Part
1 I | vastgebonden aan de appelaars op de hof, bij het zien van
2 I | dronken een glas alvorens op jacht te gaan, want het
3 I | opening. ~Vader Hautot, trots op alles wat hij bezat, sneed
4 I | alles wat hij bezat, sneed op voorhand op over het wild
5 I | bezat, sneed op voorhand op over het wild dat zijn genodigden
6 I | wild dat zijn genodigden op zijn gronden zouden aantreffen.
7 I | donkere man, die appelkarren op hun schouders nemen. Half
8 I | belastingontvanger, een dikkertje op wiens ronde wangen kleine
9 I | slingerende beddingen van rivieren op landkaarten, vroeg: 'En
10 I | Zoveel je maar wilt, vooral op de lage gronden van de Puysatier.'~'
11 I | daar sporen we ze dan wel op.'~Vader Hautot stond op.
12 I | op.'~Vader Hautot stond op. Allen deden als hij, pakten
13 I | lucht maaiden. ~Ze gingen op weg naar de lage gronden.
14 I | wildreservaat. ~De jagers gingen op afstand van elkaar lopen,
15 I | hem hinderden en verdween op zijn beurt in de geul, op
16 I | op zijn beurt in de geul, op zoek naar zijn stuk wild. ~
17 I | wachten, de blikken gericht op die hoop takken waardoorheen
18 I | en daalde af in de geul, op zoek naar gaten waar hij
19 I | bramen. Vader Hautot was op zijn zij gevallen en buiten
20 I | bewustzijn, met beide handen op zijn buik, waaruit, door
21 I | lange stroompjes bloed op het gras liepen. Toen hij
22 I | hem naar huis en wachtten op de dokter die ze hadden
23 I | zich tot zoon Hautot die op een stoel zat te huilen. '
24 I | met vastberaden stem: 'Hou op met janken, het is nu niet
25 I | vijfenveertig, ik, omdat ik op mijn negentiende ben getrouwd.
26 I | man als ik kan natuurlijk op zijn zevenendertigste geen
27 I | de l'Éperlan, nummer 18, op de derde verdieping, de
28 I | zodat ze haar schaapjes op het droge heeft. Je begrijpt
29 I | Donet, Rue de l'Eperlan 18, op de derde verdieping, de
30 I | na vier uur schokken die op vreselijk lijden duidden.~
31 II | de l'Eperlan 18 woonde, op de derde verdieping, tweede
32 II | te spannen en vertrok hij op de draf van zijn zware Normandische
33 II | overjas, had zijn hoge zijden op het hoofd, aan zijn benen
34 II | vijf zonen, want zij waren op de hoogte van het trieste
35 II | afwijzen, die ze hem probeerden op te dringen omdat ze wisten
36 II | schoenen opgewreven, ging hij op zoek naar de Rue de l'Eperlan,
37 II | die hij zag, vertrouwend op het beroepsgeheim van geestelijken.~
38 II | Daarop aarzelde hij. Tot op dat moment had hij als een
39 II | onderwijs van generatie op generatie, alles wat hij
40 II | nakomen. Daarop duwde hij de op een kier staande deur open
41 II | met een kat zitten spelen, op de grond voor een fornuis
42 II | tanden van Hautot. Hij keek op en zag aan de muur, zijn
43 II | ogen, hief zij haar handen op en bedekte haar gezicht
44 II | onbekende, en wierp zich op Cesar, greep met een handje
45 II | tranen van verdriet welden op, en om zich een figuur te
46 II | hoorde zij haar naam, keek op en vroeg: 'Neem me niet
47 II | alle gebeurtenissen in zich op die hij verhaalde, schrok
48 II | hij verhaalde, schrok soms op van gruwel en zei dan: '
49 II | kleine. Dat goed moet ook op zijn naam worden gezet.' ~
50 II | stonden te sudderen, nam Emile op haar knie'n, en vroeg Cesar
51 II | De moeder kwam weer wat op adem en mompelde: 'Arm kind,
52 II | verliezen. Ik heb altijd op donderdag vrij.' ~'Wat mij
53 III| dan vastgelegd zou worden op naam van het kind. Hij voelde
54 III| donderdagochtend dan ook op weg naar Rouaan was, meegevoerd
55 III| vrouw een hand, kuste Emile op de wangen en ging een beetje
56 III| zette hij Emile schrijlings op zijn been en liet hem paardje
57 III| uur stond hij met tegenzin op, want hij voelde helemaal
|