Part
1 I | in Rouaan aangeschaft. ~'Wel, ginder, bij de lage gronden.
2 I | en daar sporen we ze dan wel op.'~Vader Hautot stond
3 I | lijn houden, we wachten wel.' ~En Jozef, een oude, magere,
4 I | naar de haaien! Ik voel het wel.'~En plotseling: 'Ik wil
5 I | willen maken. Jij weet ook wel dat je moeder zeven jaar
6 I | ben weduwnaar gebleven. Wel! Een man als ik kan natuurlijk
7 I | geen weduwnaar blijven, of wel?' ~De zoon antwoordde: '
8 I | God, wat doet dat zeer! Wel, je moet het begrijpen.
9 I | beste jongen?' ~'Ja vader.'~'Wel, als ik kom te overlijden,
10 I | vader.'~'En verder zul je wel zien.... je zult wel zien
11 I | je wel zien.... je zult wel zien wat zij je zal uitleggen.
12 II | ging zitten... Zij vroeg: 'Wel?'~Hij durfde niet meer te
13 II | jonge vrouw herhaalde: 'Wel, meneer Cesar?'~Hij keek
14 II | angst.~Toen vatte hij moed.~'Wel, mamzel, papa is zondag
15 II | Cesar, zwaar gegeneerd: 'Wel dan, mamzel Donet, dan ga
16 II | in zijn buik, je kon er wel twee vuisten in steken,'
17 II | moet u honger hebben. U eet wel wat mee.'~'Dank u,' zei
18 III| hij thuis was, maar toch wel met een prop in zijn keel,
19 III| geen lust om weg te gaan.~'Wel! Mamzel Donet,' zei hij, '
20 III| eenvoudigweg: 'Maar natuurlijk wel, mamzel, als dat u genoegen
|