Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
herinneren 1
herkend 1
herkende 2
het 116
hevig 1
hief 1
hield 5
Frequency    [«  »]
190 de
139 hij
132 en
116 het
97 een
85 dat
79 van
Guy de Maupassant
Vader en zoon Hautot

IntraText - Concordances

het

    Part
1 I | I~Voor de deur van het huis, half boerderij, half 2 I | appelaars op de hof, bij het zien van de weitassen, gedragen 3 I | alvorens op jacht te gaan, want het was de dag van de opening. ~ 4 I | sneed op voorhand op over het wild dat zijn genodigden 5 I | versoepeld door de warmte van het bloed, en daarop vertrokken 6 I | honden kwamen overeind aan het eind van hun lijnen en jankten 7 I | liever een grote glooiing in het terrein, met grond van slechte 8 I | en de beide genodigden in het midden. De jachtopziener 9 I | van de weizakken volgden. Het was dat plechtige ogenblik 10 I | plechtige ogenblik waarop je het eerste schot verwacht, waarop 11 I | eerste schot verwacht, waarop het hart wat sneller slaat, 12 I | betast. ~Plotseling klonk het, dat schot! Vader Hautot 13 I | lange stroompjes bloed op het gras liepen. Toen hij zijn 14 I | die voor hem lag, had hij het wapen laten vallen, waarvan 15 I | wapen laten vallen, waarvan het tweede schot door de schok 16 I | zo goed en zo kwaad als het ging hadden verbonden, droegen 17 I | Arme jongen,' zei hij, 'het ziet er niet zo best uit.' ~ 18 I | zo best uit.' ~Maar toen het verband was gelegd, bewoog 19 I | naar de haaien! Ik voel het wel.'~En plotseling: 'Ik 20 I | stem: 'Hou op met janken, het is nu niet het moment. Ik 21 I | met janken, het is nu niet het moment. Ik moet je spreken. 22 I | Ga daar zitten, vlakbij, het is zo gebeurd, dan heb ik 23 I | moment graag.' ~Allen gingen het vertrek uit en lieten de 24 I | raadselachtiger dan wij het zelf willen maken. Jij weet 25 I | doet dat zeer! Wel, je moet het begrijpen. Een man is niet 26 I | beloofd. Dus... je begrijpt het?' ~'Ja vader.'~'Dus, heb 27 I | ik zeg je dat nu, vergeet het niet - maar een vrouwtje 28 I | echte vrouw, kortom. Kun je het volgen, beste jongen?' ~' 29 I | zodat ze haar schaapjes op het droge heeft. Je begrijpt 30 I | droge heeft. Je begrijpt het?' ~'Ja vader.'~'Ik zeg je 31 I | Ja vader.'~'Ik zeg je dat het een brave meid is, maar 32 I | erfgenamen... en verder stuurt het alles in het honderd... 33 I | verder stuurt het alles in het honderd... dat richt iedereen 34 I | ben, dan is dat omdat ik het van mijn leven niet gebruikt 35 I | gebruikt heb. Begrijp je het, mijn zoon?' ~'Ja vader.'~' 36 I | mezelf dat ik jou tegen het eind dit allemaal zou vertellen 37 I | hebt de middelen - je kunt het... ik laat je genoeg na... 38 I | dingen vertel je niet in het openbaar, tegen een notaris 39 I | tegen de pastoor evenmin. Het gebeurt, dat weet iedereen, 40 I | er niet over, behalve als het noodzakelijk is. Dus, geen 41 I | is. Dus, geen vreemden in het geheim, niemand die geen 42 I | Ja vader.'~'Je belooft het?'~'Ja vader.'~'Je zweert 43 I | Ja vader.'~'Je zweert het?'~'Ja vader.'~'Ik verzoek 44 I | smeek je, zoon, vergeet het niet. Ik sta erop.'~'Nee 45 I | een witte superplie, met het laatste oliesel. ~Maar de 46 II | geopend. Na zijn vader naar het kerkhof te hebben gebracht, 47 II | hij zich afvroeg hoe hij het leven verder door moest 48 II | had zijn hoge zijden op het hoofd, aan zijn benen zijn 49 II | die in de wind opbolt, die het goed beschermt tegen het 50 II | het goed beschermt tegen het stof van de weg en de vlekken, 51 II | reed Rouaan binnen toen het tien uur sloeg, hield als 52 II | hield als altijd halt bij het H(tm)tel des Bons-Enfants 53 II | zij waren op de hoogte van het trieste nieuws, waarna hij 54 II | hij verslag moest doen van het ongeluk, wat hem weer aan 55 II | ongeluk, wat hem weer aan het huilen bracht en alle diensten 56 II | wekken. ~Maar omdat hij het niet vond vroeg hij het 57 II | het niet vond vroeg hij het ten slotte een priester 58 II | hij zag, vertrouwend op het beroepsgeheim van geestelijken.