Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
dank 1
darmen 2
dat 85
de 190
deden 1
deed 8
denkbeeld 2
Frequency    [«  »]
-----
-----
-----
190 de
139 hij
132 en
116 het
Guy de Maupassant
Vader en zoon Hautot

IntraText - Concordances

de

                                                   bold = Main text
    Part                                           grey = Comment text
1 I | I~Voor de deur van het huis, half 2 I | wonen, blaften en jankten de honden, vastgebonden aan 3 I | honden, vastgebonden aan de appelaars op de hof, bij 4 I | vastgebonden aan de appelaars op de hof, bij het zien van de 5 I | de hof, bij het zien van de weitassen, gedragen door 6 I | weitassen, gedragen door de jachtopziener en door kinderen. 7 I | jachtopziener en door kinderen. In de grote eetzaal annex keuken 8 I | vader Hautot, zoon Hautot, de belastingontvanger Bermont 9 I | jacht te gaan, want het was de dag van de opening. ~Vader 10 I | want het was de dag van de opening. ~Vader Hautot, 11 I | zoon, Cesar Hautot, tot de derde klas middelbaar laten 12 I | eerbied en ontzag voor de wil en de mening van vader 13 I | en ontzag voor de wil en de mening van vader Hautot. ~ 14 I | vader Hautot. ~Bermont, de belastingontvanger, een 15 I | je maar wilt, vooral op de lage gronden van de Puysatier.'~' 16 I | vooral op de lage gronden van de Puysatier.'~'En waar beginnen 17 I | waar beginnen we?' vroeg de notaris, een levensgenieter 18 I | aangeschaft. ~'Wel, ginder, bij de lage gronden. Dan jagen 19 I | lage gronden. Dan jagen we de patrijs naar de vlakte, 20 I | jagen we de patrijs naar de vlakte, en daar sporen we 21 I | pakten hun geweren uit de hoeken, bekeken de bascule, 22 I | geweren uit de hoeken, bekeken de bascule, stampvoetend om 23 I | nog niet versoepeld door de warmte van het bloed, en 24 I | en daarop vertrokken zij. De honden kwamen overeind aan 25 I | jankten hevig terwijl ze met de voorpoten door de lucht 26 I | ze met de voorpoten door de lucht maaiden. ~Ze gingen 27 I | Ze gingen op weg naar de lage gronden. Die bestonden 28 I | uitstekend wildreservaat. ~De jagers gingen op afstand 29 I | lopen, vader Hautot aan de rechterkant, zoon Hautot 30 I | rechterkant, zoon Hautot aan de linkerkant, en de beide 31 I | Hautot aan de linkerkant, en de beide genodigden in het 32 I | genodigden in het midden. De jachtopziener en de dragers 33 I | midden. De jachtopziener en de dragers van de weizakken 34 I | jachtopziener en de dragers van de weizakken volgden. Het was 35 I | wat sneller slaat, terwijl de vinger zenuwachtig om de 36 I | de vinger zenuwachtig om de haverklap de trekker betast. ~ 37 I | zenuwachtig om de haverklap de trekker betast. ~Plotseling 38 I | onder dicht struikgewas. De opgewonden jager begon te 39 I | verdween op zijn beurt in de geul, op zoek naar zijn 40 I | Allen bleven wachten, de blikken gericht op die hoop 41 I | waardoorheen niets te zien was.~De notaris zette zijn handen 42 I | Toen wendde Cesar zich tot de jachtopziener en zei: 'Ga 43 I | rustige pas en daalde af in de geul, op zoek naar gaten 44 I | zijn voet kon zetten, met de omzichtigheid van een vos. 45 I | naderbij en doken tussen de bramen. Vader Hautot was 46 I | waaruit, door zijn door de hagel verscheurde linnen 47 I | geweer had losgelaten om de dode patrijs te pakken, 48 I | waarvan het tweede schot door de schok was afgegaan en zijn 49 I | stukgeschoten. Hij werd uit de geul getrokken, ontkleed, 50 I | naar huis en wachtten op de dokter die ze hadden laten 51 I | met een priester. ~Toen de dokter binnenkwam, schudde 52 I | verband was gelegd, bewoog de gewonde zijn vingers, deed 53 I | Godverdikkeme, ik ga d'r aan!' ~De dokter hield zijn hand vast.~' 54 I | r aan! Mijn buik is naar de haaien! Ik voel het wel.'~ 55 I | papa, arme papa!'~Maar de vader sprak met vastberaden 56 I | het vertrek uit en lieten de zoon alleen met de vader.~ 57 I | lieten de zoon alleen met de vader.~Zodra ze alleen waren: ' 58 I | getrouwd. Dat klopt toch?' ~De zoon stamelde: 'Ja, dat 59 I | weduwnaar blijven, of wel?' ~De zoon antwoordde: 'Nee, dat 60 I | antwoordde: 'Nee, dat klopt.'~De vader begon te rochelen. 