Part
1 I | Vader Hautot, trots op alles wat hij bezat, sneed op voorhand
2 I | verwacht, waarop het hart wat sneller slaat, terwijl de
3 I | gezicht vervolgde hij: 'God, wat doet dat zeer! Wel, je moet
4 I | overlijden, ben ik haar wat schuldig, maar iets wat
5 I | wat schuldig, maar iets wat zoden aan de dijk zet, zodat
6 I | zes jaar. Arm kleintje, wat zal ze huilen!... Ik zeg
7 I | zien.... je zult wel zien wat zij je zal uitleggen. Ik
8 II | te kunnen ophouden of aan wat dan ook te denken, zozeer
9 II | moest doen van het ongeluk, wat hem weer aan het huilen
10 II | weigerde zelfs hun eten, wat ze ergerde. ~Nadat hij zijn
11 II | generatie op generatie, alles wat hij had geleerd vanaf catechismus
12 II | aankeek. ~Hij wist niet wat hij haar moest zeggen, en
13 II | Ten slotte vroeg zij: 'Wat wenst u, meneer?' ~Hij mompelde: '
14 II | Meneer Cesar?'~'Ja...'~'En wat wilt u ?...'~'Ik moet met
15 II | behalve mijn zoontje. Ach wat een ellende, wat een ellende,
16 II | zoontje. Ach wat een ellende, wat een ellende, meneer Cesar!
17 II | toch zitten. U moet nog wat met me praten. U moet me
18 II | praten. U moet me vertellen wat hij daar de hele week deed.' ~
19 II | hem. ~De moeder kwam weer wat op adem en mompelde: 'Arm
20 II | honger hebben. U eet wel wat mee.'~'Dank u,' zei hij, '
21 II | bovendien zult u dan nog wat langer blijven. Als u weg
22 II | u weg bent, weet ik niet wat ik moet doen.' ~Hij zwichtte,
23 II | Hij zwichtte, na nog wat weerstand, ging met zijn
24 II | altijd op donderdag vrij.' ~'Wat mij betreft dan, volgende
25 III| hem een beetje vermagerd, wat bleker. Ze had vast vreselijk
26 III| hem, alsof ze had begrepen wat ze de vorige week nog niet
27 III| ze wilde alleen dat Emile wat geld zou hebben als hij
28 III| verkondigde met ontroerde stem wat voor kwaliteit het was,
|