Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
ellende 3
emile 7
emotie 1
en 132
enige 2
enkele 2
eperlan 3
Frequency    [«  »]
-----
190 de
139 hij
132 en
116 het
97 een
85 dat
Guy de Maupassant
Vader en zoon Hautot

IntraText - Concordances

en

    Part
1 I | bijna een heerlijkheid, en waarin tegenwoordig herenboeren 2 I | herenboeren wonen, blaften en jankten de honden, vastgebonden 3 I | gedragen door de jachtopziener en door kinderen. In de grote 4 I | belastingontvanger Bermont en notaris Mondaru een hapje 5 I | notaris Mondaru een hapje en dronken een glas alvorens 6 I | ge'erbiedigd, van invloed en gezag, had hij zijn zoon, 7 I | schoolgaan, om hem iets te leren, en had hij daar een streep 8 I | vol bewondering, eerbied en ontzag voor de wil en de 9 I | eerbied en ontzag voor de wil en de mening van vader Hautot. ~ 10 I | waren, zoals zijriviertjes en slingerende beddingen van 11 I | op landkaarten, vroeg: 'En haas... is er ook haas?...' ~ 12 I | gronden van de Puysatier.'~'En waar beginnen we?' vroeg 13 I | levensgenieter van een mollige en bleke notaris, ook met een 14 I | notaris, ook met een buikje, en gehesen in een spiksplinternieuw 15 I | patrijs naar de vlakte, en daar sporen we ze dan wel 16 I | de warmte van het bloed, en daarop vertrokken zij. De 17 I | het eind van hun lijnen en jankten hevig terwijl ze 18 I | Hautot aan de linkerkant, en de beide genodigden in het 19 I | midden. De jachtopziener en de dragers van de weizakken 20 I | geschoten. Allen bleven staan en zagen een patrijs opvliegen, 21 I | troep die snel wegvloog, en in een geul vallen, onder 22 I | bramen die hem hinderden en verdween op zijn beurt in 23 I | zijn handen aan zijn mond en riep: 'Heb je d'r?' Vader 24 I | zich tot de jachtopziener en zei: 'Ga hem eens helpen, 25 I | houden, we wachten wel.' ~En Jozef, een oude, magere, 26 I | vertrok met rustige pas en daalde af in de geul, op 27 I | Allen renden naderbij en doken tussen de bramen. 28 I | was op zijn zij gevallen en buiten bewustzijn, met beide 29 I | door de schok was afgegaan en zijn darmen had stukgeschoten. 30 I | geul getrokken, ontkleed, en zij zagen een vieze wond 31 I | kwamen. Toen ze hem zo goed en zo kwaad als het ging hadden 32 I | droegen ze hem naar huis en wachtten op de dokter die 33 I | hij ernstig met zijn hoofd en wendde zich tot zoon Hautot 34 I | herinneren, te begrijpen, en daarop mompelde hij: 'Godverdikkeme, 35 I | haaien! Ik voel het wel.'~En plotseling: 'Ik wil met 36 I | in weerwil van zichzelf en herhaalde als een klein 37 I | dan heb ik tenminste rust. En jullie daar, ŽŽn moment 38 I | Allen gingen het vertrek uit en lieten de zoon alleen met 39 I | geleden is gestorven nietwaar, en dat ik niet ouder ben dan 40 I | dus al zeven jaar dood, en ik ben weduwnaar gebleven. 41 I | te rochelen. Doodsbleek en met een vertrokken gezicht 42 I | is, maar echt een brave, en dat ik haar, als jij er 43 I | jij er niet was geweest, en als de nagedachtenis van 44 I | moeder er niet was geweest, en als we niet in dit huis 45 I | hier naartoe had genomen, en met haar was getrouwd, beslist... 46 I | de wettige erfgenamen... en verder stuurt het alles 47 I | dat wilde ik niet... en verder ken ik je, jij hebt 48 I | dit allemaal zou vertellen en je dan zou vragen om dat 49 I | tweede deur, niet vergeten... en luister. Ga er meteen heen 50 I | als ik er niet meer ben - en zorg er dan voor dat zij 51 I | tegen een notaris niet en tegen de pastoor evenmin. 52 I | alles zorgt.'~'Ja vader.'~'En verder zul je wel zien.... 53 I | deed hij de deur open, en de priester verscheen, in 54 I | stervende had de ogen gesloten, en weigerde ze weer open te 55 I | temidden van zijn vrienden en zijn knielende personeel, 56 II | nacht daarop sliep hij amper en hij voelde zich zo verdrietig 57 II | tweede deur. Hij had die naam en dat adres een ontelbaar 58 II | om ze niet te vergeten, en ten slotte stamelde hij 59 II | zozeer werden zijn tong en zijn geest bezeten door 60 II | voor de tilbury te spannen en vertrok hij op de draf van 61 II | zijn broek met voetbanden en gezien de omstandigheden 62 II | tegen het stof van de weg en de vlekken, en die je meteen 63 II | van de weg en de vlekken, en die je meteen uittrekt zodra 64 II | plichtmatig de baas, de bazin en hun vijf zonen, want zij 65 II | weer aan het huilen bracht en alle diensten van die mensen 66 II | wisten dat hij rijk was, en weigerde zelfs hun eten, 67 II | zijn overjas geborsteld en zijn schoenen opgewreven, 68 II | angst te worden herkend en vermoedens te wekken. ~Maar 69 II | tegen, deed hem zich schamen en blozen. ~Maar hij dacht: 70 II | tweede, vond het schellekoord en trok eraan. ~Het geklingel 71 II | lopen. De deur ging open en hij stond tegenover een 72 II | wat hij haar moest zeggen, en zij, niets vermoedend, verwachtte 73 II | vermoedend, verwachtte een ander, en vroeg hem niet binnen te 74 II | Ze schrok, werd bleek, en stamelde, alsof ze hem allang 75 II | Meneer Cesar?'