Part
1 I | Dan jagen we de patrijs naar de vlakte, en daar sporen
2 I | maaiden. ~Ze gingen op weg naar de lage gronden. Die bestonden
3 I | beurt in de geul, op zoek naar zijn stuk wild. ~Vrijwel
4 I | daalde af in de geul, op zoek naar gaten waar hij zijn voet
5 I | verbonden, droegen ze hem naar huis en wachtten op de dokter
6 I | ga d'r aan! Mijn buik is naar de haaien! Ik voel het wel.'~
7 II | zondag geopend. Na zijn vader naar het kerkhof te hebben gebracht,
8 II | zijn vader, de dag daarop naar Rouaan zou moeten, om dat
9 II | de grote weg van Ainville naar Rouaan. Hij droeg zijn zwarte
10 II | opgewreven, ging hij op zoek naar de Rue de l'Eperlan, zonder
11 II | zag de stoel met de rug naar het vuur toe staan, het
12 II | van zijn vader, met de rug naar het vuur! Hij werd verwacht.
13 II | boog hij zich voorover naar Emile, wiens voorhoofd in
14 II | weerstand, ging met zijn rug naar het vuur zitten, tegenover
15 III| diens schaduw, hem gevolgd naar de akkers, naar de velden,
16 III| gevolgd naar de akkers, naar de velden, de uitvoering
17 III| de tijd te doden ging hij naar de buren, vertelde het ongeluk
18 III| noemen, een gezin dat hij naar eigen inzicht kon aannemen
19 III| donderdagochtend dan ook op weg naar Rouaan was, meegevoerd door
|