bold = Main text
Part grey = Comment text
1 I | I~Voor de deur van het huis, half
2 I | wonen, blaften en jankten de honden, vastgebonden aan
3 I | honden, vastgebonden aan de appelaars op de hof, bij
4 I | vastgebonden aan de appelaars op de hof, bij het zien van de
5 I | de hof, bij het zien van de weitassen, gedragen door
6 I | weitassen, gedragen door de jachtopziener en door kinderen.
7 I | jachtopziener en door kinderen. In de grote eetzaal annex keuken
8 I | vader Hautot, zoon Hautot, de belastingontvanger Bermont
9 I | jacht te gaan, want het was de dag van de opening. ~Vader
10 I | want het was de dag van de opening. ~Vader Hautot,
11 I | zoon, Cesar Hautot, tot de derde klas middelbaar laten
12 I | eerbied en ontzag voor de wil en de mening van vader
13 I | en ontzag voor de wil en de mening van vader Hautot. ~
14 I | vader Hautot. ~Bermont, de belastingontvanger, een
15 I | je maar wilt, vooral op de lage gronden van de Puysatier.'~'
16 I | vooral op de lage gronden van de Puysatier.'~'En waar beginnen
17 I | waar beginnen we?' vroeg de notaris, een levensgenieter
18 I | aangeschaft. ~'Wel, ginder, bij de lage gronden. Dan jagen
19 I | lage gronden. Dan jagen we de patrijs naar de vlakte,
20 I | jagen we de patrijs naar de vlakte, en daar sporen we
21 I | pakten hun geweren uit de hoeken, bekeken de bascule,
22 I | geweren uit de hoeken, bekeken de bascule, stampvoetend om
23 I | nog niet versoepeld door de warmte van het bloed, en
24 I | en daarop vertrokken zij. De honden kwamen overeind aan
25 I | jankten hevig terwijl ze met de voorpoten door de lucht
26 I | ze met de voorpoten door de lucht maaiden. ~Ze gingen
27 I | Ze gingen op weg naar de lage gronden. Die bestonden
28 I | uitstekend wildreservaat. ~De jagers gingen op afstand
29 I | lopen, vader Hautot aan de rechterkant, zoon Hautot
30 I | rechterkant, zoon Hautot aan de linkerkant, en de beide
31 I | Hautot aan de linkerkant, en de beide genodigden in het
32 I | genodigden in het midden. De jachtopziener en de dragers
33 I | midden. De jachtopziener en de dragers van de weizakken
34 I | jachtopziener en de dragers van de weizakken volgden. Het was
35 I | wat sneller slaat, terwijl de vinger zenuwachtig om de
36 I | de vinger zenuwachtig om de haverklap de trekker betast. ~
37 I | zenuwachtig om de haverklap de trekker betast. ~Plotseling
38 I | onder dicht struikgewas. De opgewonden jager begon te
39 I | verdween op zijn beurt in de geul, op zoek naar zijn
40 I | Allen bleven wachten, de blikken gericht op die hoop
41 I | waardoorheen niets te zien was.~De notaris zette zijn handen
42 I | Toen wendde Cesar zich tot de jachtopziener en zei: 'Ga
43 I | rustige pas en daalde af in de geul, op zoek naar gaten
44 I | zijn voet kon zetten, met de omzichtigheid van een vos.
45 I | naderbij en doken tussen de bramen. Vader Hautot was
46 I | waaruit, door zijn door de hagel verscheurde linnen
47 I | geweer had losgelaten om de dode patrijs te pakken,
48 I | waarvan het tweede schot door de schok was afgegaan en zijn
49 I | stukgeschoten. Hij werd uit de geul getrokken, ontkleed,
50 I | naar huis en wachtten op de dokter die ze hadden laten
51 I | met een priester. ~Toen de dokter binnenkwam, schudde
52 I | verband was gelegd, bewoog de gewonde zijn vingers, deed
53 I | Godverdikkeme, ik ga d'r aan!' ~De dokter hield zijn hand vast.~'
54 I | r aan! Mijn buik is naar de haaien! Ik voel het wel.'~
55 I | papa, arme papa!'~Maar de vader sprak met vastberaden
56 I | het vertrek uit en lieten de zoon alleen met de vader.~
57 I | lieten de zoon alleen met de vader.~Zodra ze alleen waren: '
58 I | getrouwd. Dat klopt toch?' ~De zoon stamelde: 'Ja, dat
59 I | weduwnaar blijven, of wel?' ~De zoon antwoordde: 'Nee, dat
60 I | antwoordde: 'Nee, dat klopt.'~De vader begon te rochelen.
61 I | vrouwtje in Rouaan genomen, in de Rue de l'Éperlan, nummer
62 I | Rouaan genomen, in de Rue de l'Éperlan, nummer 18, op
63 I | l'Éperlan, nummer 18, op de derde verdieping, de tweede
64 I | op de derde verdieping, de tweede deur - ik zeg je
65 I | maar iets wat zoden aan de dijk zet, zodat ze haar
