Part
1 I | een glas alvorens op jacht te gaan, want het was de dag
2 I | schoolgaan, om hem iets te leren, en had hij daar een
3 I | om hun schoeisel goed aan te krijgen dat nogal hard was,
4 I | De opgewonden jager begon te rennen, sprong, bleef hangen
5 I | takken waardoorheen niets te zien was.~De notaris zette
6 I | losgelaten om de dode patrijs te pakken, die voor hem lag,
7 I | Hautot die op een stoel zat te huilen. 'Arme jongen,' zei
8 I | leek toen in zijn geheugen te zoeken, zich iets te herinneren,
9 I | geheugen te zoeken, zich iets te herinneren, te begrijpen,
10 I | zich iets te herinneren, te begrijpen, en daarop mompelde
11 I | jou geen doekjes meer om te winden. Bovendien is dit
12 I | dat klopt.'~De vader begon te rochelen. Doodsbleek en
13 I | niet geschapen om alleen te leven, maar ik wilde geen
14 I | vader.'~'Wel, als ik kom te overlijden, ben ik haar
15 I | dingen niet... dat is veel te lastig voor de wettige erfgenamen...
16 I | honderd... dat richt iedereen te gronde! Zie je, verzegeld
17 I | vragen om dat vrouwtje niet te vergeten: Caroline Donet,
18 I | nagedachtenis niet hoeft te beklagen - jij hebt de middelen -
19 I | en weigerde ze weer open te doen, weigerde te antwoorden,
20 I | weer open te doen, weigerde te antwoorden, weigerde om
21 I | maar door een teken aan te geven dat hij nog bij zinnen
22 II | zijn vader naar het kerkhof te hebben gebracht, huilde
23 II | echter liep hij erover na te denken dat hij, om te gehoorzamen
24 II | na te denken dat hij, om te gehoorzamen aan de laatste
25 II | dat meisje Caroline Donet te gaan opzoeken, die in de
26 II | gebed mompelt, om ze niet te vergeten, en ten slotte
27 II | stamelde hij ze alsmaar, zonder te kunnen ophouden of aan wat
28 II | ophouden of aan wat dan ook te denken, zozeer werden zijn
29 II | Graindorge voor de tilbury te spannen en vertrok hij op
30 II | die ze hem probeerden op te dringen omdat ze wisten
31 II | bij wie dan ook navraag te durven doen, uit angst te
32 II | te durven doen, uit angst te worden herkend en vermoedens
33 II | worden herkend en vermoedens te wekken. ~Maar omdat hij
34 II | geen honderd stappen meer te doen, het was toevallig
35 II | en vroeg hem niet binnen te komen. Zo bleven ze elkaar
36 II | Wel?'~Hij durfde niet meer te praten, hield zijn blikken
37 II | gezicht terwijl ze begon te snikken. ~Toen draaide het
38 II | moeder huilen, en begon te brullen. Vervolgens begreep
39 II | het plotseling verdriet te maken had met die onbekende,
40 II | op, en om zich een figuur te geven, begon hij te praten. ~'
41 II | figuur te geven, begon hij te praten. ~'Ja,' zei hij, '
42 II | zonder een detail over te slaan, onder vermelding,
43 II | begon nu tegen zijn schenen te schoppen. ~Toen hij bij
44 II | niet erg vindt het opnieuw te vertellen?' ~Hij begon in
45 II | was opgehouden met Cesar te slaan om de hand van zijn
46 II | de hand van zijn moeder te pakken, en hij luisterde
47 II | Ik wil niet dat u zich te beklagen zult hebben...' ~
48 II | stilte, want ze begon weer te huilen, vervolgde Cesar,
49 II | zitten, gewend als hij was om te gehoorzamen.~Zij trok voor
50 II | steeds de gerechten stonden te sudderen, nam Emile op haar
51 II | zien, waaraan hij zonder te hoeven nadenken merkte dat
52 II | aanstekelijkheid ervan, begon ook Cesar te huilen, en aangezien tranen
53 II | huisvrouw, gewend voor alles te zorgen, bij de jonge vrouw.~'
54 II | heb geen honger, ik word te zeer gekweld.'~Zij antwoordde: '
55 II | een schotel pens die hing te spetteren in de oven en
56 II | En toen hij opstond om te vertrekken vroeg hij: 'Wanneer
57 II | u dat ik terugkom om het te hebben over de zakelijke
58 II | Zo hoef ik dan geen tijd te verliezen. Ik heb altijd
59 III| gestalte van zijn vader te zullen zien. Om de tijd
60 III| zullen zien. Om de tijd te doden ging hij naar de buren,
61 III| vastbesloten de zaken ruimharig aan te pakken en haar tweeduizend
62 III| tweeduizend frank rente te bezorgen, waarbij het kapitaal
63 III| terugzien, om dat alles met haar te regelen. En verder hinderde
64 III| wilde zij niet. Dat was te veel, veel te veel. Ze verdiende
65 III| niet. Dat was te veel, veel te veel. Ze verdiende genoeg
66 III| Ze verdiende genoeg om te leven, ze wilde alleen dat
67 III| het buffet wegborg om die te wassen als hij weg zou zijn. ~
68 III| helemaal geen lust om weg te gaan.~'Wel! Mamzel Donet,'
|