61 I | vrouwtje in Rouaan genomen, in de Rue de l'Éperlan, nummer 62 I | Rouaan genomen, in de Rue de l'Éperlan, nummer 18, op 63 I | l'Éperlan, nummer 18, op de derde verdieping, de tweede 64 I | op de derde verdieping, de tweede deur - ik zeg je 65 I | maar iets wat zoden aan de dijk zet, zodat ze haar 66 I | niet was geweest, en als de nagedachtenis van je moeder 67 I | niet gewild... want je moet de dingen niet vastleggen... 68 I | dat is veel te lastig voor de wettige erfgenamen... en 69 I | vergeten: Caroline Donet, Rue de l'Eperlan 18, op de derde 70 I | Rue de l'Eperlan 18, op de derde verdieping, de tweede 71 I | op de derde verdieping, de tweede deur, niet vergeten... 72 I | hoeft te beklagen - jij hebt de middelen - je kunt het... 73 I | genoeg na... Luister... Door de week is ze niet thuis. Ze 74 I | een notaris niet en tegen de pastoor evenmin. Het gebeurt, 75 I | Omhels me. Vaarwel. Ik ga de pijp aan Maarten geven, 76 I | altijd volgzaam, deed hij de deur open, en de priester 77 I | deed hij de deur open, en de priester verscheen, in een 78 I | het laatste oliesel. ~Maar de stervende had de ogen gesloten, 79 I | Maar de stervende had de ogen gesloten, en weigerde 80 I | hij moeten biechten bij de afgevaardigde van God, omdat 81 II | Dinsdag werd hij begraven, de jacht was zondag geopend. 82 II | Hautot, eenmaal thuisgekomen, de rest van de dag. De nacht 83 II | thuisgekomen, de rest van de dag. De nacht daarop sliep 84 II | thuisgekomen, de rest van de dag. De nacht daarop sliep hij amper 85 II | door moest komen. ~Tot aan de avond echter liep hij erover 86 II | hij, om te gehoorzamen aan de laatste wil van zijn vader, 87 II | laatste wil van zijn vader, de dag daarop naar Rouaan zou 88 II | te gaan opzoeken, die in de Rue de l'Eperlan 18 woonde, 89 II | opzoeken, die in de Rue de l'Eperlan 18 woonde, op 90 II | l'Eperlan 18 woonde, op de derde verdieping, tweede 91 II | door die paar woorden. ~Dus de volgende dag, tegen acht 92 II | opdracht Graindorge voor de tilbury te spannen en vertrok 93 II | spannen en vertrok hij op de draf van zijn zware Normandische 94 II | Normandische paard over de grote weg van Ainville naar 95 II | met voetbanden en gezien de omstandigheden had hij over 96 II | over dat goede pak niet de blauwe boezeroen willen 97 II | willen aantrekken die in de wind opbolt, die het goed 98 II | beschermt tegen het stof van de weg en de vlekken, en die 99 II | tegen het stof van de weg en de vlekken, en die je meteen 100 II | je aankomt, zodra je van de wagen bent gesprongen. ~ 101 II | tel des Bons-Enfants in de Rue des Trois-Mares, omhelsde 102 II | Trois-Mares, omhelsde plichtmatig de baas, de bazin en hun vijf 103 II | omhelsde plichtmatig de baas, de bazin en hun vijf zonen, 104 II | zonen, want zij waren op de hoogte van het trieste nieuws, 105 II | opgewreven, ging hij op zoek naar de Rue de l'Eperlan, zonder 106 II | hij op zoek naar de Rue de l'Eperlan, zonder bij wie 107 II | doen, het was toevallig de tweede straat rechts. ~Daarop 108 II | hij als een automaat aan de wil van de overledene gehoorzaamd. 109 II | automaat aan de wil van de overledene gehoorzaamd. 110 II | vrouw zou komen staan, die de maîtresse van zijn vader 111 II | geleerd vanaf catechismus over de schepsels van het slechte 112 II | schepsels van het slechte leven, de instinctmatige afkeer van 113 II | nakomen. Daarop duwde hij de op een kier staande deur 114 II | vertrek opklonk deed hem de rillingen over de rug lopen. 115 II | deed hem de rillingen over de rug lopen. De deur ging 116 II | rillingen over de rug lopen. De deur ging open en hij stond 117 II | O mijn God!' en ging aan de kant zodat hij binnen kon 118 II | binnen kon komen. Hij sloot de deur en volgde haar.~Toen 119 II | een kat zitten spelen, op de grond voor een fornuis waarvan 120 II | blikken gekluisterd aan de tafel die midden in de kamer 121 II | aan de tafel die midden in de kamer gedekt stond, met 122 II | ŽŽn voor het kind. Hij zag de stoel met de rug naar het 123 II | kind. Hij zag de stoel met de rug naar het vuur toe staan, 124 II | staan, het bord, het servet, de glazen, de fles rode wijn 125 II | het servet, de glazen, de fles rode wijn ontkurkt 126 II | fles rode wijn ontkurkt en de fles witte wijn nog onaangebroken. 