Part
1 I | zagen een patrijs opvliegen, zich losmakend uit een troep
2 I | niet. Toen wendde Cesar zich tot de jachtopziener en
3 I | met zijn hoofd en wendde zich tot zoon Hautot die op een
4 I | troebele, verwilderde blik om zich heen, leek toen in zijn
5 I | zijn geheugen te zoeken, zich iets te herinneren, te begrijpen,
6 I | zorg er dan voor dat zij zich over mijn nagedachtenis
7 II | hij amper en hij voelde zich zo verdrietig toen hij wakker
8 II | hij wakker werd dat hij zich afvroeg hoe hij het leven
9 II | gehoorzaamd. Nu voelde hij zich diep getroffen, verward,
10 II | van hen, die iedere man in zich draagt, zelfs al trouwt
11 II | van boer, dat alles roerde zich in hem, hield hem tegen,
12 II | hield hem tegen, deed hem zich schamen en blozen. ~Maar
13 II | die onbekende, en wierp zich op Cesar, greep met een
14 II | moeder verdedigde. Hij voelde zich overstelpt door emotie,
15 II | verdriet welden op, en om zich een figuur te geven, begon
16 II | fijngevoeligheid alle gebeurtenissen in zich op die hij verhaalde, schrok
17 II | nagelaten. Ik wil niet dat u zich te beklagen zult hebben...' ~
18 II | hart verzachten, boog hij zich voorover naar Emile, wiens
19 III| een weg zitten en vroeg zich af of dat leven nog lang
20 III| die onwettige dreumes die zich nooit Hautot zou noemen,
21 III| van Graindorge, voelde hij zich een stuk lichter van hart,
22 III| haar vergeten! Hij wilde zich net verontschuldigen toen
|