~ 59 II | honderd stappen meer te doen, het was toevallig de tweede 60 II | verward, vernederd bij het denkbeeld dat hij als zoon 61 II | catechismus over de schepsels van het slechte leven, de instinctmatige 62 II | Maar hij dacht: Ik heb het vader beloofd. Dit moet 63 II | kier staande deur open van het huis waarop nummer 18 stond, 64 II | deur, toen een tweede, vond het schellekoord en trok eraan. ~ 65 II | schellekoord en trok eraan. ~Het geklingel dat uit het belendende 66 II | Het geklingel dat uit het belendende vertrek opklonk 67 II | couverts, waarvan ŽŽn voor het kind. Hij zag de stoel met 68 II | de stoel met de rug naar het vuur toe staan, het bord, 69 II | naar het vuur toe staan, het bord, het servet, de glazen, 70 II | vuur toe staan, het bord, het servet, de glazen, de fles 71 II | zijn vader, met de rug naar het vuur! Hij werd verwacht. 72 II | vuur! Hij werd verwacht. Het was zijn brood dat hij zag, 73 II | in Parijs was gemaakt in het jaar van de Wereldtentoonstelling1, 74 II | slaapkamer in Ainville boven het bed hing. ~De jonge vrouw 75 II | te snikken. ~Toen draaide het jochie zijn hoofd om, zag 76 II | Vervolgens begreep hij dat het plotseling verdriet te maken 77 II | handje zijn broek en met het andere sloeg hij hem uit 78 II | praten. ~'Ja,' zei hij, 'het ongeluk is zondagochtend 79 II | schoppen. ~Toen hij bij het ogenblik kwam waarop vader 80 II | graag willen weten... als u het niet erg vindt het opnieuw 81 II | als u het niet erg vindt het opnieuw te vertellen?' ~ 82 II | dezelfde bewoordingen: 'Het ongeluk is zondagochtend 83 II | luisterde ook, alsof hij het volgde. ~Toen het verhaal 84 II | alsof hij het volgde. ~Toen het verhaal afgelopen was herhaalde 85 II | niet vandaag... Als ik het aanneem, luistert u goed... 86 II | nee, nee, nee, ik zweer het u. Dan is het voor de kleine. 87 II | ik zweer het u. Dan is het voor de kleine. Dat goed 88 II | Geschrokken raadde Cesar het daarop en stamelde: 'Dus... 89 II | Wanneer wilt u dat wij het hierover hebben?' ~Ze riep 90 II | stoel bij de zijne, voor het fornuis waarop nog steeds 91 II | kwam hij weer terug bij het ongeluk, dat hij met al 92 II | tranen altijd de vezels van het hart verzachten, boog hij 93 II | Emile, wiens voorhoofd in het bereik van zijn mond was, 94 II | Maar plotseling ontwaakte het praktisch instinct van huisvrouw, 95 II | ging met zijn rug naar het vuur zitten, tegenover haar, 96 II | rode wijn. Maar hij vond het niet goed dat de witte werd 97 II | wilt u dat ik terugkom om het te hebben over de zakelijke 98 II | mamzel Donet?' ~'Als u het niet uitmaakt graag volgende 99 III| was hij alleen geweest en het isolement leek hem bijna 100 III| had verlaten, kwam hij bij het eten altijd weer terug. 101 III| naar de buren, vertelde het ongeluk aan allen die het 102 III| het ongeluk aan allen die het nog niet hadden gehoord, 103 III| hadden gehoord, en herhaalde het nog een paar keer tegenover 104 III| vader gezegd had. Ja, als je het hebt over een brave meid, 105 III| rente te bezorgen, waarbij het kapitaal dan vastgelegd 106 III| vastgelegd zou worden op naam van het kind. Hij voelde zelfs een 107 III| En verder hinderde hem het denkbeeld aan die broer, 108 III| was, hem een beetje, maar het bezielde hem tegelijkertijd. 109 III| bezielde hem tegelijkertijd. Het was een soort gezin dat 110 III| uitgeruster dan hij sinds het ongeluk nog was geweest. ~ 111 III| nog was geweest. ~Toen hij het appartement van juffrouw 112 III| donderdag daarvoor, met het enige verschil dat de korst 113 III| verschil dat de korst van het brood niet was afgesneden. ~ 114 III| onder de eerste schok van het ongeluk, en zij behandelde 115 III| stem wat voor kwaliteit het was, vulde haar met tabak 116 III| en de vuile vaat onder in het buffet wegborg om die te


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License