~'Ja...'~'En wat wilt u ?...'~'Ik moet 76 II | Ze zei: 'O mijn God!' en ging aan de kant zodat hij 77 II | komen. Hij sloot de deur en volgde haar.~Toen zag hij 78 II | fles rode wijn ontkurkt en de fles witte wijn nog onaangebroken. 79 II | van Hautot. Hij keek op en zag aan de muur, zijn portret, 80 II | had haar doen verbleken, en zij wachtte, haar handen 81 II | nee, dat kan toch niet!' ~En toen, plotseling, verschenen 82 II | hief zij haar handen op en bedekte haar gezicht terwijl 83 II | zag zijn moeder huilen, en begon te brullen. Vervolgens 84 II | maken had met die onbekende, en wierp zich op Cesar, greep 85 II | met een handje zijn broek en met het andere sloeg hij 86 II | alle macht tegen zijn dij. En Cesar bleef ontsteld en 87 II | En Cesar bleef ontsteld en vertederd zitten tussen 88 II | die zijn vader beweende en dat kind dat zijn moeder 89 II | van verdriet welden op, en om zich een figuur te geven, 90 II | tegen een uur of acht...' En hij vertelde, alsof zij 91 II | van alle kleinigheden. En de kleine bleef maar slaan, 92 II | hoorde zij haar naam, keek op en vroeg: 'Neem me niet kwalijk, 93 II | laste pauzes in, gaf af en toe overwegingen van zichzelf. 94 II | schrok soms op van gruwel en zei dan: 'O mijn God!' De 95 II | van zijn moeder te pakken, en hij luisterde ook, alsof 96 II | raadde Cesar het daarop en stamelde: 'Dus... die is 97 II | Ja natuurlijk,' zei zij.~En zoon Hautot bekeek zijn 98 II | broer in verwarde, sterke en pijnlijke ontroering.~Na 99 II | daar de hele week deed.' ~En Cesar ging zitten, gewend 100 II | nam Emile op haar knie'n, en vroeg Cesar duizend dingen 101 II | van Hautot gehouden had. ~En door de natuurlijke gang 102 II | slaakte zij een soort kreet, en de tranen sprongen weer 103 II | begon ook Cesar te huilen, en aangezien tranen altijd 104 II | bereik van zijn mond was, en kuste hem. ~De moeder kwam 105 II | moeder kwam weer wat op adem en mompelde: 'Arm kind, nu 106 II | wees.'~'Ik ook,' zei Cesar.~En ze spraken niet verder.~ 107 II | mag mij dit niet weigeren. En bovendien zult u dan nog 108 II | te spetteren in de oven en dronk een glas rode wijn. 109 II | kin bevuild had met saus.~En toen hij opstond om te vertrekken 110 II | vooruit. Om twaalf uur dan.'~En hij vertrok, nadat hij nog 111 II | kleine Emile had omhelsd, en juffrouw Donet een hand 112 III| nooit was hij alleen geweest en het isolement leek hem bijna 113 III| zijn opdrachten overzien, en als hij hem enige tijd had 114 III| paarden, koeien of schapen, en de handdruk die zij elkaar ' 115 III| uitwisseling van een familiale en diepe aanhankelijkheid. ~ 116 III| diepe aanhankelijkheid. ~En nu was Cesar alleen. Hij 117 III| nog niet hadden gehoord, en herhaalde het nog een paar 118 III| vervolgens geen bezigheden en geen gedachten meer had, 119 III| hij langs een weg zitten en vroeg zich af of dat leven 120 III| ruimharig aan te pakken en haar tweeduizend frank rente 121 III| alles met haar te regelen. En verder hinderde hem het 122 III| kuste Emile op de wangen en ging een beetje alsof hij 123 III| eerste schok van het ongeluk, en zij behandelde hem nu met 124 III| alsof ze hem in aandacht en in toewijding de gunsten 125 III| terugbetalen. Zij aten lang, en spraken over de zaak waarvoor 126 III| Cesar hield voet bij stuk, en voegde zelfs een cadeau 127 III| was, vulde haar met tabak en stak haar aan. Toen zette 128 III| schrijlings op zijn been en liet hem paardje rijden 129 III| terwijl zij de tafel afruimde en de vuile vaat onder in het 130 III| u nog een prettige avond en ik ben blij dat ik u in 131 III| blozend, zeer getroffen, en ze bekeek hem terwijl ze 132 III| dat u genoegen doet.'~'Nou en of, meneer Cesar. Dus, volgende


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License