66 I | niet was geweest, en als de nagedachtenis van je moeder
67 I | niet gewild... want je moet de dingen niet vastleggen...
68 I | dat is veel te lastig voor de wettige erfgenamen... en
69 I | vergeten: Caroline Donet, Rue de l'Eperlan 18, op de derde
70 I | Rue de l'Eperlan 18, op de derde verdieping, de tweede
71 I | op de derde verdieping, de tweede deur, niet vergeten...
72 I | hoeft te beklagen - jij hebt de middelen - je kunt het...
73 I | genoeg na... Luister... Door de week is ze niet thuis. Ze
74 I | een notaris niet en tegen de pastoor evenmin. Het gebeurt,
75 I | Omhels me. Vaarwel. Ik ga de pijp aan Maarten geven,
76 I | altijd volgzaam, deed hij de deur open, en de priester
77 I | deed hij de deur open, en de priester verscheen, in een
78 I | het laatste oliesel. ~Maar de stervende had de ogen gesloten,
79 I | Maar de stervende had de ogen gesloten, en weigerde
80 I | hij moeten biechten bij de afgevaardigde van God, omdat
81 II | Dinsdag werd hij begraven, de jacht was zondag geopend.
82 II | Hautot, eenmaal thuisgekomen, de rest van de dag. De nacht
83 II | thuisgekomen, de rest van de dag. De nacht daarop sliep
84 II | thuisgekomen, de rest van de dag. De nacht daarop sliep hij amper
85 II | door moest komen. ~Tot aan de avond echter liep hij erover
86 II | hij, om te gehoorzamen aan de laatste wil van zijn vader,
87 II | laatste wil van zijn vader, de dag daarop naar Rouaan zou
88 II | te gaan opzoeken, die in de Rue de l'Eperlan 18 woonde,
89 II | opzoeken, die in de Rue de l'Eperlan 18 woonde, op
90 II | l'Eperlan 18 woonde, op de derde verdieping, tweede
91 II | door die paar woorden. ~Dus de volgende dag, tegen acht
92 II | opdracht Graindorge voor de tilbury te spannen en vertrok
93 II | spannen en vertrok hij op de draf van zijn zware Normandische
94 II | Normandische paard over de grote weg van Ainville naar
95 II | met voetbanden en gezien de omstandigheden had hij over
96 II | over dat goede pak niet de blauwe boezeroen willen
97 II | willen aantrekken die in de wind opbolt, die het goed
98 II | beschermt tegen het stof van de weg en de vlekken, en die
99 II | tegen het stof van de weg en de vlekken, en die je meteen
100 II | je aankomt, zodra je van de wagen bent gesprongen. ~
101 II | tel des Bons-Enfants in de Rue des Trois-Mares, omhelsde
102 II | Trois-Mares, omhelsde plichtmatig de baas, de bazin en hun vijf
103 II | omhelsde plichtmatig de baas, de bazin en hun vijf zonen,
104 II | zonen, want zij waren op de hoogte van het trieste nieuws,
105 II | opgewreven, ging hij op zoek naar de Rue de l'Eperlan, zonder
106 II | hij op zoek naar de Rue de l'Eperlan, zonder bij wie
107 II | doen, het was toevallig de tweede straat rechts. ~Daarop
108 II | hij als een automaat aan de wil van de overledene gehoorzaamd.
109 II | automaat aan de wil van de overledene gehoorzaamd.
110 II | vrouw zou komen staan, die de maîtresse van zijn vader
111 II | geleerd vanaf catechismus over de schepsels van het slechte
112 II | schepsels van het slechte leven, de instinctmatige afkeer van
113 II | nakomen. Daarop duwde hij de op een kier staande deur
114 II | vertrek opklonk deed hem de rillingen over de rug lopen.
115 II | deed hem de rillingen over de rug lopen. De deur ging
116 II | rillingen over de rug lopen. De deur ging open en hij stond
117 II | O mijn God!' en ging aan de kant zodat hij binnen kon
118 II | binnen kon komen. Hij sloot de deur en volgde haar.~Toen
119 II | een kat zitten spelen, op de grond voor een fornuis waarvan
120 II | blikken gekluisterd aan de tafel die midden in de kamer
121 II | aan de tafel die midden in de kamer gedekt stond, met
122 II | ŽŽn voor het kind. Hij zag de stoel met de rug naar het
123 II | kind. Hij zag de stoel met de rug naar het vuur toe staan,
124 II | staan, het bord, het servet, de glazen, de fles rode wijn
125 II | het servet, de glazen, de fles rode wijn ontkurkt
126 II | fles rode wijn ontkurkt en de fles witte wijn nog onaangebroken.
127 II | nog onaangebroken. Dat was de plek van zijn vader, met
128 II | plek van zijn vader, met de rug naar het vuur! Hij werd