127 II | nog onaangebroken. Dat was de plek van zijn vader, met 128 II | plek van zijn vader, met de rug naar het vuur! Hij werd 129 II | daar herkende vlak naast de vork, want de korst was 130 II | vlak naast de vork, want de korst was er afgesneden 131 II | was er afgesneden vanwege de slechte tanden van Hautot. 132 II | Hij keek op en zag aan de muur, zijn portret, de grote 133 II | aan de muur, zijn portret, de grote foto die in Parijs 134 II | gemaakt in het jaar van de Wereldtentoonstelling1, 135 II | Wereldtentoonstelling1, dezelfde die in de slaapkamer in Ainville boven 136 II | Ainville boven het bed hing. ~De jonge vrouw herhaalde: ' 137 II | is zondag gestorven, bij de opening van de jacht.'~Ze 138 II | gestorven, bij de opening van de jacht.'~Ze was zo getroffen 139 II | van alle kleinigheden. En de kleine bleef maar slaan, 140 II | en zei dan: 'O mijn God!' De kleine, die meende dat zij 141 II | opgehouden met Cesar te slaan om de hand van zijn moeder te 142 II | zweer het u. Dan is het voor de kleine. Dat goed moet ook 143 II | me vertellen wat hij daar de hele week deed.' ~En Cesar 144 II | zichzelf een andere stoel bij de zijne, voor het fornuis 145 II | fornuis waarop nog steeds de gerechten stonden te sudderen, 146 II | Hautot gehouden had. ~En door de natuurlijke gang van zijn 147 II | zij een soort kreet, en de tranen sprongen weer in 148 II | haar ogen. Daarop, vanwege de aanstekelijkheid ervan, 149 II | aangezien tranen altijd de vezels van het hart verzachten, 150 II | mond was, en kuste hem. ~De moeder kwam weer wat op 151 II | voor alles te zorgen, bij de jonge vrouw.~'U hebt misschien 152 II | vrouw.~'U hebt misschien de hele ochtend nog niet gegeten, 153 II | Zij antwoordde: 'Ondanks de ellende moeten wij gewoon 154 II | die hing te spetteren in de oven en dronk een glas rode 155 II | hij vond het niet goed dat de witte werd opengetrokken. ~ 156 II | Een paar keer veegde hij de mond van de kleine af, die 157 II | keer veegde hij de mond van de kleine af, die zijn kin 158 II | terugkom om het te hebben over de zakelijke kant, mamzel Donet?' ~' 159 II | vertrok, nadat hij nog eens de kleine Emile had omhelsd, 160 II(1)| Bedoeld wordt de Wereldtentoonstelling van 161 III | III~De week leek Cesar Hautot lang. 162 III | schaduw, hem gevolgd naar de akkers, naar de velden, 163 III | gevolgd naar de akkers, naar de velden, de uitvoering van 164 III | akkers, naar de velden, de uitvoering van zijn opdrachten 165 III | eten altijd weer terug. De avonden brachten zij gezamenlijk 166 III | paarden, koeien of schapen, en de handdruk die zij elkaar ' 167 III | elkaar 's morgens gaven, leek de uitwisseling van een familiale 168 III | alleen. Hij zwierf rond onder de werkzaamheden van de herfst, 169 III | onder de werkzaamheden van de herfst, verwachtte nog steeds 170 III | verwachtte nog steeds aan de rand van een vlakte de hoge, 171 III | aan de rand van een vlakte de hoge, gebarende gestalte 172 III | vader te zullen zien. Om de tijd te doden ging hij naar 173 III | tijd te doden ging hij naar de buren, vertelde het ongeluk 174 III | een paar keer tegenover de rest. Toen hij vervolgens 175 III | meid. Hij was vastbesloten de zaken ruimharig aan te pakken 176 III | zelfs een zeker genoegen bij de gedachte dat hij haar de 177 III | de gedachte dat hij haar de volgende donderdag zou terugzien, 178 III | dat mannetje van vijf, die de zoon van zijn vader was, 179 III | Rouaan was, meegevoerd door de welklinkende draf van Graindorge, 180 III | juffrouw Donet betrad, zag hij de tafel gedekt zoals die donderdag 181 III | met het enige verschil dat de korst van het brood niet 182 III | was afgesneden. ~Hij gaf de jonge vrouw een hand, kuste 183 III | een hand, kuste Emile op de wangen en ging een beetje 184 III | alsof ze had begrepen wat ze de vorige week nog niet had 185 III | nog niet had gevoeld onder de eerste schok van het ongeluk, 186 III | aandacht en in toewijding de gunsten die hij voor haar 187 III | aten lang, en spraken over de zaak waarvoor hij kwam. 188 III | zijn vader aanbood, die in de kast lag. Hij pakte haar 189 III | paardje rijden terwijl zij de tafel afruimde en de vuile 190 III | zij de tafel afruimde en de vuile vaat onder in het


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License