bold = Main text
Part grey = Comment text
1 I | I~Voor de deur van het huis, half boerderij,
2 I | op de hof, bij het zien van de weitassen, gedragen door
3 I | gaan, want het was de dag van de opening. ~Vader Hautot,
4 I | heer, rijk, ge'erbiedigd, van invloed en gezag, had hij
5 I | voor de wil en de mening van vader Hautot. ~Bermont,
6 I | wangen kleine netwerken van paarse aderen zichtbaar
7 I | en slingerende beddingen van rivieren op landkaarten,
8 I | vooral op de lage gronden van de Puysatier.'~'En waar
9 I | notaris, een levensgenieter van een mollige en bleke notaris,
10 I | versoepeld door de warmte van het bloed, en daarop vertrokken
11 I | kwamen overeind aan het eind van hun lijnen en jankten hevig
12 I | in het terrein, met grond van slechte kwaliteit, die om
13 I | jagers gingen op afstand van elkaar lopen, vader Hautot
14 I | jachtopziener en de dragers van de weizakken volgden. Het
15 I | oude, magere, knokige boom van een vent, bij wie alle gewrichten
16 I | zetten, met de omzichtigheid van een vos. Toen riep hij meteen: '
17 I | Hautot snotterde in weerwil van zichzelf en herhaalde als
18 I | ik wilde geen opvolgster van je moeder nemen, want dat
19 I | en als de nagedachtenis van je moeder er niet was geweest,
20 I | verleiden, maak er nooit gebruik van. Als ik rijk ben, dan is
21 I | dan is dat omdat ik het van mijn leven niet gebruikt
22 I | biechten bij de afgevaardigde van God, omdat hij al had gebiecht
23 I | geabsolveerd, temidden van zijn vrienden en zijn knielende
24 I | dat een enkele beweging van zijn gezicht verried dat
25 II | eenmaal thuisgekomen, de rest van de dag. De nacht daarop
26 II | gehoorzamen aan de laatste wil van zijn vader, de dag daarop
27 II | en vertrok hij op de draf van zijn zware Normandische
28 II | paard over de grote weg van Ainville naar Rouaan. Hij
29 II | beschermt tegen het stof van de weg en de vlekken, en
30 II | zodra je aankomt, zodra je van de wagen bent gesprongen. ~
31 II | want zij waren op de hoogte van het trieste nieuws, waarna
32 II | waarna hij verslag moest doen van het ongeluk, wat hem weer
33 II | bracht en alle diensten van die mensen deed afwijzen,
34 II | vertrouwend op het beroepsgeheim van geestelijken.~Hij hoefde
35 II | een automaat aan de wil van de overledene gehoorzaamd.
36 II | staan, die de maîtresse van zijn vader was geweest.
37 II | weggestopt door eeuwen onderwijs van generatie op generatie,
38 II | catechismus over de schepsels van het slechte leven, de instinctmatige
39 II | de instinctmatige afkeer van hen, die iedere man in zich
40 II | hele beperkte eerlijkheid van boer, dat alles roerde zich
41 II | een kier staande deur open van het huis waarop nummer 18
42 II | Toen zag hij een jochie van een jaar of vijf met een
43 II | fornuis waarvan een geur van warmgehouden gerechten opsteeg. ~'
44 II | onaangebroken. Dat was de plek van zijn vader, met de rug naar
45 II | vanwege de slechte tanden van Hautot. Hij keek op en zag
46 II | was gemaakt in het jaar van de Wereldtentoonstelling1,
47 II | wachtte, haar handen trillend van angst.~Toen vatte hij moed.~'
48 II | gestorven, bij de opening van de jacht.'~Ze was zo getroffen
49 II | zitten. Na enkele ogenblikken van stilte mompelde ze met vrijwel
50 II | overstelpt door emotie, tranen van verdriet welden op, en om
51 II | vermelding, met boerenprecisie, van alle kleinigheden. En de
52 II | kwam waarop vader Hautot van haar had gesproken, hoorde
53 II | gaf af en toe overwegingen van zichzelf. Zij luisterde
54 II | verhaalde, schrok soms op van gruwel en zei dan: 'O mijn
55 II | Cesar te slaan om de hand van zijn moeder te pakken, en
56 II | stamelde: 'Dus... die is van hem... die kleine?'~'Ja
57 II | met Emile! Ik zou sterven van verdriet. Ik heb niemand
58 II | haar hele arme vrouwenhart van Hautot gehouden had. ~En
59 II | door de natuurlijke gang van zijn gedachten, niet echt
60 II | tranen altijd de vezels van het hart verzachten, boog
61 II | voorhoofd in het bereik van zijn mond was, en kuste
62 II | ontwaakte het praktisch instinct van huisvrouw, gewend voor alles
63 II | keer veegde hij de mond van de kleine af, die zijn kin
64 II(1)| de Wereldtentoonstelling van 1878.~
65 III | de velden, de uitvoering van zijn opdrachten overzien,
66 III | gaven, leek de uitwisseling van een familiale en diepe aanhankelijkheid. ~
67 III | rond onder de werkzaamheden van de herfst, verwachtte nog
68 III | verwachtte nog steeds aan de rand van een vlakte de hoge, gebarende
69 III | hoge, gebarende gestalte van zijn vader te zullen zien.
70 III | vastgelegd zou worden op naam van het kind. Hij voelde zelfs
71 III | die broer, dat mannetje van vijf, die de zoon van zijn
72 III | mannetje van vijf, die de zoon van zijn vader was, hem een
73 III | door de welklinkende draf van Graindorge, voelde hij zich
74 III | hij zich een stuk lichter van hart, uitgeruster dan hij
75 III | Toen hij het appartement van juffrouw Donet betrad, zag
76 III | enige verschil dat de korst van het brood niet was afgesneden. ~
77 III | gevoeld onder de eerste schok van het ongeluk, en zij behandelde
78 III | voegde zelfs een cadeau van duizend frank voor haar
79 III | verontschuldigen toen ze hem een pijp van zijn vader aanbood, die
|