Part
1 I | middelbaar laten schoolgaan, om hem iets te leren, en had hij
2 I | bleef hangen aan bramen die hem hinderden en verdween op
3 I | jachtopziener en zei: 'Ga hem eens helpen, Jozef. Wij
4 I | patrijs te pakken, die voor hem lag, had hij het wapen laten
5 I | zijn darmen kwamen. Toen ze hem zo goed en zo kwaad als
6 I | hadden verbonden, droegen ze hem naar huis en wachtten op
7 II | doen van het ongeluk, wat hem weer aan het huilen bracht
8 II | mensen deed afwijzen, die ze hem probeerden op te dringen
9 II | dat alles roerde zich in hem, hield hem tegen, deed hem
10 II | roerde zich in hem, hield hem tegen, deed hem zich schamen
11 II | hem, hield hem tegen, deed hem zich schamen en blozen. ~
12 II | belendende vertrek opklonk deed hem de rillingen over de rug
13 II | met een frisse teint, die hem met stomverbaasde ogen aankeek. ~
14 II | verwachtte een ander, en vroeg hem niet binnen te komen. Zo
15 II | bleek, en stamelde, alsof ze hem allang kende: 'Meneer Cesar?'~'
16 II | met het andere sloeg hij hem uit alle macht tegen zijn
17 II | Maar zij onderbrak hem meteen.~'O meneer Cesar,
18 II | stamelde: 'Dus... die is van hem... die kleine?'~'Ja natuurlijk,'
19 II | zijn mond was, en kuste hem. ~De moeder kwam weer wat
20 III| geweest en het isolement leek hem bijna onverdraaglijk. Tot
21 III| geleefd, als diens schaduw, hem gevolgd naar de akkers,
22 III| opdrachten overzien, en als hij hem enige tijd had verlaten,
23 III| aan juffrouw Donet. Ze was hem bevallen. Hij had haar netjes
24 III| regelen. En verder hinderde hem het denkbeeld aan die broer,
25 III| zoon van zijn vader was, hem een beetje, maar het bezielde
26 III| beetje, maar het bezielde hem tegelijkertijd. Het was
27 III| aannemen of niet, maar dat hem aan zijn vader deed denken. ~
28 III| zitten. Juffrouw Donet leek hem een beetje vermagerd, wat
29 III| deed ze gegeneerd tegenover hem, alsof ze had begrepen wat
30 III| ongeluk, en zij behandelde hem nu met overdreven omzichtigheid,
31 III| treffende zorgen alsof ze hem in aandacht en in toewijding
32 III| verontschuldigen toen ze hem een pijp van zijn vader
33 III| schrijlings op zijn been en liet hem paardje rijden terwijl zij
34 III| aantreffen.'~Ze bleef voor hem staan, blozend, zeer getroffen,
35 III| getroffen, en ze bekeek hem terwijl ze aan die ander
|