Part
1 I | jacht te gaan, want het was de dag van de opening. ~
2 I | gronden zouden aantreffen. Hij was een grote Normandi'r, zo'
3 I | zijn vader, maar magerder, was een goede, volgzame zoon,
4 I | te krijgen dat nogal hard was, nog niet versoepeld door
5 I | die reden ook onbebouwd was gebleven, doorkruist met
6 I | de weizakken volgden. Het was dat plechtige ogenblik waarop
7 I | waardoorheen niets te zien was.~De notaris zette zijn handen
8 I | de bramen. Vader Hautot was op zijn zij gevallen en
9 I | tweede schot door de schok was afgegaan en zijn darmen
10 I | Maar toen het verband was gelegd, bewoog de gewonde
11 I | ik haar, als jij er niet was geweest, en als de nagedachtenis
12 I | nagedachtenis van je moeder er niet was geweest, en als we niet
13 I | had genomen, en met haar was getrouwd, beslist... luister...
14 I | geven dat hij nog bij zinnen was. ~Hij had genoeg gesproken,
15 I | zoon, die bovendien familie was? ~Hij werd bediend, gezuiverd,
16 II | werd hij begraven, de jacht was zondag geopend. Na zijn
17 II | omdat ze wisten dat hij rijk was, en weigerde zelfs hun eten,
18 II | stappen meer te doen, het was toevallig de tweede straat
19 II | maîtresse van zijn vader was geweest. Alle moraal die
20 II | wijn nog onaangebroken. Dat was de plek van zijn vader,
21 II | Hij werd verwacht. Het was zijn brood dat hij zag,
22 II | naast de vork, want de korst was er afgesneden vanwege de
23 II | grote foto die in Parijs was gemaakt in het jaar van
24 II | opening van de jacht.'~Ze was zo getroffen dat ze roerloos
25 II | kleine, die meende dat zij was gekalmeerd, was opgehouden
26 II | dat zij was gekalmeerd, was opgehouden met Cesar te
27 II | Toen het verhaal afgelopen was herhaalde zoon Hautot: '
28 II | ging zitten, gewend als hij was om te gehoorzamen.~Zij trok
29 II | het bereik van zijn mond was, en kuste hem. ~De moeder
30 III| Cesar Hautot lang. Nog nooit was hij alleen geweest en het
31 III| aanhankelijkheid. ~En nu was Cesar alleen. Hij zwierf
32 III| hij aan juffrouw Donet. Ze was hem bevallen. Hij had haar
33 III| over een brave meid, dan was dat zeker een brave meid.
34 III| zeker een brave meid. Hij was vastbesloten de zaken ruimharig
35 III| die de zoon van zijn vader was, hem een beetje, maar het
36 III| hem tegelijkertijd. Het was een soort gezin dat hij
37 III| dan ook op weg naar Rouaan was, meegevoerd door de welklinkende
38 III| hij sinds het ongeluk nog was geweest. ~Toen hij het appartement
39 III| korst van het brood niet was afgesneden. ~Hij gaf de
40 III| een beetje alsof hij thuis was, maar toch wel met een prop
41 III| geld wilde zij niet. Dat was te veel, veel te veel. Ze
42 III| stem wat voor kwaliteit het was, vulde haar met tabak en
|