129 II | daar herkende vlak naast de vork, want de korst was
130 II | vlak naast de vork, want de korst was er afgesneden
131 II | was er afgesneden vanwege de slechte tanden van Hautot.
132 II | Hij keek op en zag aan de muur, zijn portret, de grote
133 II | aan de muur, zijn portret, de grote foto die in Parijs
134 II | gemaakt in het jaar van de Wereldtentoonstelling1,
135 II | Wereldtentoonstelling1, dezelfde die in de slaapkamer in Ainville boven
136 II | Ainville boven het bed hing. ~De jonge vrouw herhaalde: '
137 II | is zondag gestorven, bij de opening van de jacht.'~Ze
138 II | gestorven, bij de opening van de jacht.'~Ze was zo getroffen
139 II | van alle kleinigheden. En de kleine bleef maar slaan,
140 II | en zei dan: 'O mijn God!' De kleine, die meende dat zij
141 II | opgehouden met Cesar te slaan om de hand van zijn moeder te
142 II | zweer het u. Dan is het voor de kleine. Dat goed moet ook
143 II | me vertellen wat hij daar de hele week deed.' ~En Cesar
144 II | zichzelf een andere stoel bij de zijne, voor het fornuis
145 II | fornuis waarop nog steeds de gerechten stonden te sudderen,
146 II | Hautot gehouden had. ~En door de natuurlijke gang van zijn
147 II | zij een soort kreet, en de tranen sprongen weer in
148 II | haar ogen. Daarop, vanwege de aanstekelijkheid ervan,
149 II | aangezien tranen altijd de vezels van het hart verzachten,
150 II | mond was, en kuste hem. ~De moeder kwam weer wat op
151 II | voor alles te zorgen, bij de jonge vrouw.~'U hebt misschien
152 II | vrouw.~'U hebt misschien de hele ochtend nog niet gegeten,
153 II | Zij antwoordde: 'Ondanks de ellende moeten wij gewoon
154 II | die hing te spetteren in de oven en dronk een glas rode
155 II | hij vond het niet goed dat de witte werd opengetrokken. ~
156 II | Een paar keer veegde hij de mond van de kleine af, die
157 II | keer veegde hij de mond van de kleine af, die zijn kin
158 II | terugkom om het te hebben over de zakelijke kant, mamzel Donet?' ~'
159 II | vertrok, nadat hij nog eens de kleine Emile had omhelsd,
160 II(1)| Bedoeld wordt de Wereldtentoonstelling van
161 III | III~De week leek Cesar Hautot lang.
162 III | schaduw, hem gevolgd naar de akkers, naar de velden,
163 III | gevolgd naar de akkers, naar de velden, de uitvoering van
164 III | akkers, naar de velden, de uitvoering van zijn opdrachten
165 III | eten altijd weer terug. De avonden brachten zij gezamenlijk
166 III | paarden, koeien of schapen, en de handdruk die zij elkaar '
167 III | elkaar 's morgens gaven, leek de uitwisseling van een familiale
168 III | alleen. Hij zwierf rond onder de werkzaamheden van de herfst,
169 III | onder de werkzaamheden van de herfst, verwachtte nog steeds
170 III | verwachtte nog steeds aan de rand van een vlakte de hoge,
171 III | aan de rand van een vlakte de hoge, gebarende gestalte
172 III | vader te zullen zien. Om de tijd te doden ging hij naar
173 III | tijd te doden ging hij naar de buren, vertelde het ongeluk
174 III | een paar keer tegenover de rest. Toen hij vervolgens
175 III | meid. Hij was vastbesloten de zaken ruimharig aan te pakken
176 III | zelfs een zeker genoegen bij de gedachte dat hij haar de
177 III | de gedachte dat hij haar de volgende donderdag zou terugzien,
178 III | dat mannetje van vijf, die de zoon van zijn vader was,
179 III | Rouaan was, meegevoerd door de welklinkende draf van Graindorge,
180 III | juffrouw Donet betrad, zag hij de tafel gedekt zoals die donderdag
181 III | met het enige verschil dat de korst van het brood niet
182 III | was afgesneden. ~Hij gaf de jonge vrouw een hand, kuste
183 III | een hand, kuste Emile op de wangen en ging een beetje
184 III | alsof ze had begrepen wat ze de vorige week nog niet had
185 III | nog niet had gevoeld onder de eerste schok van het ongeluk,
186 III | aandacht en in toewijding de gunsten die hij voor haar
187 III | aten lang, en spraken over de zaak waarvoor hij kwam.
188 III | zijn vader aanbood, die in de kast lag. Hij pakte haar
189 III | paardje rijden terwijl zij de tafel afruimde en de vuile
190 III | zij de tafel afruimde en de vuile vaat onder in het
|