Part
1 I | zo lang als zijn vader, maar magerder, was een goede,
2 I | Hautot antwoordde: 'Zoveel je maar wilt, vooral op de lage
3 I | ziet er niet zo best uit.' ~Maar toen het verband was gelegd,
4 I | Papa, papa, arme papa!'~Maar de vader sprak met vastberaden
5 I | geschapen om alleen te leven, maar ik wilde geen opvolgster
6 I | dat nu, vergeet het niet - maar een vrouwtje dat heel aardig
7 I | ben ik haar wat schuldig, maar iets wat zoden aan de dijk
8 I | dat het een brave meid is, maar echt een brave, en dat ik
9 I | gebeurt, dat weet iedereen, maar je praat er niet over, behalve
10 I | dat weet ik zeker. Zeg ze maar dat ze binnen kunnen komen.' ~
11 I | omhelsde zijn vader kreunend, maar vervolgens, nog altijd volgzaam,
12 I | met het laatste oliesel. ~Maar de stervende had de ogen
13 I | antwoorden, weigerde om ook maar door een teken aan te geven
14 II | en vermoedens te wekken. ~Maar omdat hij het niet vond
15 II | zich schamen en blozen. ~Maar hij dacht: Ik heb het vader
16 II | kleinigheden. En de kleine bleef maar slaan, begon nu tegen zijn
17 II | kwalijk, ik volgde u niet, maar ik zou graag willen weten...
18 II | beklagen zult hebben...' ~Maar zij onderbrak hem meteen.~'
19 II | mamzel Donet, dan ga ik maar weer. Wanneer wilt u dat
20 II | al diezelfde details nog maar eens vertelde. ~Toen hij
21 II | ze spraken niet verder.~Maar plotseling ontwaakte het
22 II | dronk een glas rode wijn. Maar hij vond het niet goed dat
23 II | helaas niet beloven.'~'Ik wil maar zeggen, je praat beter als
24 III| vader was, hem een beetje, maar het bezielde hem tegelijkertijd.
25 III| inzicht kon aannemen of niet, maar dat hem aan zijn vader deed
26 III| beetje alsof hij thuis was, maar toch wel met een prop in
27 III| antwoordde eenvoudigweg: 'Maar natuurlijk wel, mamzel,
28 III| komt dan zeker weer eten?'~'Maar... als u dat wilt, dat sla
|