Part
1 I | mompelde hij: 'Godverdikkeme, ik ga d'r aan!' ~De dokter
2 I | niks.'~Hautot antwoordde: 'Ik ga d'r aan! Mijn buik is
3 I | buik is naar de haaien! Ik voel het wel.'~En plotseling: '
4 I | het wel.'~En plotseling: 'Ik wil met mijn zoon praten
5 I | met mijn zoon praten als ik nog tijd heb.'~Zoon Hautot
6 I | het is nu niet het moment. Ik moet je spreken. Ga daar
7 I | het is zo gebeurd, dan heb ik tenminste rust. En jullie
8 I | je bent vierentwintig, ik hoef er bij jou geen doekjes
9 I | gestorven nietwaar, en dat ik niet ouder ben dan vijfenveertig,
10 I | ouder ben dan vijfenveertig, ik, omdat ik op mijn negentiende
11 I | vijfenveertig, ik, omdat ik op mijn negentiende ben
12 I | dus al zeven jaar dood, en ik ben weduwnaar gebleven.
13 I | gebleven. Wel! Een man als ik kan natuurlijk op zijn zevenendertigste
14 I | om alleen te leven, maar ik wilde geen opvolgster van
15 I | moeder nemen, want dat had ik haar beloofd. Dus... je
16 I | Ja vader.'~'Dus, heb ik een vrouwtje in Rouaan genomen,
17 I | verdieping, de tweede deur - ik zeg je dat nu, vergeet het
18 I | Ja vader.'~'Wel, als ik kom te overlijden, ben ik
19 I | ik kom te overlijden, ben ik haar wat schuldig, maar
20 I | begrijpt het?' ~'Ja vader.'~'Ik zeg je dat het een brave
21 I | maar echt een brave, en dat ik haar, als jij er niet was
22 I | samen hebben gewoond, dat ik haar dan mee hier naartoe
23 I | luister... beste jongen... ik had een testament kunnen
24 I | kunnen maken... dat heb ik niet gedaan! Dat heb ik
25 I | ik niet gedaan! Dat heb ik niet gewild... want je moet
26 I | er nooit gebruik van. Als ik rijk ben, dan is dat omdat
27 I | rijk ben, dan is dat omdat ik het van mijn leven niet
28 I | Luister nog... Luister goed... Ik heb dus geen testament gemaakt...
29 I | testament gemaakt... dat wilde ik niet... en verder ken ik
30 I | ik niet... en verder ken ik je, jij hebt een goed hart,
31 I | hebzuchtig, niet vrekkig, kortom. Ik dacht bij mezelf dat ik
32 I | Ik dacht bij mezelf dat ik jou tegen het eind dit allemaal
33 I | luister. Ga er meteen heen als ik er niet meer ben - en zorg
34 I | middelen - je kunt het... ik laat je genoeg na... Luister...
35 I | kleintje, wat zal ze huilen!... Ik zeg je dat alles, omdat
36 I | zeg je dat alles, omdat ik jou goed ken, mijn zoon.
37 I | zweert het?'~'Ja vader.'~'Ik verzoek je dringend, ik
38 I | Ik verzoek je dringend, ik smeek je, zoon, vergeet
39 I | zoon, vergeet het niet. Ik sta erop.'~'Nee vader.'~'
40 I | Je gaat er zelf heen. Ik wil dat je voor alles zorgt.'~'
41 I | wat zij je zal uitleggen. Ik kan je niet meer vertellen.
42 I | zoon. Omhels me. Vaarwel. Ik ga de pijp aan Maarten geven,
43 I | Maarten geven, dat weet ik zeker. Zeg ze maar dat ze
44 II | blozen. ~Maar hij dacht: Ik heb het vader beloofd. Dit
45 II | vader beloofd. Dit moet ik nakomen. Daarop duwde hij
46 II | meneer?' ~Hij mompelde: 'Ik ben Hautot junior.'~Ze schrok,
47 II | En wat wilt u ?...'~'Ik moet met u spreken over
48 II | Neem me niet kwalijk, ik volgde u niet, maar ik zou
49 II | ik volgde u niet, maar ik zou graag willen weten...
50 II | overeenkomstig zijn wens. Luister, ik heb genoeg geld, hij heeft
51 II | hij heeft mij nagelaten. Ik wil niet dat u zich te beklagen
52 II | Nee, niet vandaag... Als ik het aanneem, luistert u
53 II | voor mij... nee, nee, nee, ik zweer het u. Dan is het
54 II | dan, mamzel Donet, dan ga ik maar weer. Wanneer wilt
55 II | nu niet alleen met Emile! Ik zou sterven van verdriet.
56 II | zou sterven van verdriet. Ik heb niemand meer, behalve
57 II | kind, nu is hij wees.'~'Ik ook,' zei Cesar.~En ze spraken
58 II | mee.'~'Dank u,' zei hij, 'ik heb geen honger, ik word
59 II | hij, 'ik heb geen honger, ik word te zeer gekweld.'~Zij
60 II | blijven. Als u weg bent, weet ik niet wat ik moet doen.' ~
61 II | weg bent, weet ik niet wat ik moet doen.' ~Hij zwichtte,
62 II | hij: 'Wanneer wilt u dat ik terugkom om het te hebben
63 II | donderdag, meneer Cesar. Zo hoef ik dan geen tijd te verliezen.
64 II | geen tijd te verliezen. Ik heb altijd op donderdag
65 II | eten, hè?'~'Ach, dat kan ik helaas niet beloven.'~'Ik
66 II | ik helaas niet beloven.'~'Ik wil maar zeggen, je praat
67 III| vroeg ze: 'Rookt u?'~'Ja... ik heb mijn pijp bij me.'~Hij
68 III| Mamzel Donet,' zei hij, 'ik wens u nog een prettige
69 III| nog een prettige avond en ik ben blij dat ik u in goede
70 III| avond en ik ben blij dat ik u in goede gezondheid heb
71 III| als u dat wilt, dat sla ik niet af.'~'Dat is dan afgesproken,
|