?...
19 91| Ik, ik heb het slechts over de Marie-Joseph... het is
|