Part
1 I| landkaarten, vroeg: 'En haas... is er ook haas?...' ~Vader Hautot
2 I| riep Bermont, 'hij heeft er vast een haas opgejaagd.'~
3 I| jongen,' zei hij, 'het ziet er niet zo best uit.' ~Maar
4 I| bent vierentwintig, ik hoef er bij jou geen doekjes meer
5 I| en dat ik haar, als jij er niet was geweest, en als
6 I| nagedachtenis van je moeder er niet was geweest, en als
7 I| verzegeld papier, laat je er niet toe verleiden, maak
8 I| niet toe verleiden, maak er nooit gebruik van. Als ik
9 I| vergeten... en luister. Ga er meteen heen als ik er niet
10 I| Ga er meteen heen als ik er niet meer ben - en zorg
11 I| niet meer ben - en zorg er dan voor dat zij zich over
12 I| Moreau, Rue Beauvoisine. Ga er donderdag heen. Die dag
13 I| iedereen, maar je praat er niet over, behalve als het
14 I| Nee vader.'~'Je gaat er zelf heen. Ik wil dat je
15 II| draagt, zelfs al trouwt hij er met een, zijn hele beperkte
16 II| vork, want de korst was er afgesneden vanwege de slechte
17 II| plotseling, verschenen er tranen in haar ogen, hief
18 II| gat in zijn buik, je kon er wel twee vuisten in steken,'
|